What's Up!

De totale afwezigheid van een prangende thematiek breekt deze generatie op.

Ze werd de afgelopen jaren afwisselend verweten braaf en inhoudsloos te zijn, of geprezen omdat ze weer spannend was en koers zette richting betekenis. Hoe dan ook bleef ze gewoon bestaan, tegen de verwachting in en ondanks de populariteit van nieuwe media als film en fotografie: de goede, oude schilderkunst.


Zelfs zoveel schilders debuteerden het afgelopen decennium op landelijke podia als galeries en musea, dat het Dordrechts Museum besloot een overzichtstentoonstelling te wijden aan de jongste schilderkunst in Nederland. Zoals over elke selectie kan ook over deze keuze van dertig kunstenaars worden getwist, maar in hoofdlijnen biedt What's Up! wat het belooft: een representatief overzicht van de generatie ruwweg geboren tussen 1970 en 1980, in Nederland wonend en werkend, of van Nederlandse komaf en in het buitenland wonend en werkend. Daartussen zitten bekende en onbekendere schilders, zoals Tjebbe Beekman, Maaike Schoorel en Ina van Zijl, maar ook Mary Aly, Evi Vingerling en de jongste deelnemer Sanne Rous.


Wat als eerste opvalt nu deze pampergeneratie voor het eerst bijeen is gebracht: ze heeft de dwang om origineel en vernieuwend te zijn van zich af geworpen. Anders dan de vorige generatie, die nog liever haar tong afbeet dan te zeggen door een collega beïnvloed of geïnspireerd te zijn, geven deze jonge schilders onomwonden hun bewondering toe voor een breed palet aan voorgangers, van Caravaggio tot Martin Kippenberger.


Die liefde is ook zichtbaar in de schilderijen. Nogal eens wentelt men zich schaamteloos en behaaglijk in een bekend verleden. Zo leunen de duistere schilderijen van Aaron van Erp, bevolkt met vlekkerige stompjes mens, zwaar op het getormenteerde oeuvre van de Britse meester Francis Bacon en doen de zoetgekleurde woordschilderijen van Kim van Norren onmiskenbaar denken aan de swingende woordaffiches van Zuster Corita uit de jaren zestig.


Als tweede valt de bedachtzame techniek op van deze generatie, die nogal eens beelden plukt van internet en de computer inzet voor een ontwerp. Slechts een enkeling knijpt tubes verf rechtstreeks op het doek (Koen Delaere en Iris Kensmil) of leeft zich uit in expressieve kwaststreken (Tjebbe Beekman). Het experiment, zoals de schilderachtige animaties die Jacco Olivier maakt van ouderwetse schilderijen, is minimaal.


Dat behoedzame schilderen en die toenadering tot de rijke beeldtaal van de kunstgeschiedenis, hoeven geen probleem te zijn. De met lakverf beschilderde panelen van Esther Tielemans hebben een prachtige, zintuiglijke en ruimtelijke werking, de magisch verlichte wereld van Mary Aly, bevolkt met hippies en rare bomen, is een plezier om naar te kijken.


Maar wat deze generatie als geheel opbreekt, is de totale afwezigheid van een prangende thematiek. Uitgezonderd Tjebbe Beekman waagt niemand zich aan de actualiteit. Een Nederlandse schilder als Ronald Ophuis en Duitse schilders als Daniel Richter en Jonathan Meese, die heikele, maatschappelijke thema's aan de orde stellen, ontbreken. Die algemene sfeer van mysterie, die mix van persoonlijke herinnering en ervaring, die voorkeur voor al dan niet absurdistische fragmenten uit het dagelijks leven is op het vrijblijvende af en, inderdaad, braaf. Erg braaf. Helaas.


In Dordrechts Museum t/m 15 april 2012. dordrechtsmuseum.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden