Wetenschappers Universiteit van Helsinki: ‘Economische ontwikkeling draagt bij aan vergroening planeet’

Niet alleen verhoogde concentraties CO2 in de atmosfeer dragen bij aan een groenere wereld. Volgens Finse onderzoekers houdt de vergroening van de planeet vooral ook verband met de economische en technologische ontwikkeling in veel landen.

Foto Novum RegioFoto

Planten hebben kooldioxide nodig en gedijen bij het toenemen van hoeveelheden CO2 in de atmosfeer. Klimaatsceptici gebruiken deze zogenoemde CO2-fertilisatie vaak als argument om de nadelige gevolgen van de uitstoot van dit broeikasgas te relativeren.

Volgens de wetenschappers van de Universiteit van Helsinki spelen bij vergroening echter ook andere mechanismen een rol. Ze wijzen erop dat de vergroening in een aantal landen al begon voor de tweede helft van de 20ste eeuw, dus toen de CO2-concentraties nog even laag waren als voor de Industriële Revolutie. In West-Europa begonnen de bossen in de 19de eeuw (na forse afname) uit te dijen, later volgden andere delen van de wereld.

Sinds 1990 zijn grote verschillen tussen landen zichtbaar. In 22 arme landen nam in die periode het volume van plantaardig materiaal in bossen jaarlijks af met gemiddeld 0,72 procent. In iets rijkere landen bleef het volume vrijwel gelijk. In ruim vijftig rijkere landen steeg het volume van bossen met 0,5 tot 1,31 procent per jaar. Hieruit concluderen de Finse wetenschappers dat sociale, economische en technologische verbetering in sterke mate samenhangen met vergroening. Als een land zich ontwikkelt, wordt landbouw efficiënter en neemt de druk om bos te kappen af.

Urbanisatie heeft invloed: boeren op landbouwgrond van slechte kwaliteit trekken naar de stad, waarna hun akkers kunnen volgroeien met bos. De overschakeling van geleide economieën naar markteconomieën zorgt ervoor dat landbouw zich concentreert op de beste stukken land en meer oplevert. In rijkere landen gaat bij transport en opslag minder voedsel verloren en wordt minder hout gekapt voor brandstof. In ontwikkelde landen wordt aan herbebossing gedaan.

Het effect van CO2-fertilisatie komt boven op het effect van de economische ontwikkeling, zegt Bart Strengers, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving – niet betrokken bij de Finse studie. ‘Beide effecten bestaan.'

Bossen groeien onder meer in Europa, Noord-Amerika en in delen van Azië. Ze krimpen nog steeds in Midden- en Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië en in Afrika. Brazilië, Indonesië en Nigeria behoren tot de landen waar het meeste bos verloren gaat. 

Pieter Zuidema, hoogleraar tropische bosecologie in Wageningen, zegt niet verbaasd te zijn door de bevindingen, die maandag verschenen in Plos One. ‘Bosbeheer en herbebossing zijn vooral iets voor rijkere landen. Als landen een sterke economische groei doormaken, gaat dat vaak ten koste van het bos.’ Hij is het eens met de onderzoekers dat het effect van economische ontwikkeling onvoldoende is terug te vinden in wereldwijde vegetatiemodellen.

Strengers wijst erop dat economische ontwikkeling en meer bos in de toekomst alleen maar kunnen blijven samengaan als wereldwijd voor duurzaamheid wordt gekozen. En dat is allerminst vanzelfsprekend. ‘Een hoger inkomen gaat eigenlijk altijd samen met een meer dierlijk dieet en dat vergt veel minder landbouwgrond en impliceert meer emissies van lachgas en methaan’, aldus Strengers.

Aanvullingen en verbeteringen

In de krant van dinsdag 15 mei stond dat het onderzoek naar de relatie tussen vergroening van de aarde en economische ontwikkeling verscheen in PNAS. Dat is onjuist, de studie verscheen in Plos One.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.