Wetenschapper wordt atleet

Nauwelijks een maand actief als fulltime atleet en nu al een zilveren medaille bij de EK veldlopen. Kamiel Maase (30) zegde onlangs zijn baan op om zich geheel aan zijn passie hardlopen te kunnen wijden....

DE overstap naar het bestaan van fulltime atleet ging niet zonder slag of stoot. `Het was geen kwestie van laden leegmaken, en hop, naar buiten. Nee, er kwam een hoop papierwerk bij kijken, ik moest verzekeringen opnieuw afsluiten. Daarbij ben ik niet over één nacht ijs gegaan. Ik heb de offertes in alle rust met elkaar vergeleken, zo'n mannetje ben ik wel.'

Tot een maand terug was Kamiel Maase werkzaam als `klassiek' microbioloog. Twintig uur per week werkte Nederlands beste lange-afstandsatleet bij zuivelfabrikant Campina, waar hij onderzoek deed naar bacterieculturen en de invloed daarvan op het menselijk immuunsysteem.

Nog steeds kan hij, gezeten in zijn eetkamer in Wageningen onder een poster van Miles Davis, vol gloed vertellen over micro-organismen. Over de effecten ervan op de flora in de darmen, Mona's Vifit, LGG's, over pathogene bacteriën. De arbeid die hij met zijn reageerbuizen bij Campina verrichtte was leuk, benadrukt hij, maar de combinatie met topsport viel hem steeds zwaarder.

Na de WK in Edmonton, waar hij tiende werd op de 10.000 meter, hakte hij de knoop door. Het hardlopen, nog niet eens zo lang geleden een gewone hobby, was geleidelijk zijn grote passie geworden. Wilde hij echt weten waartoe hij sportief nog in staat zou zijn, dan moest hij nu, als dertigjarige, maar eens een keuze maken. `Mijn leven bestond voor vijftig procent uit lopen en voor vijftig procent uit werken. Het was bij mij het een én het ander, niet het een óf het ander.'

Het was geen lastig dilemma. In zijn hart was hij de laatste jaren toch al vooral met de sport bezig: `Hardlopen komt voor mij op de eerste plaats. Let wel, als ik werkte, dan deed ik dat ook vol overgave, maar het lopen is net zo belangrijk geworden als eten en tanden poetsen. Ook voor mij geldt: een dag niet gelopen, is een dag niet geleefd.'

Topsport, en zeker atletiek, in combinatie met een zware baan, het schuurde de laatste tijd. `Op mijn werk wist men waarmee ik bezig was, maar het begon toch te knagen. Ga je alweer, zeiden ze, als ik weg moest voor een training. Dat bedoelden ze niet negatief, maar ik vond het wel vervelend als ik weer snel naar de training moest en iemand anders voor mij een proefje moest afmaken.'

Maase moest vakantiedagen opnemen om aanwezig te kunnen zijn bij grote toernooien. `En dan was het vaak na terugkomst meteen weer werken. De rust schoot er bij in.' Trainingskampen moest hij uit tijdnood laten schieten.

Hij vertelde voorheen dat hij wel móest blijven werken, wilde hij de aansluiting met zijn ingewikkelde professie niet verliezen, nu is hij daar niet langer bang voor. `Ik heb bij Campina twee projectvoorstellen ingediend. Ik ben ook benieuwd wat sportarts Peter Vergouwen hier volgend jaar in Wageningen bij Numico gaat doen. Misschien kan ik wat betekenen bij het onderzoek naar voeding en supplementen.'

Voorlopig zal hij niet veel met zijn neus in de wetenschappelijke tijdschriften zitten. `Ik heb dat, tijdens trainingskampen, ook wel geprobeerd. Nam ik vakliteratuur mee naar Font Romeu. Zat iedereen na de training grappen te maken, was ik een verhandeling over een bacteriologisch onderzoek aan het lezen. Dat werkte niet.'

Hij verliest zijn inkomen bij Campina, maar bijten op een houtje hoeft hij niet. `Ik heb goede contracten bij mijn hoofdsponsor Asics, bij Delta Lloyd en Polar. Ik krijg een behoorlijk start- en prijzengeld bij wedstrijden. Je neemt al gauw vijf- à zesduizend mee naar huis.'

Voorheen moest hij, vanwege zijn werk bij Campina, altijd kiezen tussen wedstrijden. Liefst dicht bij huis, en dan maandag of dinsdag weer terug. `Een IAAF-cross in Brussel ging nog wel, maar wegwedstrijden in Amerika lagen buiten mijn bereik.'

Tien dagen na zijn besluit om te stoppen met werken kreeg hij bericht van NOCNSF dat hij zijn A-status kwijt was omdat hij `slechts' tiende was geworden op de 10.000 meter bij de WK. Een goede prestatie, in een veld dat gedomineerd werd door Oost-Afrikaanse atleten, maar volgens de regels van de sportkoepel niet goed genoeg.

`Dat schoot bij mij verkeerd. Op papier klopte het allemaal. Géén top acht, dus weg A-status. Ik had het convenant met de regels ook ondertekend - anders mág je niet eens naar de Spelen - maar ik was het er niet mee eens.'

Maase: `Atletiek is een heel lastige sport, heel iets anders dan kleiduivenschieten of bobsleeën. Om bij de eerste acht te komen, moet je echt van wereldklasse zijn. Ga van de eerste twaalf uit, zeg ik. Maar topsport-directeur Joop Alberda wilde niet van de regels afwijken.'

Alberda wilde er eerst niet aan, maar NOCNSF honoreerde vorige week toch een voorstel van de atleet: ook een topzes-klassering bij de sterk bezette EK veldlopen zou voldoende zijn voor het terugkrijgen van de felbegeerde A-status. Het was een extra prikkel voor Maase, die zondag in Thun prompt naar de zilveren medaille snelde, de beste prestatie ooit van een Nederlandse atleet bij het crossen.

`Het speelde wel mee, maar als ik de A-status hier niet had kunnen behalen, dan had ik net zo aanvallend gelopen. Ik wilde tonen dat ik tot de Europese top behoor. Voorheen ging er steeds iets mis.'

Een maand fulltime atleet en dan al een zilveren medaille bij een groot evenement. Een juiste keuze dus? `Dat is wat kort door de bocht. Die medaille was er anders misschien ook wel geweest. Belangrijk is dat ik volgende maand zonder zorgen naar het trainingskamp in Zuid-Afrika kan om me rustig voor te bereiden op de WK veldlopen.'

De baanatletiek en het veldlopen noemt hij 'échte atletiek', maar na de komende EK in München, waar hij op de 10.000 meter een goed resultaat hoopt te behalen, wil hij toch een `wending' geven aan zijn carrière. Dan zal hij zijn heil (nog) meer op het asfalt zoeken. De baanatletiek in Nederland, `dat heeft toch iets kneuterigs. De top is smal, je loopt voor drie man en anderhalve paardenkop langs de kant. Dat sprankelt niet echt. Een marathon maakt veel meer los.'

Zoals hij in 1999 merkte toen hij `echt per ongeluk' als haas in Rotterdam doorliep naar een tijd van 2.10.10. Dat was een tijd, waarmee hij zich meteen voor de olympische marathon kwalificeerde. Hij werd een jaar later in Sydney verdienstelijk dertiende, na een zware tocht.

`Ik had weinig ervaring, het was pas mijn tweede marathon. Ik was in het voorseizoen op mijn knie gevallen, had last van een Dancers Heel. Pas op 1 april kon ik weer voluit met de training beginnen. En dat was eigenlijk te laat.'

Tot twintig kilometer ging het goed, daarna kreeg hij met zijn lange lijf last van tegenwind en kwam hij op de bruggen alleen te lopen. `Het was loodzwaar, het was echt doorbijten. Ik dacht op een bepaald moment: mijn god, wat doe ik hier? Ik kwam het stadion total-loss binnen.'

Het waren zijn eerste Olympische Spelen en hij vond ze maar zo, zo. `Bij mijn drie WK's op de baan kreeg ik echt de kriebels in het stadion. Daar zat ik ook steeds beter in de wedstrijden, controleerde ik meer.

`Greg van Hest en ik kwamen op de laatste dag vanuit ons trainingskamp in de stad aan. En een dag later vlogen we weer terug. Hé, Kamiel, ben je er ook?, hoorde ik. Dat waren míjn Spelen en dat gaf een rare nasmaak.'

Een groentje noemt hij zichzelf op de klassieke 42 kilometer. `De eerste, in Rotterdam, was een ongelukje, die tweede, van Sydney, was ook verre van optimaal.' Maar waar loopt hij dan die langverwachte derde? `Het zal toch in 2003 moeten gebeuren. Ik zal me, wil ik de marathon van Athene lopen, in dat jaar moeten kwalificeren. Maar waar?'

Rotterdam, Berlijn, de klassiekers van Boston of New York? `Ik weet het nog niet. En wil ik wel in Athene de marathon lopen? Is het daar in augustus niet te warm en te heuvelachtig voor iemand met mijn postuur? Bondscoach Gerard Nijboer zou het graag zien, hij werd er in 1982 immers Europees kampioen. Maar wat is er eigenlijk op tegen om in Athene weer een 10.000 meter te lopen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden