Wie doorbreekt de stilte rond de Culturele Revolutie?

Wat: het rapport van de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu over de Waarheidscommissie..

Voor wie: de president van China, Hu Jintao

Aanbevolen door: Hans Moleman, Volkskrant-correspondent in Shanghai.

Wat zou Hu Jintao tijdens de Culturele Revolutie hebben gedaan? Hij was in 1966 net 24, een kersverse ingenieur in de waterbesparingstechniek, afgestudeerd aan de gerenommeerde Tsinghua Universiteit in Peking. Op zijn twintigste was hij, zoon van een rijke theehandelaar in de arme provincie Anhui in het achterland van Shanghai, lid geworden van de Chinese Communistische Partij.

Hu’s biografie geeft geen uitkomst. Die houdt op in 1968. ‘Deed onderzoek en ontwikkeling bij het Departement Waterbesparing van de Tsinghua Universiteit. Was voor de Culturele Revolutie politiek instructeur’.

Zes jaar later verschijnt Hu weer op de radar. Hij zit in het barre binnenland van de provincie Gansu, als secretaris van het Provinciaal Bouwcomité en begint aan een lange tocht door de bureaucratische lagen van het regime, om in 2003 tot president van de nieuwe economische grootmacht China te worden uitgeroepen.

Was de jonge wateringenieur in de chaotische jaren van 1966 tot 1976 slachtoffer, dader, meeloper? Werd hij als rijkeluiszoontje en universiteitsemployé beschimpt en bespogen door Rode Gardisten, of voerde hij hen juist aan tegen zijn eigen professoren? Deed hij wellicht alleen maar een beetje mee vanaf de zijlijn, gedwongen, zoals het gros der Chinezen in die tijd, bang voor zijn eigen hachje?

Deze voorzomer is het veertig jaar geleden dat de Culturele Revolutie begon. Het waren jaren van terreur voor tientallen miljoenen mensen die door voorzitter Mao en zijn legervrienden werden aangemerkt als verderfelijk gespuis, dat met harde hand heropgevoed diende te worden, opgesloten, verbannen, mishandeld en zonodig geëlimineerd.

Tienduizenden, mogelijk honderdduizenden lieten het leven in die meedogenloze campagne tegen burgers die te liberaal, welvarend en goed opgeleid werden geacht, of wat verder maar als een bedreiging werd gezien in het Mao-kamp. De ontwikkeling van China kwam bijna een decennium stil te liggen. De machtsstrijd werd pas beslist toen de oude dictator overleed en zijn voornaamste consorten werden gearresteerd.

In China worden dezer dagen de misstappen en misdaden begaan onder het vaandel van de Communistische Partij níet herdacht.

De Partij is nog immer aan de macht, ze is door de economische groei machtiger dan ooit en ze heeft verordonneerd dat het ongewenst is. Er zijn vroeger fouten gemaakt, we moeten niet meer aan personeelsverheerlijking doen, zo luidt de oekaze uit Peking. En daarmee basta. Het eigen vuile verleden is zorgvuldig onder het tapijt geveegd, en daar moet het blijven.

Er zijn mensen, China-specialisten zelfs, die zeggen dat het zo maar beter is. Want rakel je het verleden op, dan komen er zoveel boze geesten uit de fles in dat enorme, gemaltraiteerde land dat het einde zoek is. Burgeroorlog kan het worden, de boel kan uit elkaar vallen – en daar is niemand mee gebaat, zeker nu China zich heeft gepositioneerd als scherp geprijsde fabriek van de wereld.

Er is wat voor te zeggen om het verleden maar te laten rusten. Chinezen zijn pragmatische mensen: ze hebben genoeg ellende achter de rug, ze willen vooruit kijken, naar die betere toekomst die voor het grijpen lijkt. De trauma’s van de hoogtepunten van communistische repressie moeten ze maar in stilte verwerken, van de moordende hongersnood door de Grote Sprong Voorwaarts via de Culturele Revolutie tot het bloedbad van de studentendemonstraties in Peking, afgelopen zondag 4 juni precies zeventien jaar geleden.

Maar zo’n pragmatische aanpak van voorwaarts en gauw vergeten kan wel eens heel gevaarlijk blijken. Want hoe kun je van de autoritaire, postcommunistische regering die nu in Peking zetelt, verwachten dat ze van fouten leert, als het feilen consequent wordt weggemoffeld? Het risico, voor China en de rest van de wereld, is dat je dan over tien of twintig jaar met machthebbers en een nieuwe wereldmacht zit opgescheept die niet willen deugen.

Wie verder kijkt, kan verontrustende tekenen aan de wand ontwaren. De manier waarop China dubieuze regimes steunt, van Zimbabwe en Sudan tot Birma, in ruil voor de grondstoffen die China’s industriële monster nodig heeft, voorspelt weinig goeds. De hypocrisie waarmee Peking met essentiële beschavingsnormen als mensenrechten omspringt.

China is hard toe aan kritisch zelfonderzoek. Er is gelukkig een indrukwekkend voorbeeld voor handen: Zuid-Afrika, waar een fout regime uiteindelijk de moed had een waarheids- en verzoeningscommissie in te stellen die het eigen foute verleden doorploegde.

Hu Jintao zou het twee vuisten dikke rapport van de commissie van aartsbisschop Desmond Tutu eens moeten doornemen. Of op zijn minst No one to blame?, het boek van de Zuid-Afrikaanse mensenrechtenadvocaat George Bizos.

Stel je eens voor: op een mooie dag is daar een Chinese Waarheidscommissie, die pragmatisch en publiekelijk lessen trekt uit de eigen geschiedenis. Dat past veel beter bij een land met zo’n grote oude beschaving als China dan die huidige zo treurige samenzwering van stilte, toch, meneer de president?

Hans Moleman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden