Weten wat je verkoopt

Nederlandse universiteiten verzilveren hun kennis nog te weinig met octrooien, vinden sommigen. Een Platform Universitair Octrooibeleid wil daar verandering in aanbrengen....

Het is inmiddels alweer een paar kabinetten geleden, maar de vrijerij vorig jaar, tussen het ministerie van Economische Zaken en de academische wereld, blijkt meer te zijn geweest dan een incident. Sinds voormalig minister Jorritsma in Utrecht het academisch jaar opende, wordt de relatie tussen universiteiten en economie steeds openlijker getoond.

Want universiteiten hebben kennis, en kennis is precies wat nodig is om van Nederland de zo gewenste kenniseconomie te maken, vinden ze bij Economische Zaken.

Alleen: de Nederlandse academische kennis mag dan wetenschappelijk gezien wel van hoog niveau zijn, maar het levert bar weinig geld op. Te weinig octrooien, en daardoor te weinig innovatie. Tenminste, in de ogen van de Amerikaanse econoom Michael Porter, die dat vorig jaar op uitnodiging van het ministerie van Economische Zaken vaststelde.

Om die zogeheten kennisparadox op te lossen werd een Platform Universitair Octrooibeleid (PUO) opgericht. Dat organiseerde gisteren in Den Haag een symposium, waarop het een tiental aanbevelingen deed om universitaire kennis beter verhandelbaar te maken.

'De universitaire wereld realiseert zich niet hoe waardevol zijn kennis is', zegt drs. Leo Halvers, als expert lid van het Platform. Halvers is oud-voorzitter van de Technologiestichting STW die technisch onderzoek financiert. 'Door een bepaalde ontdekking te snel in een wetenschappelijk tijdschrift te publiceren, lopen instellingen soms mooie octrooien mis.'

De Nederlandse universiteiten laten bij elkaar tussen de honderd en tweehonderd octrooien per jaar registreren. In de Verenigde Staten, het grote voorbeeld in dit soort zaken, is dat aantal bij een beetje universiteit tien keer keer zo hoog. Daar zijn octrooien wel circa vijf keer zo goedkoop als in Europa, waar het aanvragen en instandhouden al gauw vijftigduizend euro per octrooi kost.

Stel wetenschappelijke publicaties een half jaar uit tot er octrooi is aangevraagd, zegt Halvers, die dertig jaar bij Shell heeft gewerkt. Die uitstelprocedure wordt ook bij het door STW gefinancierde onderzoek gehanteerd. 'Dat werkt al twintig jaar zo, tot grote tevredenheid.'

Tot voor kort zouden academische bestuurders op dergelijke oproepen op zijn minst terughoudend hebben gereageerd. Maar de universiteiten werkten zelf mee aan de aanbevelingen van het platform. 'Er is duidelijk een omslag in onze houding gaande', vindt mr. Ed d'Hondt, voorzitter van de vereniging van Nederlandse universiteiten (VSNU). 'Kennistransfer naar het bedrijfsleven wordt meer en meer beschouwd als onderdeel van de maatschappelijke opdracht van universiteiten.'

'Octrooien zijn een goede zaak', zegt ook dr. Sijbolt Noorda, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam. 'Je mag van een universiteit verwachten dat die haar kennis in de etalage zet.'

Niet alle universiteiten zijn even enthousiast, zegt D'Hondt. 'Sommige houden reserves.' Het gevaar is dat octrooigericht onderzoek ander, fundamenteler onderzoek gaat wegdrukken. 'Dat gevaar is theoretisch aanwezig', zegt D'Hondt. 'Maar het wordt overschat. Wetenschappelijk onderzoek wordt voortdurend getoetst, dus die kwaliteit zal niet afnemen. Wel moet je in de gaten houden dat de prioriteiten niet verschuiven richting octrooigericht onderzoek.'

Ook plaatsen sommige universiteiten kanttekeningen bij de geconstateerde kennisparadox. In de statistieken is namelijk niet terug te vinden dat ook veel bedrijven octrooien aanvragen op vindingen die samen met de universiteit zijn ontwikkeld, zegt Gerard Verschuren van de TU Eindhoven. Wat het totaal aantal octrooien betreft, doet Nederland het bovengemiddeld goed in Europa.

Het platform roept desalniettemin op tot een soort 'octrooibewustzijn' bij universitaire onderzoekers. 'Onzin', vindt emeritus hoogleraar prof. ir. Boud Vogelesang, de man achter een paar van de meest opmerkelijke universitaire octrooien van de afgelopen decennia. Zorg ervoor dat je goed onderzoek doet en in de juiste tijdschriften publiceert, zegt hij. 'Dat moet voorop staan. Als je een goede groep hebt, dan komen die patenten vanzelf wel.'

Vogelesang stond bij de TU Delft aan de wieg van het nieuwe materiaal Glare, dat toegepast gaat worden in de toekomstige Airbus A380. 'Nadat ik de eerste octrooien had aangevraagd, zei het College van Bestuur tegen me: dat moet u duur zien te verkopen. Ik had er misschien drie miljoen dollar voor kunnen krijgen, maar dat wilde ik helemaal niet. Ik wilde een relatie met de industrie, zodat mijn studenten het materiaal verder konden ontwikkelen.' Octrooien op zich zijn niet verkeerd, wil Vogelesang maar zeggen. 'Maar die dollartekens in de ogen, die zijn verkeerd.'

Het gaat het PUO ook niet om geld, benadrukken de betrokkenen. Aanbeveling 1 begint met de zin dat octrooien door universiteitsbestuurders nog te vaak worden gezien als mogelijke bron van financiering. Ten onrechte. 'Het is helemaal niet de bedoeling dat universiteiten zelf geld met octrooien gaan verdienen', zegt Halvers. 'De octrooien zijn alleen bedoeld om de universitaire kennis voor bedrijven aantrekkelijker te maken.'

Want zonder octrooi ligt die kennis maar voor het oprapen, en dan hoeft niemand het te hebben. Waarom eigenlijk niet? 'Vaak is er nog een lang en duur ontwikkelingstraject nodig. Bedrijven hebben daar geen zin in als de concurrent ook een deel van de markt kan wegpikken.'

Dus zullen de universitaire octrooien uiteindelijk vooral het landsbelang dienen, en niet de instellingen zelf. 'Inderdaad, heel genereus', vindt Noorda van de UvA. 'Maar ik vind dat we die opdracht hebben.' Het selecteren van octrooieerbare kennis zal nog wel een probleem worden, denkt ir. Jos Monaster van octrooiadviesbureau Licentec. Universiteiten hebben daarvoor te weinig marktkennis. Monaster vreest dat universiteiten wel eens overenthousiast kunnen raken, en in het wilde weg vindingen gaan octrooieren.

Zijn bedrijf heeft eerder octrooiportefeuilles van universiteiten doorgelicht, en concludeerde daarbij dat zeker een kwart van de patenten eigenlijk waardeloos is. 'Je moet alleen octrooi aanvragen als een nieuwe technologie een commerciële toepassing belooft, en niet omdat het gewoon zo'n mooi inventief nieuw procédé is. Veel octrooien worden om de verkeerde redenen aangevraagd.'

Wie in de toekomst de universitaire octrooien aan de man moet gaan brengen is nog de vraag. Halvers van STW stelt voor dat de VSNU een netwerk van contactpersonen zou kunnen opzetten. Maar het leuren met octrooien behoort niet tot de core-business van de universiteiten, vindt Noorda van de UvA.

Hij voorziet een soort impresario, die de octrooien bij belangstellende bedrijven moet zien te slijten. In zijn ogen zou het ministerie van Economische Zaken die rol op zich moeten nemen, of een commerciële octrooimakelaar.

Ook heeft het PUO nog niet bedacht wie het beheer van de octrooien in de toekomst moet gaan betalen. Dat zou bij de huidige aantallen tussen de vijf en tien miljoen per jaar zou kosten. D'Hondt van de VSNU is daarover duidelijk. 'Dat geld moet van Economische Zaken komen. Je kunt niet helemaal voor een dubbeltje op de eerste rang gaan zitten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden