Wetenschappelijke tijdschriften gaan bij het oud papier

Dit jaar wordt de markt overspoeld met wetenschappelijke tijdschriften op Internet. Het klassieke artikel en het papieren tijdschrift zijn op hun retour....

MARTIJN VAN CALMTHOUT

TOEN DE cinematografen begin deze eeuw romans begonnen te verfilmen, wisten ze ook niet hoe dat moest. Ging dat van zin voor zin vertalen naar beeld voor beeld? Kon je schrappen omdat beeld op zichzelf ook al iets vertelt? En wat schrapte je dan? Moesten er tekstkaarten tussen de scènes?

Informatiespecialist dr J. Kircz van Elsevier Science en de Universiteit van Amsterdam gebruikt het voorbeeld veelvuldig. Hij wil maar zeggen: een nieuw medium vergt een heroverweging van de manier waarop verhalen worden verteld. Over onderzoek bijvoorbeeld.

Dat er met de digitale communicatie een nieuw medium in de wetenschappelijke wereld is doorgedrongen, valt niet te ontkennen. Tekst, beeld, geluid, alles wordt in het esperanto van nullen en enen geperst en kan razendsnel worden verzonden en opgevraagd. Dat biedt nieuwe mogelijkheden, waarvan nog niemand weet wat wel en niet nuttig is voor de informatie-overdracht in de wetenschappelijke wereld.

Dit voorjaar wordt dat opeens op een bijna explosieve manier actueel. Alle grote uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften hebben projecten onderhanden om hun papieren titels ook in elektronische edities uit te brengen. Daarnaast zullen er meer en meer tijdschriften op het net komen waarvan niet eens meer een papieren versie bestaat.

Een recente inventarisatie in het weekblad Science bracht plannen aan het licht voor meer dan twaalfhonderd elektronische titels van Elsevier, Springer, Wiley, Blackwell, Academic Press en Taylor & Francis. Verreweg de meeste zullen alleen toegankelijk zijn voor betalende abonnees.

Letterlijk een klap op de vuurpijl wordt het verschijnen bij Elsevier Science van New Astronomy, dit voorjaar. Inmiddels is bekend dat in het eerste nummer een artikel over dubbelpulsars staat waarbij de lezer desgewenst een computersimulatie van een supernova-explosie kan bekijken. De beelden van een ster die een begeleider opslorpt en vervolgens ontploft, maken hele alinea's tekst overbodig.

Behalve als publicitaire stunt van een uitgever die met name in de astronomie niet zo erg sterk staat, is het filmpje nadrukkelijk ook een voorproef van wat wetenschappelijk publiceren in de toekomst zou kunnen gaan inhouden.

Afgelopen donderdag werd in Leiden de Walaeus Bibliotheek van de medische faculteit geopend met een symposium over elektronisch publiceren. Bibliothecarissen en uitgevers bespraken er de gevolgen van de digitalisering van informatie voor de hele keten van schrijven tot en met archiveren. Wat doet, was de ietwat benauwde vraag van de Leidse bibliothecarissen, de bibliotheek over vijf jaar nog? Zalen vol beeldschermen beheren?

Heel veel meer, denkt Kircz, donderdag een van de sprekers in Leiden. Meer dan ooit zal de bibliotheek een gids moeten zijn voor onderzoekers die in de steeds hoger aanzwellende zee van informatie moeten zien bij te blijven. Kircz: 'Bibliotheken zijn wat mij betreft nog veel te serviel. Ze moeten beseffen en uitdragen dat informatie een essentiële grondstof is voor goed en efficiënt onderzoek. Op dat punt is het niet belangrijk of die informatie in een kaftje op een plank staat of in een computergeheugen is opgeslagen.'

Maar op alle andere punten zal dat een wereld van verschil zijn. Met de overgang naar digitaal publiceren, komt er volgens Kircz een onvermijdelijk eind aan het traditionele wetenschappelijk artikel. Kircz: 'De tijd is voorbij dat je het uit het tijdschrift kunt scheuren en naar je moeder opsturen. De lineaire opbouw van een inleiding en vraagstelling via methodes naar meetresultaten en conclusies kan worden opgebroken in losse eenheden. De lezer is vrij te springen, en de auteur moet daarmee rekening zien te houden.'

0

N DAT ZAL ZEKER niet alles zijn. De klassieke referenties in artikelen kunnen worden vervangen door zogeheten hot links, die de lezer met een muisklik direct naar het betreffende artikel, misschien in een databank aan de andere kant van de wereld, voeren. Geschreven informatie kan bovendien worden aangevuld met geluid of bewegende beelden.

Technische uitwijdingen kunnen een aanhangsel voor de doorbijters worden. Grote bestanden van meetgegevens kunnen op afroep beschikbaar worden gemaakt. Via e-mail kan er direct een discussie tussen lezers en auteurs aan een artikel worden toegevoegd. Lezers kunnen via trefwoorden hele jaargangen van een tijdschrift op een bepaald thema doorzoeken.

Met digitale techniek, snelle verbindingen en onbeperkte geheugenruimte kan het allemaal. De wetenschappelijke publikatie wordt een soort menukaart in een wereldwijs kenniscafetaria. Maar zulke technische mogelijkheden betekenen onvermijdelijk ook een veranderende rol voor uitgevers, bibliotheken en zelfs auteurs.

Uitgevers worden databanken met brokken informatie en dus virtuele bibliotheken, terwijl bibliotheken zich meer moeten toeleggen op het aanleveren van betrouwbare informatie op maat voor onderzoekers, precies zoals de traditionele uitgevers dat doen.

Kircz: 'De huidige taakverdeling tussen uitgevers en bibliotheken is een rechtstreeks gevolg van de boekdrukkunst. Daardoor ontstond een automatische tweedeling tussen de producent en de beheerder. Dat is nu voorbij. Met een digitale link kan elk instituut desnoods de hele Koninklijke Bibliotheek in huis halen en dagelijks verversen. Dat is een wezenlijk nieuwe situatie.'

En nu alles toch op losse schroeven staat, wordt in de Verenigde Staten de huidige multimedia-revolutie aangegrepen voor wat inmiddels de opstand van de auteurs is gaan heten. Onder leiding van de fysicus Paul Ginsparg is op het Los Alamos National Laboratory een voor iedereen toegankelijke databank voor nog niet gepubliceerde wetenschappelijke artikelen opgezet die nu drie jaar draait voor meer dan een dozijn vakgebieden.

Ginsparg laat geen gelegenheid voorbij gaan, te wijzen op de gotspe dat uitgevers rijk worden van het werk van de onderzoekers. Zij, immers, schrijven beoordelen en redigeren het materiaal, en ze doen dat doorgaans onbezoldigd.

In de uitgeverij wordt de opstand op Los Alamos met argusogen gevolgd. Vooralsnog presenteert het e-print archive voorlopige versies van artikelen die elders officieel ter publikatie zijn aangeboden. Ze zijn niet beoordeeld door onafhankelijke deskundigen en tellen niet mee in citatietellingen van de auteurs. Als het aan Ginsparg ligt, gaat dat echter veranderen. Het inmiddels zeer omvangrijke archive zal ook een peer review-systeem instellen, zo meldde onlangs Science.

Associate editor Kircz van Elsevier kan zich verbazen en boos maken tegelijk. 'Ginsparg vindt binnenkort het wetenschappelijk tijdschrift opnieuw uit. Dat kan erop uitdraaien dat de commerciële tijdschriften geen materiaal meer willen dat hij al op het net heeft gezet. Ik durf te betwijfelen of hij dan nog veel materiaal aangeboden krijgt. Zo conservatief is men in de wetenschap nou ook wel weer.'

Martijn van Calmthout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden