REPORTAGE

'Weten ze wel dat we afval hier niet op straat gooien?'

Voor de huisvesting van zijn honderd duizenden vluchtelingen kijkt Duitsland naar het Oosten. Wat vindt het Oosten daar zelf eigenlijk van? Een rondgang in Lauchhammer.

Vraag bij de Marktkauf hoeveel inwoners Lauchhammer heeft en het antwoord luidt steevast `nog 14 duizend'. De burgemeester ziet in de migrantenstroom een antwoord op de krimp. Beeld Daniel Rosenthal
Vraag bij de Marktkauf hoeveel inwoners Lauchhammer heeft en het antwoord luidt steevast `nog 14 duizend'. De burgemeester ziet in de migrantenstroom een antwoord op de krimp.Beeld Daniel Rosenthal

Wie op de snelweg tussen Berlijn en Dresden de afslag Lauchhammer neemt, ziet ze vrijwel meteen: de lege gebouwen. Hologig staren ze naar de weg: flatjes, schoolgebouwen, en culturele centra die de namen van door de geschiedenis vergeten communistische staatslieden dragen.

Daartussen bewoonde huizen, aangeharkte perken, en af en toe een mens: twee oude dames in een bushok, die goed in de make-up zitten; een loodgieter die zijn bus uitlaadt. Lauchhammer geeft het gevoel van een slobbertrui - knus maar niet bijzonder modieus, en vooral: te groot, veel te groot voor het aantal mensen dat er woont.

Hoofdbrekens

Plaatsen als Lauchhammer bezorgden politiek Berlijn tot voor kort voornamelijk hoofdbrekens: de leegstand, vergrijzing, te veel uitkeringsgerechtigden, een exodus van jongeren. En daar bovenop nog een raadszetel voor de neonazipartij NPD. In veler ogen is dat exemplarisch voor de mislukte pogingen tot verheffing van het voormalig Oost-Duitse platteland.

Maar opeens zijn plaatsen als Lauchhammer Duitslands hoop in bange dagen. Ze zijn het antwoord op de vraag die Duitsers elkaar nu stellen, zowel in het parlement als in de kroeg: waar moeten die 1 miljoen vluchtelingen wonen? Niet alleen nu, maar vooral straks, als ze een verblijfsvergunning hebben?

In het Oosten, zeggen de politici in Berlijn.

'Goed idee'

Wat vindt het Oosten daar zelf eigenlijk van? 'Ik vind het een goed idee', zegt burgemeester Roland Pohlenz van Lauchhammer. Hij grijnst, voorzichtig.

Achter hem, aan de muur van zijn werkkamer, hangt een rij portretten van zijn DDR-voorgangers die allemaal kijken alsof net ze een glas zure melk achter de kiezen hebben. Pohlenz, burgemeester namens Die Linke, blijft grijnzen. 'We hebben een tekort aan timmerlieden, maar ook aan artsen en leraren. Waarom zouden dat soort banen niet kunnen worden ingevuld door immigranten, denk ik dan?'

Lauchhammer ligt op de grens van de provincies Brandenburg en Saksen, heeft 14 duizend inwoners en één windmolen. Het is een stad - zeg nooit dorp - met een winkelcentrum, Marktkauf, waar je alles kunt kopen van grashark en lingerie tot de traditionele halve gebraden kip. Vraag je op het parkeerterrein van de Marktkauf hoeveel inwoners de stad heeft, is steevast het antwoord 'nog 14 duizend'. Voordat de Muur viel en twee jaar later de bruinkoolmijn failliet ging, waren het er meer dan 25 duizend, vandaar.

Burgemeester Pohlenz bladert terug in zijn agenda. 'Ja, het is deze week op de kop af een jaar geleden dat de eerste asielzoekers hier aankwamen.'

Najaar 2013

De vraag van de provinciale overheid kwam in het najaar van 2013. In verband met de groeiende stroom vluchtelingen moest ook Brandenburg nieuwe centra openen. Of het niet in Lauchhammer kon. 'In verband met de grote leegstand bij jullie, dat zeiden ze erbij', grinnikt Pohlenz. Ruim 30 procent van de huizen in het dorp staat leeg, sommigen al twintig jaar.

Het asielzoekerscentrum kwam er - alleen het NPD-raadslid was tegen. Er wonen nu 188 vluchtelingen. Daarnaast wonen er in het administratieve gebied waar Lauchhammer onder valt, Landkreis Oberspreewald-Lausitz, nog 177 anderen, die onlangs een verblijfsvergunning kregen, in gewone huurhuizen.

Veel mensen die nu nog in het centrum zitten, hopen hun voorbeeld te volgen,onder wie de Syrische cardioloog Mohammed Bassam El Torun. Terwijl hij op z'n telefoon screenshots van zijn diploma's laat zien, vertelt hij hoopvol dat hij heeft gehoord dat het ziekenhuis in de buurt met een tekort aan artsen kampt. Eigenlijk wil alleen een groepje jongens uit Kameroen zo snel mogelijk weg. Maar zij zijn laatst dan ook op het plaatselijke trapveldje bedreigd door een man met een pistool.

Vragen

'Ja, ja, ja...' Aan haar opgeruimde bureau in het nabijgelegen plaatsje Senftenberg schudt Kathrin Tupaj vermoeid haar hoofd. Ze kent het pistoolvoorval. Tupaj is verantwoordelijk voor het wel en wee van alle vluchtelingen en migranten in Oberspreewald-Lausitz en ze lijkt in haar doen wel wat op Angela Merkel. Ook zij denkt eerst heel erg lang na, en zegt dan tamelijk onbewogen iets resoluuts: 'In een gebied als dit kost het opvangen en integreren van asielzoekers veel, heel erg veel communicatie. Alleen met openheid kun je de angst en vijandigheid wegnemen.' Mevrouw Tupaj kan het weten, ze is van hier.

'Weten ze wel dat we in Duitsland ons afval niet op straat gooien?' 'Dansen ze 's nachts door de straten?' 'Zijn ze in staat bij klaarlichte dag mijn dochter aan te randen?' Dat soort vragen kreeg Tupaj tijdens de bijeenkomst de gemeente Lauchhammer vorig jaar aan de vooravond van de opening van het centrum had georganiseerd. De bijeenkomst vond plaats onder politiebewaking, omdat buiten een paar opgewonden neonazi's stonden te briesen. 'Maar dat is hier tamelijk normaal, hè?'

Gemakkelijk gaat het allemaal niet, dat blijkt wel in het kantoortje van Tupaj. Zelfs het belangrijkste argument van politici om vluchtelingen naar dit gebied te sturen, de huisvesting, blijkt op dit moment een probleem. Onbewoonde huizen zijn er genoeg, maar de twee in het dorp actieve corporaties willen ze niet zonder meer aan asielzoekers of immigranten verhuren. Ze zijn bang dat de huurders die er nu al zitten, vooral ouderen, in opstand komen en dat de waarde van hun vastgoed daalt. 'Tja, en dan zijn er nog de langdurig leegstaande flats', zegt Tupaj. 'Voordat daar iemand in kan wonen, moeten alle leidingen worden vernieuwd. Maar geen corporatie wil zo'n renovatie betalen.'

Weer een zucht. Maar ook een glimlach. Tupaj trekt zich op aan de mensen die haar te hulp schieten, en dat zijn er gelukkig genoeg. Zoals de wat oudere apotheker Grit Sponner, die de 19-jarige Syrische Shurkriya in de leer heeft genomen. 'Ze kwam hier op een dag binnen met een vrijwilliger', zegt Sponner. 'Ze is de oudste van vijf kinderen. Omdat ze 19 was, kon ze niet meer naar school, zo belachelijk. Ze verveelde zich dood. En ze zei dat ze apotheker wilde worden.'

Sponner regelde een opleidingsplek en een taalcursus aan de universiteit van Dresden. Maar het Duits leren gaat bij Skukriya langzamer dan gedacht. Dus kan ze nu alleen nog maar onder toezicht dozen uitpakken en etiketten plakken. 'Als ik hier iemand vind die Arabisch leest, laat ik die onderzoeken wat haar diploma's eigenlijk waard zijn', zegt Sponner. Maar dan, resoluut: 'Ach, er valt vast iets van te maken.'

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden