NieuwsStikstof

Wetenschappers: rekensysteem stikstof te onnauwkeurig voor vergunningen

Het systeem dat de overheid gebruikt om stikstofberekeningen uit te voeren is in zijn huidige vorm niet geschikt om er het verlenen van vergunningen op te baseren. 

Een veehouderij in het Brabantse Peel.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dat oordeel velt een adviescommissie van wetenschappers onder leiding van Leen Hordijk, emeritus hoogleraar milieusysteemanalyse. Volgens de commissie zijn verbeteringen noodzakelijk.

Het gaat om de zogeheten Aerius Calculator, een geavanceerd systeem dat het RIVM gebruikt om de uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden te berekenen, evenals de neerslag van die stoffen op natuurgebieden. Aan de hand van deze berekeningen verleent de overheid vergunningen voor bijvoorbeeld het uitbreiden van een stal of het verbreden van een weg.

De stikstofcijfers die aanvragers van een vergunning moeten overhandigen zijn volgens Hordijk zo gedetailleerd dat die niet meer op een betrouwbare manier zijn te produceren. Daarom stelt de commissie voor om de stikstofneerslag op een groter gebied te berekenen dan op de nu vereiste hectare. Met die schaalvergroting zou de onzekerheid bij de doorrekening afnemen.

Ongelijke behandeling

Verder vindt Hordijk het niet verdedigbaar dat voor de stikstofuitstoot vanaf wegen een ander model wordt gehanteerd dan voor alle andere economische activiteiten. Voor industrie en landbouw geldt dat hun effect op de stikstofneerslag in Natura 2000-gebieden wordt berekend. Dit geldt niet voor emissies van het verkeer: daar worden de stikstofconcentraties tot op 5 kilometer afstand van wegen berekend. De commissie stelt voor een eind te maken aan die ongelijke behandeling.

Zij wijst erop dat het grootste deel van de stikstofverbindingen door de wind wordt meegevoerd en veel verder dan 5 kilometer van de bron terechtkomt. ‘Het afkappen op 5 kilometer voor verkeersemissies is niet verdedigbaar omdat het grootste gedeelte van de depositie van ammoniak en stikstofoxiden op grotere afstanden plaatsvindt’, aldus de commissie. Op 20 kilometer van de bron is slechts 10 procent van de stikstofoxiden (onder meer afkomstig van uitlaatgassen) en 30 procent van de ammoniak (veelal afkomstig van mest) neergeslagen.

De commissie is kritisch over de drempelwaarde voor de uitstoot waaronder geen vergunning nodig is. Die is zo laag dat die op enige afstand van een bron niet meer te meten is, terwijl voor vrijwel iedere activiteit waarbij stikstof in de natuur terecht kan komen een vergunning nodig is. ‘Dit levert schijnnauwkeurigheid op, omdat er onvoldoende informatie is om de berekening met voldoende nauwkeurigheid uit te voeren. De onzekerheid in de berekening is veel hoger dan de drempelwaarde.’ Toch is de toepassing ervan volgens de commissie nodig om te voorkomen dat veel kleine extra emissies bij elkaar tot een grote stijging van de depositie leiden.

LTO Nederland ziet in het rapport van de commissie-Hordijk een bevestiging van ‘eerder aangekaarte tekortkomingen’. De land- en tuinbouworganisatie ziet zich door de commissie gesteund in haar pleidooi voor verhoging van de drempelwaarde. ‘Het Nederlandse beleid is er te vaak op gericht om zaken tot achter de komma te regelen’, zegt Trienke Elshof van de LTO tegen het ANP. 

Halvering uitstoot

‘Het is geen verassing dat de commissie bevestigt dat dit niet werkt bij vergunningverlening op basis van modellen die daar te onnauwkeurig voor zijn.’ De organisatie is heel wat positiever over het rapport van Hordijk c.s. dan over de commissie-Remkes, die vorige week voorstelde om een halvering van de stikstofuitstoot in 2030 wettelijk vast te leggen.

Het RIVM laat in een reactie weten dat het berekenen van de stikstofneerslag op een groter gebied technisch eenvoudig is uit te voeren. Wel zegt het instituut dat het belangrijk is om de juridische en ecologische gevolgen van die aanpassing te onderzoeken. Door die aanpassing zou het niet meer zeker zijn dat op elke hectare de depositie van stikstof lager wordt.

Het RIVM ziet nadelen aan het voorstel om de uitstoot van het verkeer op dezelfde manier te berekenen als die van andere sectoren. Het systeem voor het verkeer wordt ook gebruikt om de luchtkwaliteit in de gaten te houden. ‘Het verkeer op dezelfde manier doorrekenen als andere sectoren zorgt voor minder nauwkeurige resultaten en meer onzekerheid’, aldus het RIVM. ‘Het zorgt ook voor verschillen tussen de berekening voor luchtkwaliteit en die voor stikstof. Dat maakt het totale luchtbeleid complexer en minder consistent’.

Het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof presenteerde maandag zijn eindrapport. In een eerder advies, uitgebracht in maart, concludeerde het college dat de wetenschappelijke kwaliteit van de meet- en rekenmethodiek voldoende is. ‘Dit bevestigt dat de berekeningen en metingen van stikstof en stikstofdepositie wetenschappelijk verantwoord en betrouwbaar zijn’, aldus het RIVM.

Meer over stikstof:

Remkes: kabinet nog niet doordrongen van omvang stikstofcrisis.

Miljarden lossen conflict niet op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden