Weten hoe ver de vijand wil gaan

Milosevic richtte Servië te gronde uit nationalisme en de nazi's vochten door uit zelfbehoud. Iedereen heeft zijn eigen rationaliteit. 'Die moet je kennen', zegt kolonel b.d....

Kolonel b.d. Jan van Angeren (58) zal een van de weinige Nederlanders zijn die zich master of air warfare mag noemen. Eind jaren tachtig studeerde hij al aan de Air University in de Verenigde Staten, een soort postdoctorale opleiding voor luchtmachtofficieren.

Ook in Nederland probeert de krijgsmacht tegenwoordig het wetenschappelijke gehalte van de militaire opleidingen te versterken. De cadetten en adelborsten van de Nederlandse Defensie Academie zullen in de nabije toekomst na afronding van hun studie de titel bachelor krijgen. Ook worden (ex-)militairen als Van Angeren, die luchtmachtstrategie doceert aan de NLDA in Breda, gestimuleerd een proefschrift te schrijven.

Volgende week promoveert Van Angeren aan de Universiteit Leiden op een dissertatie over mogelijkheden en grenzen van afdwingingsstrategieën. Van Angeren kwam in 1968 bij de luchtmacht en groeide op met de strategie van wederzijdse afschrikking tussen de NAVO en het Warschau Pact. Beide partijen konden elkaar vernietigen en lieten het dus uit hun hoofd een oorlog te beginnen.

Na de Koude Oorlog is afschrikking als dominant strategisch thema vervangen door afdwinging. De internationale gemeenschap wil staten als Iran, Servië of Noord-Korea tot goed gedrag dwingen, doorgaans met een combinatie van diplomatie en (dreigen met) geweld.

'Er was de nodige literatuur over afdwinging, maar dat waren meestal kwalitatieve beschrijvingen. Vaak waren het case studies. Ik wilde een model maken waarin ik alle relevante variabelen zou kunnen invoeren en waarin ook de relaties tussen die variabelen duidelijk moeten worden', zegt Van Angeren. Met behulp van wiskundige en economische theorieën ontwikkelde hij een complex model, waarin onder meer de opbrengsten, de risico's, de militaire capaciteit en de motivatie van de verschillende partijen kan worden ingevoerd. Aan de hand hiervan kan hij analyseren wat de beste afdwingingsstrategie is.

Iran

'Ik heb ook Iran in mijn model gestopt. Mijn conclusie is dat je Iran louter met geweld niet kunt dwingen af te zien van het maken van kernwapens. Je zult ze ervan moeten overtuigen dat ze niets bereiken met hun nucleaire programma en dat het ook niet zo'n drama is om het op te geven. Ook zul je waarschijnlijk compensatie moeten bieden, zoals economische steun', zegt Van Angeren. 'Ook de Nederlandse missie naar Afghanistan kun je in het model stoppen. Onder andere D66 vindt de risico's te groot. Met zo'n model kun je bekijken hoe de risico's kleiner gemaakt kunnen worden. Op die manier kun je zakelijker en preciezer debatteren. Het wordt minder een welles-nietes discussie met emotionele argumenten.'

Het model blijft een hulpmiddel, zegt Van Angeren. Het is uiteraard onmogelijk om geheel computergestuurd tot verantwoorde militair-politieke beslissingen te komen. Daarvoor zijn de onzekerheden vaak ook te groot. Veel variabelen, zoals de bereidheid van Iran om offers te brengen voor zijn nucleaire programma, zijn gebaseerd op inschattingen.

Afdwinging is een lastig spel. De nadruk ligt niet op het verslaan van de tegenstander, maar op het beïnvloeden van diens besluitvorming. Van beide kanten wordt een complex 'ik-wil-dat-hij-denkt-dat-ik-denk'-spel gespeeld. Iran moet ervan overtuigd worden dat het Westen het land zal helpen als het zijn nucleaire ambities overboord zet en dat het, in laatste instantie, zal worden aangevallen als het zich ontwikkelt tot een gevaarlijke kernmacht. Maar de kans is groot dat Iran de aangeboden wortel wantrouwt, terwijl het gelooft dat het Westen zal terugdeinzen voor de stok. 'Dat is heel moeilijk. Je kunt wel zeggen: ik sla je helemaal niet dood, maar als de tegenpartij dat niet gelooft, schiet je daar niets mee op', zegt Van Angeren.

De grootste fouten worden vaak gemaakt doordat de partijen zich onvoldoende in elkaars beweegredenen inleven. Soms denken westerse partijen dat ook hun tegenstander zich op een westerse manier rationeel zal gedragen. Maar het Servië van Milosevic bleek bereid zichzelf uit nationalisme te gronde te richten. In andere gevallen wordt de tegenstander beschouwd als een evil empire, niet voor rede vatbaar. Daardoor wordt een politieke oplossing bijna bij voorbaat uitgesloten.

Bombarderen

Van Angeren: 'De tegenstander heeft vaak zijn eigen rationaliteit. Die moet je kennen. In de Tweede Wereldoorlog dachten vooral de Britten dat ze Duitsland tot overgave konden dwingen door burgers in Duitse steden te bombarderen. Maar de bombardementen leidden alleen maar tot fatalisme.

De geallieerden wilden onvoorwaardelijke overgave. Dat zou het einde van het regime betekenen, en voor de leiders ook het fysieke einde. Daarom vochten ze door, al leek het rationeel geen zin meer te hebben. De Britten hoopten ook dat de Duitse bevolking in verzet zou komen, maar dat was bijna onmogelijk onder het nazi-regime. Uiteindelijk bleek afdwinging door bombardementen ook niet mogelijk. Er zat niet anders op dan het land ouderwets te veroveren.'

Motivatie is de belangrijkste factor bij afdwinging. Wie houdt zijn poot het langste stijf? 'Je staat voor een dilemma: door afdwinging wil je geweld beperken. Dat vereist wel dat je bereid bent indien nodig geweld te gebruiken.'

Die geloofwaardigheid is vooral te vinden bij de Verenigde Staten. Bij coalities, zoals de NAVO, de Europese Unie of de Verenigde Naties, is het dreigen met geweld veel minder geloofwaardig. 'Na de operatie Desert Storm in 1991 is de toenmalige coalitie tegen Saddam Hoessein snel uit elkaar gevallen. Dat gaf Saddam de gelegenheid terug te komen', zegt Van Angeren.

De Verenigde Naties zijn volgens hem niet geschikt om dwang toe te passen. 'De VN kan dreigen met geweld. Maar die dreiging is niet geloofwaardig als uit alles blijkt dat je eigenlijk niet wilt. Bovendien ontstaat in zo'n internationaal lichaam snel onenigheid.'

Minder succesvol zijn de Verenigde Staten bij de wederopbouw van een samenleving, zoals nu in Irak gebeurt. 'De kwaliteit van het optreden van de Amerikaanse strijdkrachten in de consolidatiefase in Irak staat in schril contrast tot de kwaliteit van de strategische studies afkomstig van Amerikaanse wetenschappers', luidt een stelling bij Van Angerens proefschrift.

Clingendael

'In Nederland hebben we Clingendael en de faculteit militaire wetenschappen van de NLDA, dat is op zich goed. Maar het is qua omvang en niveau niet te vergelijken met de strategische studies in de Verenigde Staten, bij de opleidingen van de Amerikaanse strijdkrachten en denktanks als het Brookings Institute. Maar er gebeurt te weinig mee.'

Is dat niet het droeve lot van de strategische studies? De wetenschapper bouwt zijn prachtige modellen en theorieën, maar uiteindelijk maken politici en militairen hun eigen afwegingen. 'In het militaire bedrijf ontmoet je inderdaad wel eens wantrouwen tegen de wetenschap. Wij zijn doeners, geen denkers, is dan de houding, vanuit het idee dat denkers geen doeners kunnen zijn. Maar de legerleiding denkt daar gelukkig anders over.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden