Wie doordringt tot Yaddo heeft het gemaakt

Al eeuwenlang zoeken kunstenaars elkaars gezelschap. Ze zonderen zich en groupe af om gestalte te geven aan een alternatief voor de burgermaatschappij....

Zeventien treden telt de majestueuze trap vanwaar John Cheever ooit een antieke arreslede naar beneden liet kletteren. Schrijver en voertuig overleefden. De slee was een dierbare gift van de Nederlandse koningin Emma aan huisbazin Katrina Trask, Queen of Yaddo.

De schandaleske afdaling dreunt nog altijd na in de 55 vertrekken van Yaddo, een voor het oog verpletterend landhuis in het lommerrijke gebied van Saratoga Springs, zo'n drie uur rijden ten noorden van New York City. Elke gast zegt de aanvechting te hebben om Cheevers stunt te herhalen. Niemand durft.

In ieder geval wordt er vol ontzag over gesproken, zoals ook andere anekdotes uit de zeventigjarige geschiedenis van de kunstenaarskolonie met smaak worden opgedist. Van een beetje roddel is zelfs de gewichtigste literator niet vies. Gekletst wordt er volop na vier uur, als de bel voor het cocktail-uurtje de hard werkende kunstenaars uit hun opgelegde isolement heeft verlost.

Nou ja, er wordt voor het gemak vanuit gegaan dat schrijvers, schilders, beeldhouwers, fotografen, filmmakers en componisten overdag hun uiterste best doen de inspiratie in daden om te zetten. Maar wie liever zijn of haar concentratie omzet in een dagje nutteloze lamlendigheid, wordt daar heus niet op aangekeken. Ook niks doen kan later tot grootse kunst leiden.

Als enige regel geldt dat het tussen negen uur 's morgens en vier uur 's middags in en rondom Yaddo doodstil dient te zijn. In de bossen staan kleine hutten, ingericht als atelier of schrijfplek. Gepingel op een piano is heel in de verte hoorbaar. Een ijverige specht concurreert met een ouderwetse typemachine. Verder stilte.

Slechts de muggen kunnen zich er ongestoord bewegen. Duizenden insecten vormen 's zomers een hinderlijker plaag dan de meest gehate kunstcriticus. Menselijke pottenkijkers worden dag en nacht van Yaddo weg gehouden. Tientallen bordjes met het opschrift No Tresspassing maken de vesting alleen maar intrigerender voor wie de historie van de kolonie kent.

Als studente aan de plaatselijke kunstacademie Skidmore was Julia Gacquette vaak in de omliggende en voor het publiek toegankelijke tuinen te vinden. 'De aanblik van dat prachtige huis op die heuvel in de verte was overweldigend. Het straalde mysterie uit. Ooit zou ik er binnenkomen, nam ik me voor.'

Het duurde 'vele afwijzingen' voordat Gacquette (33) goed genoeg werd bevonden door Yaddo's toelatingscommissie. Doorslaggevend waren de diverse tentoonstellingen, waarin zij haar potentie als kunstenaar had laten zien. In 1996 was Gacquette voor het eerste twee maanden in Yaddo. 'Het was onbeschrijfelijk toen ik voorbij die bordjes reed zonder te worden teruggestuurd.'

Hoewel, acceptatie is wellicht het juiste gevoel, zegt Gacquette. 'Acceptatie als kunstenaar.' Of je nou een worstelend schrijver bent of een gevierde componist, wie eenmaal enkele maanden in Yaddo verblijft, weet dat-ie het gemaakt heeft. Althans, voor zichzelf. Want de buitenwereld blijft je werk net zo makkelijk afkraken.

Dichteres Jan Heller Levi kreeg van opwinding geen letter op papier, toen zij voor het eerst onder hetzelfde dak vertoefde waar ooit erkende grootheden als Stanley Kunitz, Robert Lowell, Richard Eberhart en Elizabeth Bishop de dichtkunst hadden beoefend. 'Okay, dacht ik. Hier ben ik. Waar is de muze?' Zo werkte het dus mooi niet.

Die inspiratie komt vanzelf wel. Wie zich eenmaal wegwijs heeft gemaakt door het huis met de vele gangen, trappetjes, nissen en onvermoede kamertjes, wordt automatisch bevangen door de rustgevende gastvrijheid die Katrina Trask voor ogen had toen zij haar landgoed voor gelijkgestemden openstelde.

De echtgenote van een New-Yorkse financier had een tragisch leven achter de rug. Het echtpaar betrok het landgoed in 1881 om de plotse dood van hun zoontje Alanson te verwerken. Dochter Christina verzon de naam Yaddo. Het rijmde op shadow, naar de schaduw die over hun leven hing na Alansons overlijden.

'Yaddo' stond in Christina's fantasie garant voor zonneschijn en een fleurige toekomst. Ze had het verschrikkelijk mis. Elf jaar oud bezweek Christina aan dyfterie, drie dagen later gevolgd door haar vierjarige broertje Junius. In augustus 1889 stierf Katrina's vierde kind, het meisje Katrina, twaalf dagen na haar geboorte.

Kort voor de eeuwwisseling zag de kunstenaarskolonie het levenslicht. Tijdens een wandeling beschreef Katrina haar plan aan haar man Spencer. 'Hier moet een eindeloze serie huisfeesten plaatsvinden met literaire mannen, vrouwen en andere kunstenaars.

'Zij die de stad beu zijn, zij die dorst hebben naar het platteland en naar natuurpracht, zij die zich om wat voor reden ook opgesloten voelen. Kijk, Spencer, zie ze lopen door de bossen, dwalen door de tuin, zitten onder de dennebomen. Mannen en vrouwen, scheppend, scheppend, scheppend'

En scheppen deden de kunstenaars. John Cheever schreef over Yaddo dat op het landgoed meer gerenommeerde kunstenaars werkzaam zijn geweest dan op elk ander plekje in de Engels sprekende gemeenschap of wellicht in de hele wereld. Cheever mocht de werkelijkheid graag wat aandikken. Samen met de MacDowell-kolonie in New Hampshire was Yaddo in ieder geval de eerste van formaat.

Jaarlijks komen er zo'n tweehonderd kunstenaars over de vloer, geselecteerd uit duizend aanmeldingen. Zij blijven minimaal twee weken en maximaal twee maanden logeren. Circa tien procent komt uit het buitenland. Het jaarlijks budget van anderhalf miljoen dollar is verontrustend mager, en komt geheel tot stand uit privébijdragen.

Joe Caldwell kwam in 1976 voor de eerste keer, en keerde sindsdien vijfmaal terug. Dat is uitzonderlijk. De New-Yorkse schrijver maakt gebruik van een constructie, waarbij hij als special assistant to the president nieuwelingen ontvangt en rondleidt. In de tussentijd sleutelt hij aan zijn manuscripten.

Ook voor Caldwell was de bevestiging van zijn schrijverschap de voornaamste meerwaarde van zijn logies in Yaddo. 'Alle twijfels, en ik had er nogal wat, verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik kwam hier en wist: Yes, ik kan schrijven.' Zijn debuutroman In Such Dark Places leverde hem de Prix de Rome op. Binnenkort komt zijn achtste boek uit.

Tientallen Nobel- en Pulitzer-prijswinnaars hebben Yaddo aangedaan. John Cheever schreef er The Wapshot Chronicle, Leonard Bernstein en Aaron Copland componeerden er onsterfelijke deuntjes en Katherine Anne Porter arriveerde in Yaddo in zo'n armlastige staat dat ze niet eens een eigen huis had. Porter schreef er Ship of Fools.

Malloten heeft Yaddo genoeg gezien. Cheever zette er graag de boel op stelten, en dochter Susan deed kennelijk niet voor haar vader onder. Luidruchtigheid in de avonduren levert de volgende dag weer smakelijke achterklap op. Truman Capote had er voor zijn tijd een schandelijke homoseksuele affaire met Howard Doughty.

Zwijgzaamheid kan ook voor merkwaardige situaties zorgen. In de eetzaal is een aparte tafel voor degenen, die geen zin in gesprekken hebben. Schrijver Matthew Witten herinnert zich een bizar voorval. 'Een collega zat weken aan de stille tafel. Plots mengde hij zich in een levendige discussie over Ronald Reagan. Hij sprak drie prachtig gearticuleerde zinnen, waarin hij Reagan met Hitler vergeleek. De rest van zijn verblijf sprak hij niet meer.'

Wat volgens dichteres Jan Heller Levi voor veel kolonies geldt, maar voor Yaddo in het bijzonder, is de tomeloze energie die er wordt opgewekt. 'Je bent zo actief, krijgt van alles voor elkaar. Het is dan ook vreselijk frustrerend als je weer thuiskomt. Want met geen mogelijkheid kun je dat ritme vasthouden.'

Dat maakt een plek als Yaddo ook zo uniek, en de herinneringen aan Katrina Task zo dierbaar. Het schijnt dat ze geregeld als geest in een badkuip opduikt, maar Heller Levi heeft zo haar bedenkingen. 'Iedereen brengt zijn eigen geesten mee.' Dat weerhoudt haar er niet van om elke avond, vlak voordat ze als laatste de lichtschakelaar in de zitkamer omdraait, met een glimlach te fluisteren: 'Dank je wel, Katrina.'

Tim Overdiek

Dit is de twaalfde aflevering in een serie die deze zomer op dinsdagen en zaterdagen wordt gepubliceerd. Eerdere afleveringen verschenen vanaf 11 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden