WF's worsteling

De donkere kamer van Damokles, komende maand centraal in de actie Nederland Leest, behelsde voor W.F. Hermans een van de diepste crises uit diens schrijverschap. Dat blijkt uit de correspondentie die biograaf Willem Otterspeer verzamelde - en uit Hermans' woeste aantekeningen die in het archief liggen waar V exclusief in mocht.

Het verhaal van W.F. Hermans' De donkere kamer is van een verbluffende eenvoud. Een eenvoudige sigarenhandelaar verandert tijdens en door de oorlog in een held. Na de oorlog wordt er echter geen geloof gehecht aan zijn daden, integendeel, ze worden juist uitgelegd als een vorm van verraad. Is hoofdpersoon Osewoudt goed of fout, een dader of een slachtoffer, een verzetsheld of het instrument van een gewetenloze provocateur? Dat is de vraag.


Hoe is dit verhaal ontstaan?


In Hermans' brieven aan uitgever Van Oorschot is het proces nauwkeurig te volgen. Op 7 juni 1956 deelde hij mee dat hij die zomer elke dag twee pagina's ervan wilde tikken en begrootte hij de omvang ervan op 500 pagina's. In februari 1957 dacht hij het boek in juni af te hebben, in juni gokte hij op voorjaar 1958. Maar op 16 november 1957 was hij opeens veel positiever. 'Ik heb aan dit boek gedurende de afgelopen 3 weken méér geschreven dan in alle vijf jaren dat ik ermee bezig geweest ben bij elkaar.' Hij hoopt dan eind december klaar te zijn. Maar ook dat haalde hij niet.


Aan Gust Gils, de Belgische surrealistische auteur met wie Hermans in die tijd op zeer goede voet stond, schreef hij in mei 1958 dat hij elke dag ruim duizend woorden aan z'n roman toevoegde en dat hij er in juli mee klaar hoopte te zijn. Tegelijk gaf hij aan waarom hij er zo lang over deed, namelijk om niets minder dan een van de heftigste crises in dit van breukvlakken aan elkaar gekitte schrijverschap.


Er zijn twee soorten schrijvers: schrijvers met een klein talent en schrijvers met een groot talent. De schrijver van de eerste soort ontwikkelt zich meestal tot een prutser, maar als hij over een groot intellect beschikt, wordt hij een 'dilettant' à la Stendhal, Constant of Léautaud. Hij kan alleen schrijven als hij 'moet', 'geïnspireerd' is, 'pour son bon plaisir' etc.


Schrijvers met een groot talent (b.v. Dostojevski, Zola) kunnen elke dag tien pagina's schrijven over onverschillig wat, of ze zin hebben of niet. Ze doen dat uiteraard alleen als ze er behoorlijk voor betaald worden. Au fond behoor ik tot deze soort schrijvers. Alleen, ik heb geen succes, ik word niet behoorlijk betaald. Dat zal nooit anders worden, want daar is het Nederlandse taalgebied te geborneerd voor. Ik heb dus geprobeerd mijzelf te veranderen in een schrijver van de eerste soort. Nu is routine voor mij in tegenspraak met plezier. Het gevolg is geweest dat ik, om de routine te vermijden, allerlei soorten van technieken ben gaan proberen. Dit werkt verwarrend op de lezer. Zij kunnen mij niet thuisbrengen, ikzelf mijzelf trouwens soms ook niet. De mens leert bij het ouder worden niet wat hij kan, maar wel ontdekt hij steeds nieuwe dingen die hij niet kan. Dit is een melancholieke bezigheid, ik houd er dus mee op, zoek geen nieuwe schrijfmethoden meer, het papier waarop ik schrijf staat niet meer met de rug tegen de muur. Het enige wat ik zou willen is een groot boek in tien delen schrijven, op de manier van de grote talenten dus. Maar zoiets doe je alleen als je er enorm veel geld mee verdient en erg beroemd door wordt. Derhalve: basta.


Maar Hermans had wel vaker basta gezegd en ook nu schreef hij zichzelf weer uit het moeras omhoog. 'De donkere kamer van Damokles', deelde hij Gils mee, 'maak ik eigenlijk alleen af, omdat ik het idee zo mooi vind.' De opzet was inmiddels stevig veranderd ten opzichte van de synopsis die hij Van Oorschot had gestuurd.


Een in ongelukkige omstandigheden geboren jongeman heeft een hoge stem en geen baard. Hij wordt hierom veracht. In het begin van de Duitse bezetting ontmoet hij een officier die als een tweelingbroer op hem lijkt met dit verschil dat hij wél een baard heeft. Deze officier instrueert de jongeman (Osewoudt) tot allerlei verzetsdaden, die hij blindelings uitvoert. Hij gedraagt zich dapper en als een man, al heeft hij geen baard. Hij wordt door de Duitsers gepakt, bevrijd door de officier en vermomd als verpleegster (dat kan zo gemakkelijk omdat hij geen baard heeft). Hij gaat door de linies, meldt zich bij de geallieerden, maar wordt onmiddellijk gevangen genomen, beticht van verraad. Hij beroept zich op de officier die als twee druppels water op hem lijkt. Maar dit fantastische dubbelgangerverhaal wordt natuurlijk niet geloofd. Men gaat weliswaar na de bevrijding de officier zoeken, maar deze wordt niet gevonden. Osewoudt, tot wanhoop gebracht, vlucht en wordt op de vlucht neergeschoten.


Halverwege juli 1958 levert Hermans het manuscript bij Van Oorschot in. Twee weken later meldt hij Frida Balk:


Zo gauw ik uit Parijs terugkwam, heb ik eindelijk 'De donkere kamer van Damokles' voltooid. Elke dag gewerkt, van half april tot 15 juli. Het is een vrij dik boek geworden en toch uiterst beknopt geschreven. Ik weet zelf niet wat ik ervan denken moet. Voor het eerst heb ik n.l. een boek gemaakt met een intrige van grote eenvoud, een 'machtig gegeven', begrijp je wel. Het gegeven was zo machtig, dat al het andere in vergelijking daarmee onbelangrijk werd, ieder schilderachtig detail overbodig aandeed. Mijn vroegere werkwijze, waarbij het decor meespeelt in de handeling, moest dus verlaten worden. Het decor etc. verdween dus in het niet. Het is zoiets als Hamlet gespeeld in gordijnen en confectiepakjes. De dialoog overheerst verreweg, de schrijver levert geen enkel commentaar op de gebeurtenissen, ook niet tersluiks. Het is een merkwaardige ervaring voor mij, dat ik, als ik over een groots gegeven beschik, tot bijna klassieke methoden teruggedrongen word. Ook: dat de roman onder die omstandigheden zo in de richting van het toneel wordt gedrongen, alsof (buiten de lyriek) eigenlijk het drama de enige literaire vorm is. Tegen het eind stuitte ik op bijzondere moeilijkheden, doordat de hoofdpersoon sterft. Op het toneel kun je iemand gewoon laten sterven, dat doet de acteur wel voor je. Maar in de roman is het haast niet mogelijk zonder naast het personage te gaan staan. Ik heb mij gered door op andere omringende personages over te stappen, die het sterven bijwonen, zodat ik tenminste niet zelf heb hoeven te zeggen: lieve lezer, nu gaat hij dood, maar het blijft hachelijk. En hoewel de dialoog een van de mooiste stijlmiddelen is, doordat mededeling via de dialoog tot een uiterste analyse van de actie dwingt, geloof ik niet dat de roman er feitelijk veel aan heeft. Waar is de vrolijke tijd gebleven waarin ik Conserve scheef, op en top op z'n jan-boeren-fluitjes, zonder enig (of misschien juist met overstelpend veel) besef van het hoe. Als ik nog eens een roman schrijf (er bestaan vage plannen) denk ik dat ik er maar een zogeheten 'ikkertje' van maak, dat is verreweg het eenvoudigste.


En toch, 'De donkere kamer' is nooit een boek geweest dat hij voor zijn genoegen herlas. In die lange brief aan Smulders uit 1988 vroeg hij zich af waarom.


't Heeft misschien niets met de kwaliteit ervan te maken, maar vooral met de moeilijke omstandigheden waaronder het tot stand kwam, die ik me onder het lezen onwillekeurig herinner. Ik had al die jaren er een contract voor met Van Oorschot en hij dreigde met procederen als ik dat contract, jaren over tijd, niet nakwam. Ik bezorgde hem een strop! Hij had al een omslag laten maken (inderdaad staat op de oude drukken Damokles op het omslag en Damocles op het titelblad, of omgekeerd; ik heb die oude drukken en omslagen niet meer). Toen hij het boek eindelijk had, was hij te gierig om een nieuw omslag te laten maken. Ik had zelf ook geen vertrouwen in het boek. De belangstelling was in die tijd toch al klein. Zo herinner ik me nog hoe gedeprimeerd ik raakte toen ik voorjaar 1957 een hele stapel Ik heb altijd gelijk bij een tweedehands boekwinkel in Utrecht zag liggen - na een bezoek gebracht te hebben aan Nico Jesse, die een kasteel in Breukelen bewoonde. Kortom, toen ik het ten slotte inleverde (ik had er niet eens een doorslag van, stiekem hopend dat het zoek zou raken bij de post) had ik er geen enkel vertrouwen in. Ik schaamde me er eigenlijk een beetje voor: ik vond het zo ouderwets in vergelijking met De God Denkbaar Denkbaar De God. Dit soort dingen vind ik nu niet meer. Hoe ouderwetser hoe beter. Alle moderne dingen zijn aardig voor een keertje, maar er kan geen oeuvre mee worden samengesteld. Of het wordt navelstaarderij en niet ophouden met liegen.


Al eerder had hij ook aan Rob Delvigne bekend dat De donkere kamer naar zijn gevoel meer en meer het slechtste boek werd dat hij ooit geschreven had. 'Het gepraat over 'Damokles' staat me zo tegen, omdat het me steeds weer herinnert aan de moeilijkheden die ik ondervond toen ik het boek schreef.'


De mogelijkheden waren: a) een boek over een man die beweert een dubbelganger te hebben, ten onrechte. Sub a 1: Hij beweert dit omdat hij een bedrieger is. Sub a 2: Hij beweert dit omdat hij hallucineert en gek is. b) De dubbelganger bestaat echt. Sub b 1: Hij kan niet bewijzen dat die dubbelganger bestaat. Sub b 2: Hij bewijst wel min of meer dat de dubbelganger bestaat, maar zijn ondervragers geloven hem niet, ze zijn vooringenomen tegen hem, hij heeft z'n uiterlijk niet mee, enz. Sub 3: De bewijzen die hij levert zijn toch eigenlijk niet erg overtuigend, de dubbelganger komt niet op de foto, maar de foto kan door andere oorzaken mislukt zijn. De eerste mogelijkheden te banaal vindend en te nauw aansluitend bij de werkelijkheid-Van-der- Waals, heb ik b gekozen, met hier en daar een verwijzing naar andere mogelijkheden. Op die manier heb ik een boek geschreven dat de lezer in verwarring achterlaat. Het verhaal is allesbehalve een mooi voorbeeld van "een onderwerp tegelijk behandelen". De onkenbaarheid van de mens valt ook helderder uit te drukken.


De moeilijkheden van de schrijver zijn ook die van de lezer. Het zijn de mogelijkheden waaruit ook hij een keuze moet maken. En waardoor De donkere kamer zo'n fascinerende roman is.


Nederland leest

De CPNB, de promotieorganisatie voor het Nederlandse boek, en de Vereniging Openbare Bibliotheken organiseren voor de zevende keer de manifestatie Nederland Leest, waarbij Hermans' De donkere kamer van Damokles het middelpunt vormt. De roman wordt in november door de openbare bibliotheken gratis aan hun leden verstrekt. Voor de boekhandel komt vandaag een luxe editie uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden