Column

'Wie ben ik?' is een vraag zonder uiteindelijk antwoord

Of je een lichaam hebt dan wel je lichaam bent, is een oude kwestie die meestal leidt tot de conclusie dat het allebei waar kan zijn. De laatste tijd doemt het onderscheid tussen hebben en zijn ook op bij het begrip identiteit, vaak gebruikt in combinatie met 'eigen'.

'Wie ben ik?', is een interessante en tegelijkertijd een volkomen oninteressante vraag. Beeld thinkstock

De eigen identiteit.

Identiteit is een begrip uit de logica, waarmee wordt uitgedrukt dat dingen hetzelfde zijn. A = A. A is identiek aan A. Trump is de Trump, een olifant is een olifant en een porseleinkast is een porseleinkast. Al deze relaties zijn gebaseerd op zijn. Maar sinds kort zie je bij het gebruik van het begrip identiteit een duidelijke verschuiving van zijn naar hebben. Wij hebben een eigen identiteit.

Sterker nog: vaak hoor je dat mensen verschillende identiteiten hebben, wat dan weer - vreemd genoeg - wordt uitgedrukt met zijn. Wij zijn man of vrouw, wij zijn blank of zwart, wij zijn Nederlander of Marokkaan, enzovoort. Het woordenboek vertaalt deze vorm van identiteit met eigenheid. De mens als samenstel van eigenheden.

Wat je ook veel leest, is dat mensen worstelen met hun identiteit. Zo'n worsteling komt er meestal op neer dat zij niet weten wie zij zijn. 'Wie ben ik?', is een interessante en tegelijkertijd een volkomen oninteressante vraag. Ooit heette zelfs een televisiespelletje Wie ben ik? en ik herinner mij dat Gerard Joling en Patty Brard eraan meededen. 'Wie ben ik?' is een vraag zonder een uiteindelijk antwoord, en dat is natuurlijk het mooie ervan. En als er toch een antwoord komt, dan levert de uitkomst vaak niets nieuws op: A = A.

Toch schijnt het niet meer zonder identiteit te kunnen. Volgens de Britse schrijfster Zadie Smith, die geïnspireerd zou zijn door Nabokov - ja, hallo -, is 'alles identiteit'. Ze heeft zelfs aan een 'toe-eigening' van identiteiten gedaan, tenminste dat begreep ik uit het interview dat afgelopen maandag in dit katern stond. Zo'n beetje alle identiteiten zitten in Zadie: ze is behalve Brits ook Bengalees, Jamaicaans, Joods, vrouw, getint en nog heel veel meer.

Als alles identiteit is, ben ik geneigd te denken dat niets identiteit is. Dan is identiteit een containerbegrip geworden, een soort ether waarvan je later niet moet opkijken als het niet blijkt te bestaan. Kortom, het is misschien een lange mars geweest om van logica ten slotte pure metafysica te maken, maar bij het begrip identiteit is het gelukt.

Van Ronit Palach is vorige maand een boek verschenen met de treffende titel Ontroerende onzin. Daarin worden joden geïnterviewd over 'de joodse identiteit in Nederland'. Ook veel joden zijn er kennelijk mee bezig: dat gezoek naar de eigen identiteit.

Ik moet daarbij altijd denken aan Karl Lueger (1844-1910), de burgemeester van Wenen, die heeft gezegd: 'Wer ein Jude ist, bestimme ich!': wie een Jood is, maak ik wel uit. Met die opmerking stuurde hij Joodse emigranten terug naar Boedapest, dat hij overigens Joedapest noemde. Hitler en Göring zijn door Lueger geïnspireerd geweest.

Dat is uiteindelijk het sneue van dat hele begrip identiteit. Je bent ernaar op zoek en je hoopt het te vinden, maar ten slotte komt er iemand helemaal van buiten je eigen groepje en die bepaalt ineens wat je bent. In de vorm van een etiket plakt hij een identiteit op je voorhoofd en besluit dat je weg moet wezen. Laten wij, net als 'allochtoon', in 2017 het woord 'identiteit' niet meer gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.