Wetenschapper wil uit de tredmolen

De beloningsprikkels in de wetenschap zijn net zo pervers als die bij banken, zei Frank Miedema, decaan bij het UMC Utrecht, deze week in de Volkskrant. Heeft hij gelijk? En zo ja, valt er een beter beloningssysteem op te tuigen? Vier ideeën ter verbetering getoetst op haalbaarheid.

Een voortdurende drang om snel spectaculaire resultaten te melden, terwijl niemand controleert of die claims wel kloppen. Dat is volgens Frank Miedema de vicieuze cirkel van het moderne wetenschappelijk bedrijf. De verleiding is volgens de Utrechtse decaan dan ook groot 'om matige studies op te pompen tot ze heel wat lijken.'


Samen met gelijkgestemden startte Miedema de beweging Science in Transition, die hierin een ommekeer teweeg wil brengen. Daarbij natuurlijk eerst de vraag: zijn de beloningsprikkels in het wetenschappelijk bedrijf inderdaad zo pervers als in de bancaire sector?


'Alsof wij hier bij het departement Taal en Communicatie miljoenen achterover drukken voor persoonlijk gewin', zegt de Utrechtse onderzoeker Daniel Janssen. 'Wat dat betreft vind ik die bankenvergelijking erg ongelukkig.'


Ook organisaties als de Vereniging van Universiteiten (VSNU), onderzoeksfinancier NWO en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) distantiëren zich van de harde kritiek van Miedema. Van een crisissfeer in de wetenschap is volgens hen geen sprake. Toch zien ook zij her en der ongewenste prikkels in het wetenschappelijk bedrijf.


IDEE 1 ZET WETENSCHAPPERS MET HUN PUBLICATIES OP RANTSOEN


Niemand leest nog, iedereen is te druk met zelf schrijven. Het is een veelgehoorde klacht onder onderzoekers. Een van de hoofdoorzaken voor deze publicatiewaterval is het beloningssysteem van wetenschappers. Onderzoeksgroepen en individuele wetenschappers worden afgerekend op hun citatiescores. Het idee: hoe vaker je vakgenoten je citeren, hoe belangrijker je werk blijkbaar is. Manipulatie van dit systeem is verleidelijk. Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld hun citatie-index proberen op te stuwen met de 'salamitechniek', door studies zo veel mogelijk op te hakken in deelpublicaties.


Ook een bekende truc: afspraken met collega's maken van het kaliber 'citeer jij mij, dan citeer ik jou'. Utrechtse onderzoekers schreven hierover onlangs in de Volkskrant: 'Het gaat er niet om of je wordt gelezen, maar of je het publicatietrucje beheerst.' De critici, Vincent Crone en Linda Duits, stellen daarom voor om onderzoekers op rantsoen te zetten. Iedereen voortaan nog maar één publicatie per jaar. Dit zou er automatisch toe moeten leiden dat onderzoekers zich weer gaan concentreren op kwaliteit.


Haalbaar?

Nee. In de jaren na de introductie van nieuwe meetapparaatuur - bijvoorbeeld een satelliet of een deeltjesversneller - volgen de ontdekkingen elkaar snel op. Een verplichte rem op het aantal publicaties werkt dan ronduit frustrerend. Zo'n 'publicatietax' maakt bovendien alleen kans als hij wereldwijd wordt ingevoerd en nageleefd. Karl Dittrich, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU): 'Gaan de Chinezen en de Amerikanen dan ook een maximum van één publicatie per onderzoeker eisen? Dacht het niet.'


IDEE 2 DOORBREEK DE HEGEMONIE VAN DE WETENSCHAPPELIJKE TOPTIJDSCHRIFTEN


Nature, Science, The Lancet. Elk vakgebied heeft zo zijn eigen toptijdschriften. Wetenschappers die erin slagen in die bladen te publiceren, zien hun reputatie groeien en staan doorgaans sterker bij geldaanvragen voor vervolgonderzoek. De redenering: als iets in een blad als Nature staat, moet het wel een belangrijke studie zijn.


Maar wetenschappelijke tijdschriften werken niet zo anders dan gewone tijdschriften: ze moeten aandacht genereren en abonnementen verkopen. Daardoor is er bij die redacties een drang om 'sexy' artikelen te plaatsen. Zo plaatste Nature ooit op Valentijnsdag een zoenstudie, waaruit bleek dat de meeste mensen bij een begroeting eerst de linkerwang kussen. De Duitse onderzoeker - die begroetingen observeerde op luchthavens- kan trots op zijn c.v. zetten dat hij in Nature stond, maar een belangrijke ontdekking was het niet.


Steeds meer critici willen daarom de hegemonie van de toptijdschriften doorbreken, bijvoorbeeld door meer 'open access' te publiceren. Artikelen zijn dan gratis voor iedereen te lezen. 'Redacties van open access-tijdschriften hoeven geen abonnementen te verkopen en voelen daardoor minder drang om te kiezen voor sexy onderwerpen', zegt Jos Engelen, voorzitter van onderzoeksfinancier NWO.


Engelen bepleit een verdienmodel waarbij tijdschriften minder van abonnementsgeld leven. In plaats daarvan krijgt het tijdschrift een bedrag van de onderzoeksgroep die publiceert. 'Dat bedrag nemen de onderzoekers dan op in de begroting van hun onderzoeksvoorstel. Bijvoorbeeld: duizend euro voor een publicatie in blad X. Wanneer meer bladen open access worden, kun je ook besparen op abonnementsgelden, waardoor de kosten voor de universiteit niet hoeven toe te nemen.'


Haalbaar?

Open access-tijdschriften mogen in opmars zijn, de reputatie van klassieke toptijdschriften zit diep verankerd. Een publicatie in Nature of Science geldt nog steeds als het hoogst haalbare. 'Daarom wil ik dat die tijdschriften ook open access worden', zegt Engelen, die er al eens over van gedachten wisselde met de hoofdredacteur van Nature. 'De toptijdschriften voelen weinig noodzaak tot verandering. Ze zeggen: wij zijn zo populair, wetenschappers komen toch wel naar ons. Toch vindt bijna iedereen open access de toekomst: wetenschappers, NGO's, regeringsleiders. Ik raad de redacties van bladen als Nature en Science aan zelf richting open access te bewegen, anders konden ze wel eens via wetgeving gedwongen worden.'


IDEE 3 INVESTEER IN HERHAALONDERZOEK VAN EERDER WETENSCHAPPELIJK WERK


De Tilburgse hoogleraar Diederik Stapel fantaseerde jarenlang zijn onderzoeksresultaten bij elkaar. Een van de redenen waarom dit kon gebeuren, was dat niemand de moeite nam zijn experimenten na te doen. Herhaalonderzoek is ook in andere disciplines weinig populair, mede omdat prominente tijdschriften er niet in geïnteresseerd zijn. Nieuw is spannend, herhalen is saai, dat is de cultuur.


Karl Dittrich, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), stelt voor om herhaalonderzoek op te nemen in het curriculum van masterstudenten. Zo kunnen de onderzoekers van de toekomst oefenen met het uitvoeren van een experiment, en kunnen zij spelenderwijs professionele wetenschappers scherp houden.


In de journalistiek gebeurt iets dergelijks al. Wanneer vierdejaarsstudenten van Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg argwaan krijgen bij een mediabericht, controleren ze achteraf hoe de bewuste journalist precies te werk ging. Is de journalist slordig geweest? Dan wordt hij aan de schandpaal genageld op de website van FHJ Factcheck.


Toch kunnen de meeste wetenschappelijke studies niet door masterstudenten worden nagebootst. Die missen daarvoor de kennis en de middelen. Een geïnterviewde bellen met de vraag of hij goed geciteerd is, is nu eenmaal een stuk makkelijker dan zelf als 22-jarige een proefdierexperiment opzetten met dertig genetisch gemanipuleerde muizen.


Voor degelijk herhaalonderzoek is het dus echt nodig dat de topwetenschappers dit zelf uitvoeren. En dat ze daarvoor geld krijgen.


Haalbaar?

Er zijn lichtpuntjes. Hans Clevers, geneticus en president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, werd vorige week gebeld door een Amerikaanse onderzoeker. Hun verzoek: we willen één van uw experimenten gaan herhalen, kunt u ons alle details opsturen?


Clevers: 'Ik was positief verrast, zo'n telefoontje krijg je niet vaak. Het blijkt dat het Amerikaanse NIH, de grootste onderzoeksfinancier ter wereld, erachter zit. Ze gaan vijftig belangrijke studies herhalen. Wetenschappelijke tijdschriften zullen herhaalonderzoeken niet snel prominent plaatsen, dus de impuls moet ergens anders vandaan komen. In Nederland bijvoorbeeld van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of NWO.'


IDEE 4 BELOON MEER DAN ALLEEN PUBLICATIES


Artikel geplaatst in een Engelstalig toptijdschrift? Een Chinese onderzoeker krijgt dan direct een geldbonus of een promotie. Ook in andere landen zijn publicaties in tijdschriften met een hoge impact belangrijk, bijvoorbeeld om een beurs te krijgen voor vervolgonderzoek. Of om hoogleraar te worden. Hierdoor ontstaat volgens critici een cultuur van 'publish or perish', oftewel: publiceer of krepeer. Er zou te weinig waardering zijn voor andere belangrijke activiteiten op de universiteit. Bijvoorbeeld onderwijs geven. Of het controleren van andermans werk bij de zogeheten peer review van tijdschriften.


Wat een goede wetenschappelijke prestatie is, verschilt aanzienlijk per vakgebied. Voor een Delftse ingenieur op het gebied watervervuiling is een publicatie in Water Research een reden om de champagne te ontkurken. Een stukje verderop, bij de faculteit bouwkunde, is juist het ontwerp van een vernieuwend bouwwerk relevanter voor iemands cv.


Haalbaar?

Ja. De laatste jaren regent het nieuwe beoordelingssystemen aan universiteiten. Hierin wordt meer rekening gehouden met de verschillen tussen vakgebieden. In 2015 krijgen de universiteiten bovendien een nieuw Standaard Evaluatie Protocol. Karl Dittrich, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), voorspelt alvast 'dat het woord productiviteit hierin niet meer zal voorkomen.'


pagina 33


Commentaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden