Wie bepaalt wat onze kinderen moeten lezen?

Vergeten schrijvers

Welke boeken halen de canon en waarom? Aleid Truijens in een verwarrende zoektocht naar wat waarde houdt en wat niet. En naar wie dat bepaalt. Het beste boek zal toch niet De ontdekking van de hemel zijn!

Beeld Cigdem Yuksel

Wie zijn de beste jonge schrijvers van Nederland? Welke vijf boeken neem je mee naar een onbewoond eiland? Wie zijn de drie meest overschatte schrijvers, wie de meest onderschatte? En, met het pistool op de slaap gezet: wat is het aller-, allerbeste boek dat je ooit hebt gelezen? Eerlijk!

Zulke vragen krijg je, onvermijdelijk, als je een tijdje over literatuur schrijft. Dan word je gebeld door iemand die een top-100 van de Nederlandse literatuur samenstelt, of de toplijstjes van literaire critici. Lijstjes, altijd leuk.

Ik vind het rotvragen. Twintig lievelingsboeken of tien favoriete schrijvers kiezen gaat nog, maar preciezer moet het niet worden. Het is wreed om dingen waarvan je houdt in een rangorde te zetten. Dat is zoiets als kiezen tussen je vader of moeder, je beste vrienden of je kinderen. Dat doet de schakeringen van de liefde geen recht. En daarbij, je bent pas uitgelezen als je dood bent. Elke dag kan het boek verschijnen dat alle andere in de schaduw zet.

Beeld Cigdem Yuksel

Geen consensus over de canon

Dat er zoiets bestaat als literair erfgoed, daarover is iedereen het eens. Het zijn de boeken die het bestendige hart van 'de' literatuur vormen. Over die canon bestaat enige consensus. De meeste mensen zullen er niet van opkijken dat Louis Couperus, W.F. Hermans en Gerard Reve tot de canon behoren, en de dichters J.C. Bloem, J.J. Slauerhoff en Vasalis.

Hella Haasse, Nescio en Simon Vestdijk eveneens, al is over hen meer discussie. Zeker is dat Olaf de Landell, Ina Boudier-Bakker, Jan den Hartog, Nel Noordzij, Appie Baantjer en Toon Hermans niet tot de canon behoren, ook al verschenen hun boeken in hoge oplagen en werden ze stukgelezen. Maar de óók veelgelezen en bewonderde Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt? Die horen toch tot de top? Of zijn die niet zwaarwichtig genoeg?

Dan hebben we het alleen nog over de doden. Hun oeuvre is af, zit in een doos en kan worden bijgezet, met een mooie strik erom. Het Letterkundig Museum in Den Haag heeft in 2007 een selectie gemaakt van honderd Nederlandstalige dode schrijvers die er het meest toe doen: het Pantheon. De lijst begint met Henric van Veldeke (geboren 1128) en de jongste dode is Frans Kellendonk (1952).

Beeld Cigdem Yuksel

Populaire boeken voor de leeslijsten van middelbare scholieren, op basis van een kleine steekproef onder docenten Nederlands (titels chronologisch).

1 Bernlef Hersenschimmen (1984)
2 Boudewijn Büch De kleine blonde dood (1985)
3 Arnon Grunberg Blauwe maandagen (1994)
4 Karel Glastra van Loon De passievrucht (1999)
5 Tommy Wieringa Joe Speedboot (2005)
6 Dimitri Verhulst De helaasheid der dingen (2006)
7 Robert Vuijsje Alleen maar nette mensen (2008)
8 P.F. Thomése J. Kessels - The novel (2009)
9 Herman Koch Het diner (2009)
10 A.F.Th. van der Heijden Tonio (2011)

Dit vinden we belangrijk

Maar Louis Ferron staat er niet bij. Simon Carmiggelt wel, gezellig samen met Renate Rubinstein, en Marten Toonder gelukkig ook. En hé, F.B. Hotz! Maar waar is Annie M.G. Schmidt? Pech hebben de schrijvers die ná 2007 zijn overleden, zoals Hella Haasse en Harry Mulisch. Het Pantheon sloot zijn deuren bij honderd.

Wie bepaalt eigenlijk welke boeken tot 'de' canon behoren? Op grond van welke criteria?

Een canon is een canon omdat-ie canon heet. Er zit iets zelfbevestigend in canonvorming: dit vinden we nu eenmaal belangrijk. Dit zijn de boeken die de tand des tijds hebben doorstaan, die invloed hadden op het collectieve denken, die een vernieuwende stijl of experimentele vorm hadden, die typerend zijn voor een periode of juist dapper de tijdgeest trotseerden - al die criteria kunnen meespelen. Het is maar wat de canonvormer belangrijk vond.

Van oudsher wordt een canon gevormd in academische kring. Het zijn de hoogleraren letterkunde die grote literaire overzichtswerken schrijven. Die turven zijn verplichte kost voor hun studenten, de toekomstige leraren, de nieuwe generaties literaire critici en uitgevers. Zij zijn de deskundigen die plaatsnemen in commissies die de inhoud van ons onderwijs bepalen.

Beeld Cigdem Yuksel

Literaire Stasi

Tegenwoordig is de overheid voorzichtig in het voorschrijven van lesinhoud. De laatste keer dat een commissie probeerde vast te stellen wat scholieren bij hun eindexamen havo en vwo van literatuur moesten weten, in 1990, ging het lelijk mis.

Ton Anbeek, Jaap Goedegebuure en Harry Bekkering stelden een lijst op van 21 titels uit de Nederlandse literatuur na 1830, boeken aan de hand waarvan het verhaal van de literatuur zich liet vertellen. Er stonden geen onverwachte titels op. Toch kregen de letterkundigen loeiende verontwaardiging over zich heen.

Een schuimbekkende Jan Wolkers voer in het Journaal uit tegen de drie commissieleden; dit was 'staatspedagogiek'! Bernlef sprak van 'een decreet'. De drie zouden een 'literaire Stasi' zijn die jonge mensen hun smaak wilde opdringen en hun daarmee voorgoed de lust tot lezen zouden ontnemen. Wat de boze schrijvers niet beseften, is dat ze met hun kritiek bijdroegen aan de marginalisering van het literatuuronderwijs.

Beeld Cigdem Yuksel

Tiplijst
'Nieuwe' kandidaten voor de canon van de Nederlandstalige literatuur volgens Aleid Truijens (na 1980, chronologisch).

1 Cees Nooteboom Rituelen (1980)
2 A.F.Th. van der Heijden De tandeloze tijd (eerste deel 1983)
3 Judith Herzberg Dagrest (1984)
4 Frans Kellendonk Mystiek lichaam (1986)
5 F.B. Hotz Eb en vloed (1987)
6 Maria Stahlie De lijfarts (2002)
7 Hella S. Haasse Sleuteloog (2002)
8 Arnon Grunberg De asielzoeker (2003)
9 Doeschka Meijsing Over de liefde (2008)
10 Tom Lanoye Sprakeloos (2009)

Weinig vrouwelijke auteurs

Sindsdien moeten neerlandici die vinden dat je het blikveld van kinderen best iets mag verbreden door iets buiten hun 'leefwereld' aan te bieden, zich altijd verdedigen. Alsof je puberale oordelen als 'saáááí' heel erg serieus moet nemen. Alsof 'leesplezier' niet kan samengaan met het ontdekken van nieuwe dingen, die eerst misschien raar of moeilijk leken.

In lood geklonken is die academische canon natuurlijk niet. Het is niet voor niets zo dat vrouwelijke auteurs in elke literatuurgeschiedenis een marginale rol spelen. Dat komt doordat vrouwen in het verleden meestal niet geneigd waren om zich met een groepje in een café tot stroming uit te roepen.

Het zal er ook iets mee te maken hebben dat die boeken allemaal geschreven zijn door mannen, zoals ook tot ver in de vorige eeuw de hoogleraren letterkunde steevast mannen waren, net zoals vooraanstaande uitgevers. Pas aan het eind van de vorige eeuw kwam daar verandering in.

Beeld Cigdem Yuksel

Aan de lichte kant

Waarom is dit boek literatuur en dat andere niet? Het blijft een moeizaam onderwerp, waar elke leraar die met de havo- en vwo-leerlingen hun keuze voor 'de lijst' doorneemt, mee worstelt. Het zijn er op het vwo nog maar twaalf trouwens, die te lezen boeken en op de havo acht. Harde eisen zijn er niet.

Je hebt leraren die van hun vwo-leerlingen verwachten dat er boeken op staan waarvoor ze hun best moeten doen. Ze moeten hun leerlingen uitleggen dat een lijst met alleen Tomas Ross, Saskia Noort, Kluun en Simone van der Vlugt aan de 'lichte' kant is.

Maar dat zijn precies de boeken die hun moeders hebben aangeraden! En ja, maak maar eens hard dat Tonio van A. F. Th. van der Heijden grote literatuur is en Komt een vrouw bij de dokter niet, terwijl ze om allebei toch erg moesten huilen.

Beeld Cigdem Yuksel

Populaire Lijsters

Het ís ook hinderlijk subjectief, dat oordeel. Voor sommige leraren is Ronald Giphart al 'te popi', Het Diner van Herman Koch 'te licht' en Renate Dorrestein 'te makkelijk' - alsof elke bestseller besmet is en leesbaarheid een vloek - terwijl anderen vinden dat jeugdboeken en sportcolumns best kunnen. De één vindt Arthur Japin de absolute top, voor de ander is dat pure edelkitsch.

Leraren hebben vaak een voorkeur voor boeken die ze zelf in hun puberteit verpletterend vonden. Lees Reves De avonden, jongens en meisjes, een meesterwerk! Mijn vrienden en ik lazen dat boek tien keer, citeerden er te pas en te onpas uit, terwijl de tranen van het lachen ons over de wangen liepen. De zwartgallige humor uit dat boek is aan de hedendaagse puber zelden besteed. 'Wat een gare gast', oordeelde mijn dochter, 'die man is een patiënt.'

Niet alleen de opeenvolgende generaties leraren Nederlands bepalen zo mede de canon, ook de uitgevers die reeksen boeken voor middelbare scholieren samenstellen - zoals de populaire serie Lijsters van Noordhoff - en uitgevers die bepalen welke klassiekers worden herdrukt, hebben een stevige hand in canonvorming, net zoals aanlopende bibliotheken.

Beeld Cigdem Yuksel

Ook een nuttige website als lezenvoordelijst.nl, opgericht door vakdidacticus Theo Witte, waarop boeken op 'leesniveaus' zijn ingedeeld, heeft invloed. En de inkopers van grote boekhandelketens, die ervoor zorgen dat overal dezelfde twintig boeken op tafels uitgestald liggen en alle andere geen kans krijgen. Hoewel het nog steeds niet zo is dat bestsellers vanzelf tot de canon doordringen.

Wie heeft uiteindelijk het laatste woord? Of zit er niemand meer te wachten op zulk gezag? In dat geval resten alleen de rijtjes en de lijstjes van individuele lezers. In 2007 werd het Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden gekozen. Het volk sprak: De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch was de beste roman ooit; nummer twee was Het huis van de moskee van Kader Abdolah. Zijn dit nu echt de twee allerbeste boeken die onze literatuur heeft voortgebracht? Ik mag hopen van niet.

Beeld Cigdem Yuksel

Vergeten schrijvers

Anton Koolhaas
Groot oeuvre, grote naam (inclusief P.C. Hooftprijs) - nu nog maar mondjesmaat -leverbaar.

Jan Willem Holsbergen
Opzoeken in het antiquariaat: De handschoenen van het verraad (1959), Een koppel spreeuwen (1961).

Enno Develing
Verkondigde het ¬verdwijnen van traditionele fictievormen (Het einde van de roman, 1973), nu zelf verdwenen.

R.J. Peskens
Zijn uitgeverij blijft een monument, de romans die Van Oorschot schreef als R.J. Peskens (Twee vorstinnen en een vorst; mijn tante Coleta) zijn dat minder.

Joop Waasdorp
Zwerver en dwarsligger, met zout water in de aderen.
Zie: Welkom in zee! (1970).

Herman Pieter de Boer
Zalig zijn de schelen (1972, met Betty van Garrel) werd na 40 jaar herdrukt. Andere bestsellers (Het damesorkest, Het herenhotel) zijn nog niet herontdekt.

Bert Jansen
Nozzing but ze bloes (1975), herdrukt als En nog steeds vlekken in de lakens (1978), verhalen van een provinciaal die de popwereld in wil.

Eelke de Jong
Journalist en schaapherder die furore maakte met verhalen in Mae West in Giethoorn (1978) en De eenzame oorlog van Koos Tak (1983).

Thomas Rap
De uitgever die ook dichtte: Doorzonwoning - ¬moderne gedichten (1979) en ¬Kantoor - monumentale gedichten (1981).

Hellema
Alias van Lex van Praag, debuteerde na z'n 60ste met het geladen Langzame dans als verzoeningsrite (1982).

J. Ritzerfeld
Oscar Timmers, jarenlang in de leiding van uitgeverij De Bezige Bij, publiceerde zelf onder de naam Ritzerfeld. Fijnproevers¬tip: De Poolse vlecht (1982).

René Stoute
Na het junkieverdriet van Op de rug van vuile zwanen (1982) werd René Renate en volgde Uit een oude jas vol stenen (1999).

J.M.H. Berckmans
Rock & Roll met Frieda Vindevogel (1991), Vlaams saluut aan Jan Arends; goed en gek.

Carl Friedman
Bekend van haar debuut Tralievader (1991). Toen duidelijk werd dat ze - anders dan ze had verteld - niet Joods is, verslapte de belangstelling.

Pim Wiersinga
Na debuut Honingvogels (1992) en het omvangrijke Gracchanten (1995) werd hij een schrijfdocent die zelf niet meer het goede voorbeeld gaf.

Russell Artus
Zonder wijzers was in 1995 een overrompelend debuut. Na zeven jaar stilte volgde nog ¬Onpersoonlijkheid.

Josien Laurier
Een hemels meisje (1993), Voor ons ligt een dag van bramenjam (1997). Ooit werd 'de grote roman' van Laurier aangekondigd, sindsdien is het stil.

Joris Moens
Na drie boeken vol hoekige personages, waaronder Bor (1993) en Zondagskind (1995), hield Moens het voor gezien.
Rob van Erkelens
Na zijn roman Het uur van lood (1993), die grotendeels was gesampled, wist Van Erkelens niets meer te vertellen.

Jack Nouws
De columnist Nouws vertilde zich aan een roman met een slome duikelaar als hoofdpersoon, De gemonteerde vrouw (1997).

Jeroen Mettes
Nagelaten werk (2011), met het lange gedicht N30, bezorgde de schrijver postume lof. Maar Mettes zou een geheimtip blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.