Westers jongetje in Marokkaanse cel

De 'groentjesruimte' zegt hij onmiddellijk. En natuurlijk 'de dierentuin'. Lang hoeft Joseph Oubelkas (30) niet na te denken over zijn antwoord op de vraag wat de verschrikkelijkste herinneringen zijn aan de vierenhalf jaar dat hij onschuldig in Marokkaanse gevangenissen zat.


De 'groentjesruimte' is de verzamel- en distributiecel van de gevangenis in Salé. Daar komen de nieuwelingen (groentjes) terecht, die vervolgens over verschillende afdelingen van de gevangenis worden verspreid. Die ruimte was tot de nok gevuld met gevangenen, toen Oubelkas daar arriveerde. Toch werden daar steeds weer nieuwe gedetineerden naar binnen gesmeten. 'Plotseling brak een ruzie uit. Een ruzie in een volle disco is al beangstigend. Maar daar! Die gevangenen, dat geschreeuw, die blik in hun ogen. Demonisch. Met scheermessen en andere scherpe voorwerpen gingen ze elkaar te lijf. Ze haalden elkaar open: messteken in hun gezicht, in hun nek, op de armen, benen, buik. Ik stond tegen de muur aangeplakt. Gelukkig kwamen er bewakers met gummiknuppels en geweren, die flink op de relschoppers inbeukten. Toen werd het weer rustig.'


De 'dierentuin' is een ruimte in de Salé-gevangenis waar gedetineerden, die de interne regels hebben overtreden, tijdelijk voor straf worden opgesloten. Ze krijgen niet te eten en verdringen zich voor de tralies als medegevangenen langs lopen. Oubelkas: 'Die komen dan terug van hun bezoekuurtje. De hongerigen staan er te roepen 'khoya, khoya', gooi alsjeblieft wat te eten. Dat krijg je dan toegeworpen. Het is als nootjes gooien naar aapjes in de dierentuin.'


Hij grijpt naar zijn hartstreek. 'Dit hoort ook zeker bij de gruwelijkheden. De steekpartij in de gevangenis van Taza, waar ik eerder zat.' Hij hoorde een doffe klap en zag zijn Franse vriend Soufian, die door een medegevangene was aangevallen, naar zijn hart grijpen. 'Er was zoveel bloed. Soufian heeft het op het nippertje overleefd.'


Oubelkas is als een verbale waterval. Het ene verhaal buitelt over het andere. Hij vertelt over het gevangenisleven, over ratten, kakkerlakken, zijn celkat Pipi, maffiabaas Baba, drugshandel in de cel, over strohalmen van medemenselijkheid. Over het door en door corrupte juridisch systeem in Marokko, waar iedereen, van de bewakers tot de hoogste rechters, kan worden omgekocht. Op tafel in een etablissement in Breda ligt het eerste exemplaar van zijn boek 400 brieven van mijn moeder, waarin hij zijn verhaal heeft opgetekend.


Het boek is ook een ode aan zijn moeder Janny, die hem met haar brieven en haar positieve houding door 1637 dagen onterechte gevangenschap sleepte. 'Zij was niet de enige', benadrukt Oubelkas. 'Ik kreeg ook brieven van vrienden en onbekenden die van mijn lot hoorden. Al die steuntjes in de rug gaven mij de moed om door te zetten.'


Oubelkas' nachtmerrie begon op donderdag 23 december 2004. Tot die dag was zijn leven voorspoedig verlopen. Hij groeide op in Raamsdonksveer (Brabant) en had een uitgebreide Nederlandse vriendenkring. Op 16-jarige leeftijd begon hij aan de hbo-studie hogere informatica. Twintig was hij toen hij een eigen IT-bedrijf startte, dat een succes was. Hoewel zijn ouders scheidden, had hij 'een heerlijke jeugd'.


In december 2004 verving hij een collega die voor zijn opdrachtgever Zwaardfruit, een groot import- en exportbedrijf, naar Marokko moest. Zwaardfruit had een groot aantal mandarijnenvelden opgekocht in de regio van Berkane. Oubelkas werd gevraagd het proces van pluk tot export te begeleiden. Op de 23ste kwam hij nietsvermoedend aanrijden bij de bedrijfspoort. Hij zag vreemd geparkeerde autos, huilende mensen en tientallen mannen in uniform. Hij stapte uit en vroeg: 'Wat is hier aan de hand?'


Antwoord kreeg hij niet. Zijn paspoort werd ingenomen, hij werd gearresteerd en beschuldigd van drugshandel. Op het terrein stond een bestelauto met 8 ton hasj.


Volgens de rechters stonden in zijn paspoort vijf inreisstempels meer dan uitreisstempels. Dat was voldoende bewijs dat hij smokkelroutes had genomen. Hij werd veroordeeld tot tien jaar cel. Hoewel was aangetoond dat zijn paspoort het juiste aantal in- en uitreisstempels bevatte, bleef die tien jaar in hoger beroep overeind.


Als Oubelkas vertelt over zijn onschuld stuit hij vaak op scepsis, zegt hij berustend. 'Ik snap dat wel. Vroeger zou ik ook zo hebben gereageerd. Het is de westerse blik: je kan niet zomaar, zonder bewijs, worden opgesloten. Toch is mij dat overkomen. Naam, adres en telefoonnummer van de eigenaar van het busje vol hasj waren bij de Marokkaanse justitie bekend. Maar hier is nooit iets mee gedaan.'


Hij was 'een westers jongetje van 24' toen hem dit overkwam. Heel lang heeft hij gedacht dat het recht zou zegevieren en dat hij spoedig vrij zou komen. Maar stukje bij beetje leerde hij het Marokkaanse rechtssysteem doorgronden. Oubelkas: 'Je kan daar door justitie zomaar van de straat worden geplukt en in de cel verdwijnen. Ik heb daar tussen zware criminelen gezeten, maar ook andere onschuldigen ontmoet.'


Hij noemt Appie, een gedreven gendarme die keurig zijn werk deed, maar werd tegengewerkt door corrupte collega's. Hij zou een bende aansturen die handelde in gestolen auto's. Appie kreeg vier jaar.


Oubelkas had de steun van een Nederlands netwerk van familie, vrienden, de ambassade in Rabat en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. 'Ik ben hier goed uitgekomen, maar om onschuldige Marokkanen bekommert niemand zich.'


De beelden die hij nu op televisie ziet van de Arabische revolutie verbindt hij met de rechteloosheid die hij in Marokkaanse gevangenissen heeft ervaren. 'Mensen zijn onmachtig, ze moeten overleven, doen mee aan het verrotte systeem. Velen hebben daar genoeg van, maar ze kunnen niet anders. Tot de onvrede explodeert.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden