Wie Brielle zegt, zegt Watergeuzen

Met de restauratie van de Sint Catharijnetoren neemt Brielle bewust een financiële gok. Als het rijk niet bijspringt, zal het project nog tientallen jaren op de lokale begroting drukken....

ALS EEN gewonde reus staat de megalomane Catharijnetoren van Brielle in het open polderlandschap van Voorne. Op de been gehouden door plastic bandages die bollen van de harde westenwind en gespalkt met 25 kilometer steiger wacht het stompe middeleeuwse bouwwerk op zijn derde restauratie van deze eeuw.

Voor de inwoners van de geuzenstad brengt dit allerlei vormen van ongemak die ze al weer tijden ontwend zijn, want de laatste renovatie dateert van de jaren vijftig. Het skelet van bouwmaterialen onttrekt de klokkentoren aan het oog waardoor het kloeke uurwerk, veel gebruikt anachronistisch baken in een digitaal tijdperk, niet meer zichtbaar is. Ook de carillonconcerten op zondagmorgen, geconsumeerd door een kleine groep muzikale fijnproevers, die daarvoor neerstreken op de onder de bomen verscholen bankjes, gaan voorlopig niet door.

De 56 meter hoge kerk mag het beeld van de wijde omgeving dan volledig overheersen, het is een herkenningspunt met een geringere zeldzaamheid dan je zou vermoeden. Sluis, Zierikzee, het Vlaamse Damme en het Franse Lille hebben ook zo'n afgeplatte stenen kolos in hun midden die reizigers van verre als een magneet naar zich toe lokt. Allemaal plaatsen met een levendige handel die met een Godshuis van monstrueuze afmetingen hun ontwikkeling luister wilden bijzetten.

Al die kathedralen in spe wachtte trouwens eenzelfde lot. Minstens één keer brandden ze af, en vanwege geldgebrek bereikten ze nooit de hoogte die hen eeuwigheidswaarde had kunnen geven. Ook de Grote of Sint Catharijnekerk in Brielle is zo'n onvoltooide bouwwerk. Hij moest minstens honderd meter de lucht inschieten en had nog veel buikiger van omvang moeten zijn. De plek aan de achterzijde van het kerkgebouw waar de stijlbreuk zijn beslag kreeg en metsel- en timmerlieden aan het einde van de vijftiende eeuw hun gereedschap neerlegden, ziet er nog steeds onaf en ruw uit. Het lijkt of bouwers en bevolking er indertijd van de ene op de andere dag genoeg van kregen.

Met het ingrijpende herstel van de Catharijnetoren neemt Brielle bewust een financiële gok. De vele lekkages hebben in de loop van de jaren grote schade aangericht. Hoewel er nog geen uitsluitsel is over de hoogte van de rijkssteun, móeten de kieren en scheuren in het monument worden gedicht en de door de elementen aangevreten natuursteen vervangen. Daarom restaureert de gemeente voorlopig voor eigen rekening. Kosten: vijf miljoen gulden. Als het rijk geen verlichting schenkt, drukt het project tot halverwege deze eeuw op de lokale begroting.

'Langer wachten is echter niet meer verantwoord. Als je een historische stad wilt zijn, moet je het goed doen', vindt Ernst van de Weghe, de voorlichter van de gemeente, die me langs de haven over de zuidzijde van het Maarland loodst. Pakhuizen en koopmanswoningen aan beide kanten van het water laten daar de sfeer herleven uit de tijd dat Brielle nog een bloeiende handelshaven was.

Geen pand is hetzelfde. Waar nu in de nieuwe stedelijke uitbreidingen uit sociale overwegingen gedifferentieerd bouwen in ere wordt hersteld, was het toen de normaalste zaak dat je iemands rijkdom of armoe aan zijn woning kon aflezen. Dus wisselen statige en elegante patriciërswoningen (waarvan sommige van de hand van de bekende bouwmeester Hendrik de Keyser), met kunstig in de raamkozijnen verstopte ornamenten, en smalle, bedompte arbeiders- en vissershuisjes elkaar af. De eerstgenoemde categorie is in de meerderheid, want de haven was de spil van het economische leven in Brielle en je moest over aardig wat revenuen beschikken om daar op de eerste rang te kunnen zitten. Nu weer trouwens; daar zorgen zichzelf voorbijsnellende makelaars wel voor.

TOCH LEEFT de vestingstad aan de Maasmond, lange tijd de waakhond voor de scheepvaart in dit gebied, niet in de eerste plaats in de geschiedenis voort als handelsplaats. Wie Brielle zegt, zegt Watergeuzen, Alva en 1 april 1572. Op die dag veroverden de geuzen Brielle op het Spaanse leger. De aanhangers van Willem van Oranje, vertrouwd geraakt met nederlagen in dat stadium van de Tachtigjarige Oorlog, zagen er een beslissend keerpunt in.

De Briellenaren zelf trouwens ook; niet voor niets hanteren ze heden ten dage nog altijd de woorden Libertatis Primitae als wapenspreuk. Eersteling der vrijheid dus, zo wordt het ook de tienduizenden bezoekers ingeprent die elk jaar op 1 april komen kijken wanneer de Brielse gemeenschap in een massa-enscenering de gebeurtenissen van vier eeuwen terug dunnetjes overdoet.

Speciaal voor dat historisch schouwspel vaart een replica van een geuzenschip door de haven met kanonnen die op butagas in plaats van kruit doffe knallen produceren en kogels van piepschuim de ruimte in schieten.

De gebeurtenis maakte van Brielle niet alleen een reformatorisch bolwerk, maar ook een katholiek pelgrimsoord. Tolerantie is een schaars goed in tijden van oorlog en de geuzen, toch al niet de meest fijnbesnaarden onder het oproerige volksdeel dat de staat der Nederlanden fundeerde, lieten op 9 juli 1572 zeventien monniken uit Gorinchem ophangen. De locatie van die terechtstelling, enkele kilometers buiten het ommuurde deel van de vesting, is sindsdien een roomse bedevaartsplaats met een kerkgebouw dat weliswaar kleiner, maar net zo robuust, plomp en dominant is als de Catharijnekerk.

DE WANDELING ernaar toe voert langs plekken die een heel ander licht op Brielle werpen. Het eerste stuk gaat over de verdedigingswallen, behalve historisch inmiddels ook ecologisch een monument door de aanwezigheid van zeldzame mossen en planten die de rode baksteen een vaalgroene kleur geven. In de verte breken vage omtrekken van caravans en aan de ketting dobberende plezierjachten door het riet. Door het ontstaan van het Brielse Meer in de jaren vijftig verdient het gros van de bevolking tegenwoordig een goed belegde boterham aan de recreatie. Het vele water trekt ook zeldzame trekvogels aan die, op weg naar de zuidelijke warmte, in deze contreien komen fourageren.

De vette klei zuigt aan het schoeisel op het open veld waar de martelaren van Gorinchem smartelijk aan hun einde kwamen. De secularisatie heeft ook deze heiligen getroffen. Jaren was het op deze gewijde plek een drukte van belang, en stroomde de kerk vol met pelgrims. Maar nu die steeds meer verstek laten gaan, wordt pas duidelijk dat de Bedevaartskerk in een desolate uithoek ligt.

Een van de twee uitspanningen heeft door de dalende klandizie inmiddels haar deuren moeten sluiten en is nu in gebruik als woonhuis. De andere intrigeert voornamelijk door haar naam: het Huis van de Twee Getuigen. Van de Weghe ontrafelt het mysterie. 'Volgens de overlevering is de moord op die monniken slechts door twee inwoners van Brielle gezien. Dit etablissement is naar hen genoemd.'

Voor de rest weet Brielle wel raad met zijn vierhonderd monumenten die bijna alle een actuele bestemming hebben gekregen. Het stadhuis, dat uit 1794 dateert, biedt onderdak aan het Historisch Museum, de stervormige vesting maakt deel uit van een lange-afstandwandelpad, de sloepenloods van de torpedisten is nu het domein van een schietvereniging, in het Groot Arsenaal (1708) huist de bibliotheek en in de Jacobskerk (de vroegere kapel van het gelijknamige Gasthuis) heeft onder anderen een huisarts zijn intrek genomen. De akoestiek in de kerk is zo helder dat het plaatselijke vocaal ensemble regelmatig uitwijkt naar een andere repetitielokaal om te ervaren wat het betekent te zingen in een oefenruimte waar geluid verdrinkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden