Wie denk je eigenlijk wel niet dat je bent?

Beeld de Volkskrant

In het land waar meerkoeten van bindlinten nesten bij de grachten maken, kwamen op kleine en grote pleinen denkbeeldige fonteinen te staan. Mijn vrienden en kennissen dronken van dat water. En wie de mond onder dat water had gezet, werd besmet met een ziekte die dertig jaar geleden geen naam had.

In die jaren hoorden we de voetstappen van een nieuw millennium naderen. Ik smeekte iedereen om uit de buurt van die fonteinen te blijven. 'Zien jullie dan niet dat het nieuwe water tot zotheid leidt', huilde ik als een op de kust aangespoelde walvis.

Betoverd door de verrukkelijke smaak van dat water luisterde geen hond naar mij. Ze dronken het op, kropen nog meer naar elkaar toe en praatten nergens anders meer over dan over hun 'identiteit', hun achtergrond, de discriminatie en het slachtofferschap. Mij sleepten ze met alle kracht ook naar een fontein. Ik was een twintiger, stond in de kracht van mijn leven, heb me weten los te maken van het touw aan mijn polsen en ontvluchtte de delta en het delirium.

In het andere continent waar ik ging wonen en waar ik niet meer de kansarme gastarbeiderszoon was, ging ik een keer naar de bioscoop. Daar moest de hoofdpersoon van The Gladiator antwoorden op de vraag wie hij was. Ik hoorde hem zeggen: 'Mijn naam is Maximus Decimus Meridius, commandant van het leger van het Noorden, loyaal aan de ware Keizer, Marcus Aurelius. Ik ben de vader van een vermoorde zoon en de echtgenoot van een vermoorde vrouw. En ik zal ze wreken, in dit leven of in het volgende.'

Toen pas kon ik het begrip identiteit voor mezelf duiden. Maximus had een identiteit. Hij had die verkregen door zijn nagels in muren van graniet te zetten. Hij steunde niet op een cultuur waar hij in geboren was of op een religie die vanaf zijn geboorte aan hem was opgedrongen.

Identiteit is wat er na het slagveld dat het leven heet van jou is geworden. Figuren die hun identiteit ontlenen aan fantasieën over de geschiedenis van hun voorouders, aan kleding die ze in navolging van hun ouders dragen of aan de kleur van hun huid zijn in mijn ogen kippen die broeden op kalkeieren.

Na vele jaren van vrijwillige verbanning kwam ik weer terug naar de delta en kon het niet laten om weer te roepen dat ze niet van het water van die fonteinen moeten drinken. Mijn landgenoten van voorheen sturen mij nu boze berichtjes, ze schelden mij de huid vol, noemen mij altijd een verrader en vragen vaak wie ik dan wel ben.

Wie ik ben?

Ik ben een migrantenkind, midden in een onmogelijke reis om de woorden die in mij opkomen in een universele pen te vangen.

Ik ben degene die na iedere mislukking altijd weer doorgaat. Doorweekt ben ik omdat degenen die ik liefhad niet met mij onder dezelfde paraplu hebben willen lopen.

Ik ben de versregels van de liedjes die mijn vader op de Rotterdamse haven heeft gezongen.

Ik ben het gebroken hart van kinderen met kanker in het bloed dat ik om precies te zijn twee jaar lang heb horen kloppen.

Ik ben nu terug en weet dat inmiddels het hele land van het zoete water van de 'identiteitspolitiek' heeft gezopen. Zelfs het belezen volk heeft alleen aandacht voor de verhalen van 'schrijvers met een kleur' als die voorspelbare, autobiografische boeken uitgeven over hun vaders en hun opa's.

We zijn dertig jaar verder en ik zoek naar de sleutel van de kooi waarin ze mijn literaire werk hebben opgesloten. De denkbeeldige fonteinen hebben hun werk gedaan in dit land. In deze tijden van de totale epidemie is de mens op deze drassige grond een reus die tevreden het hoofd knikt als iedereen en alles is gedegradeerd tot een sjabloon van zwart of wit.

Kortom, de kudde die ik heb verlaten vult mijn mailbox met scheldwoorden, de rest kijkt mijn werk niet eens in omdat de lectuur van een gastarbeiderszoon alleen interessant is als die het over een crimineel verleden of over de opa op de ezel heeft.

Maar ik heb mijn zegje nog niet gedaan. Want mijn naam is weliswaar geen Maximus Decimus Meridius, maar ik ben wel de commandant van de verbeelding en van de pen, loyaal aan de identiteit die ik in verre oorden in mijn eentje heb verkregen.

Opgegroeid in de kou van de Kaukasus. Gewend aan die kou.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden