Wet zonder veel omhaal toegepast

Een wetswijziging in 1998 gaf het Openbaar Ministerie meer armslag om in hoger beroep de tenlastelegging tegen een verdachte te verzwaren....

Van onze verslaggever Victor Lebesque

Gerechtshoven mogen toestaan dat justitie de tenlastelegging tegen een verdachte in hoger beroep verzwaart. Dit heeft de Hoge Raad dinsdag beslist in het cassatieberoep van een van de verdachten in de zaak-Tjoelker.

Het beroep van de verdachte tegen de verzwaring van de tenlastelegging is verworpen. Daarmee is de veroordeling van de verdachte, de 27-jarige M. ten C. wegens 'medeplegen van zware mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft' onherroepelijk geworden. Ten C. kreeg dertig maanden gevangenisstraf.

In het arrest past de Hoge Raad zonder veel omhaal de wet toe, met name artikel 415 van het Wetboek van Strafvordering zoals dat in januari 1998 werd gewijzigd. Met die wijziging werd vastgelegd dat het Openbaar Ministerie in hoger beroep - net als in eerste aanleg bij de rechtbank - de tenlastelegging mag aanvullen met strafverzwarende omstandigheden en wijziging ervan kan vorderen. De rechter beslist over de vordering tot wijziging.

De officier van justitie had Ten C. bij de rechtbank in Leeuwarden 'openlijke geweldpleging' ten laste gelegd. In het hoger beroep bij het hof vroeg de procureur-generaal verruiming van de beschuldiging tot 'medeplegen van doodslag' en 'medeplegen van zware mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft'. Op deze beide delicten staan zwaardere maximumstraffen dan op dat in de oorspronkelijke aanklacht.

Volgens de wet - artikel 412 van het Wetboek van Strafvordering - mag een verdachte in hoger beroep alleen terechtstaan voor een of meer strafbare feiten die hem ook in eerste aanleg ten laste waren gelegd. Dit artikel dient om te voorkomen dat de verdachte in onzekerheid verkeert over hetgeen waarvoor hij zich in hoger beroep moet verantwoorden. De eerbiediging van dit voorschrift is de basisvoorwaarde voor een behoorlijke voorbereiding van de verdediging van de verdachte in appèl.

De wet stelt geen sanctie op het niet voldoen aan het voorschrift van artikel 412, maar de praktijk was dat de rechter het afstrafte door de dagvaarding nietig te verklaren. In enkele gevallen echter stond de Hoge Raad afwijking van de appèldagvaarding toe. In die gevallen was er volgens de Hoge Raad geen sprake van dat de verdachte erdoor in zijn verdediging was geschaad.

In 1998 werd wettelijk toegestaan dat de tenlastelegging in hoger beroep wordt aangevuld en gewijzigd. Echter niet onbeperkt. In geen geval mogen wijzigingen worden toegelaten waardoor de tenlastelegging niet meer hetzelfde feit zou inhouden. Het woord 'feit' is de kern van de bepaling. Het moet worden gelezen als 'voorval'. In bijvoorbeeld een zaak tegen een verdachte die persoon A om het leven heeft gebracht, mag in de tenlastelegging wel doodslag worden veranderd in moord, maar persoon A niet in persoon B. Wat werkelijk is gebeurd, mag niet worden veranderd.

In het cassatieberoep in de zaak-Tjoelker stelde de raadsman dat de tenlastelegging door de toegelaten wijziging niet langer hetzelfde feit inhield. De Hoge Raad is het daarmee oneens. Het hof heeft volgens de Hoge Raad de juiste maatstaf aangelegd. Het heeft vastgesteld dat de in de aanvankelijke tenlastelegging opgenomen gedragingen hetzelfde feit opleveren als in de vordering tot wijziging van de aanklacht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden