Wie betaalt de wederopbouw van Sint Maarten?

Nu de ravage en ontreddering op Sint Maarten in hun volle omvang door beginnen te dringen tot Nederland, volgt de vraag wie de schade en wederopbouw gaan betalen. Die vraag is ingewikkeld, omdat Sint Maarten staatkundig gezien een autonoom land is - maar wel binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het is uitgesloten dat het kleine eiland deze klap alleen kan verwerken.

Een man bij zijn vernielde huis op Sint Martin. Beeld afp
Een man bij zijn vernielde huis op Sint Martin.Beeld afp

Tot nu toe ontwijkt het kabinet vragen over de Nederlandse rol bij de wederopbouw van Sint Maarten en de andere getroffen Caribische eilanden. 'De eerste prioriteit is noodhulp', herhalen zowel premier Rutte als minister Plasterk van Koninkrijksrelaties al twee dagen.

Het bestuur en daarmee het organisatorisch vermogen van het 40 duizend inwoners tellende Sint Maarten is zo goed als ingestort. De economie, voor 80 procent afhankelijk van de toeristenindustrie, ligt plat. De hotels en de haven zijn kapot, het vliegveld is alleen open voor militair gebruik. Geld bestedende bezoekers zijn voorlopig niet te verwachten.

Als Nederland niet financieel bijspringt, is de kans groot dat er van wederopbouw niets terecht komt. Daarmee komt de vraag onvermijdelijk op het kabinet af: hoe moet het verder?

'Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten verlenen elkander hulp en bijstand', staat in artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Het kabinet handelt daar nu ook naar: voorafgaand aan de ramp waren al militairen op de eilanden afgezet. In de buurt lagen schepen met proviand klaar. Binnen een dag is extra hulp ingevlogen.

Maar de statutaire verplichting elkaar te helpen, betekent niet dat Nederland alle kosten van de rampspoed moet betalen. Eigenlijk is daarover niets geregeld. Bovendien is Sint Maarten, voorheen deel van de Nederlandse Antillen, sinds 10 oktober 2010 een zelfstandig land dat geen geld meer krijgt uit Nederland. Het is zelf verantwoordelijk voor zijn inkomsten en uitgaven (met een begroting van zo'n 200 miljoen euro per jaar). Dat is al moeilijk genoeg, gelet op de gebrekkige integriteit van bestuur. Het land staat onder curatele van waakhond College financieel toezicht (Cft).

'Als Nederland niets zou bijdragen, heeft Sint Maarten alleen deze zin uit artikel 36 van het Statuut om zich op te beroepen', zegt Gert Oostindie, hoogleraar Caribische geschiedenis. 'Daarmee zou het land bij de Raad van State om een oordeel kunnen vragen. Maar de zin geeft Nederland wel een morele verplichting om Sint Maarten te helpen. Al blijft de hoogte van het bij te dragen bedrag arbitrair. En er is geen geschillenregeling.'

Ravage na orkaan Irma op Sint-Maarten Beeld anp
Ravage na orkaan Irma op Sint-MaartenBeeld anp

De Nederlandse verantwoordelijkheid ligt anders bij de zogenoemde BES-eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat zijn 'bijzondere gemeenten' van Nederland en de laatste twee zijn ook getroffen. Zij krijgen een bijdrage van ruim 200 miljoen euro per jaar vanuit Den Haag voor overheidsvoorzieningen zoals onderwijs. Van dat geld hoeven de eilanden geen schade na een natuurramp te betalen. Daarvoor is Nederland verantwoordelijk. Als Utrecht of Den Bosch getroffen zouden worden door een orkaan, zou het Rijk ook financieel en organisatorisch bijspringen.

'Niemand bestrijdt de morele verantwoordelijkheid van Nederland', zegt Jeroen Dijsselbloem, demissionair minister van Financiën. Maar om te speculeren over consequenties voor de begroting is het ook volgens hem te vroeg. Dat het om tientallen miljoenen euro's zal gaan, is geen gewaagde veronderstelling. In 1995 sprong Nederland financieel bij nadat orkaan Luis over Sint Maarten raasde.

'Wij laten Sint Maarten niet in de steek', zei Rutte vrijdag. Sint Maarten zal straks een plan voor wederopbouw moeten overleggen en dan zal blijken hoe diep Nederland in de buidel tast. Wie nu wil helpen, aldus Plasterk, kan het beste geld storten op gironummer 5125 van het Rode Kruis.

Orkaan Luis

Ook in 1995 werd Sint Maarten zwaar getroffen. Orkaan Luis kostte negen mensenlevens, verwoestte 60 procent van de huizen en richtte voor 1,3 miljard euro schade aan. De rekening werd betaald door Nederland, de Antilliaanse regering en donateurs van hulporganisaties. Onbekend is hoeveel de Nederlandse regering exact betaalde. Toenmalig premier Wim Kok zei daags na de ramp: ‘We zullen alle mogelijke hulp en assistentie geven. We kunnen nu niet even de andere kant opkijken.’

Hoe zat het ook alweer met de eilanden?

Lees verder over de natuurramp op Sint Maarten

Mondjesmaat komt de noodhulp op gang. Intussen koerst Irma - nog altijd met vernietigende kracht - af op Cuba en Florida. Volg de laatste ontwikkelingen rond het Caribische stormweer in ons liveblog.

Irma was zes uur lang de meesteres op Sint Maarten. 'It's the fucking apocalypse'. Lees hier de indrukwekkende reportage van onze correspondent Kees Broere (+)

Sheila Sitalsing: 'Tegen Irma is geen orkaanbestendige scharnier bestand. Of verzekeringspremie' (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden