Opinie

'Westen niet in positie Egypte de les te lezen'

De Amerikaanse en Europese felicitaties aan de Egyptische president Morsi hebben een paternalistische en arrogante toon, vindt Marno de Boer. Een gematigder toon zou het Westen beter passen.

De Egyptische president Morsi begroet de Koptische bisschop Beshoy (l).Beeld epa

Nu Mohammed Morsi van de Moslimbroederschap de eerste vrije Egyptische presidentsverkiezingen heeft gewonnen, uiten velen in het Westen bezorgdheid over de toekomst van mensenrechten en rechtstaat in het land.

Gezien het westerse verleden en heden van steun aan autoritaire leiders in Egypte, zou een bescheidener en pragmatischer benadering gepaster zijn en waarschijnlijk ook tot een succesvollere samenwerking met de broederschap leiden.

De Amerikaanse en Europese felicitaties aan Morsi hebben namelijk een sterk paternalistische toon. Het Witte Huis benadrukte expliciet dat hij vooral de rechten van christenen en vrouwen moet respecteren.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken Hague voegde hier nog met misplaatste arrogantie aan toe dat zijn land Egypte daarbij zal ondersteunen. Onze eigen minister Rosenthal zei zuinigjes dat hij Morsi op zijn daden beoordeelt. De president moet vooral de vrijheid van meningsuiting en godsdienst waarborgen.

De verklaringen benadrukten ook de jarenlange warme banden met Egypte. De ironie zal geen Moslimbroeder ontgaan. Met de militaire dictators Sadat en Mubarak konden westerse regeringen inderdaad decennialang goed overweg. De despoten zorgden voor stabiliteit en hielden de islamisten onder de duim.

Dat ze verkiezingen vervalsten en met omvangrijke veiligheidsdiensten de bevolking onderdrukten, werd met de mantel der liefde bedekt. Dat ze de populaire broederschap verboden en haar leiders om hun politieke mening gevangen zetten, vond ook geen westerse regering bezwaarlijk.

Als het om bescherming van christenen aankomt, had Mubarak trouwens ook geen smetteloos blazoen. Hij wakkerde regelmatig spanningen tussen hen en moslims aan om zich vervolgens op te werpen als beschermer tegen extremistische moslims.

De Arabische Lente toonde het failliet van deze westerse politiek aan. De keus is niet tussen seculiere dictators of fanatieke aanhangers van Bin Laden. De meerderheid van de bevolking in het Midden-Oosten wil minder corrupte leiders, die voor economische groei en banen zorgen. Ze moeten ook sociaal en religieus conservatief zijn, maar slechts een minderheid pleit voor Taliban-achtige toestanden of een religieuze dictatuur zoals in Iran.

Toch heeft het Westen moeite afscheid te nemen van het oude paradigma. Er is nooit overtuigend stelling genomen tegen de Egyptische strijdkrachten. Sinds zij Mubarak ruim een jaar geleden onder druk van demonstraties aan de kant schoven, hebben ze hun macht aanzienlijk vergroot.

Onder recentelijk ingevoerde wetten kunnen ze bijvoorbeeld burgers oppakken en hen voor een krijgsraad berechten.

Het is niet verwonderlijk dat de Moslimbroederschap zich koeltjes opstelt jegens het Westen. Het actieve twitteraccount bevat dankbetuigingen aan het Egyptische volk. Ook staan er hoopgevende teksten over een regering voor alle Egyptenaren en het eerbiedigen van internationale verdragen.

Warme woorden voor Europa of Amerika kunnen er begrijpelijkerwijs niet vanaf. De broederschap roept het buitenland op zich niet te mengen in Egyptes interne aangelegenheden en pleit voor betrekkingen op basis van wederzijds respect en wederzijdse belangen.

Een dergelijke samenwerking is mogelijk. De Egyptische economie staat er namelijk beroerd voor na ruim een jaar revolutionaire onrust. Morsi zal voor groei moeten zorgen om de steun van het volk te houden als tegenwicht tegen de strijdkrachten. Het Westen kan hierbij helpen met gunstige handelsvoorwaarden, advies en leningen via het IMF of de Wereldbank. Dit is haalbaar aangezien de broederschap een voorstander van de vrije markt is.

Gedurende zo'n samenwerking kan het Westen voorzichtig wijzen op het nut van mensenrechten. Egypte heeft namelijk een grote toerismesector. Zonder respect voor vrouwen en christenen zullen veel westerse toeristen niet terugkeren. Het nakomen van internationale verdragen is ook van belang om het vertrouwen van buitenlandse investeerders te wekken. Als voorbeeld kan op Turkije worden gewezen. Daar slaagt de gematigd islamitische AK-partij erin een redelijk democratisch systeem te combineren met economische groei, regionale invloed en het terugdraaien van de macht van het leger.

Het streven van de broederschap naar een gelijkwaardige band met de internationale gemeenschap is pragmatisch en verstandig. Hopelijk volgen westerse regeringen spoedig deze lijn. De houding van Europa en Amerika dat zij het beste weten hoe Egypte mensenrechten en democratie kan realiseren, is ongepast en contraproductief.

Marno de Boer is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden