Westen bijt zijn tanden stuk op Iraans bewind

Het Westen worstelt nog steeds met zijn houding tegenover Iran. Washington probeert zijn bondgenoten over te halen tot een boycot, de Europese landen houden vast aan de dialoog....

NIEMAND gelooft dat Ali Fallahian, de Iraanse minister voor de inlichtingendiensten, daadwerkelijk voor een Duits gerechtshof zal verschijnen. Hij zou zich, zo maakte de Duitse justitie vorige week bekend, moeten verweren tegen de beschuldiging dat hij opdracht heeft gegeven voor de moord op vier Koerdische dissidenten in een Berlijns restaurant in 1992.

Maar het arrestatiebevel dat nu tegen Irans hoogste spionnenbaas is uitgevaardigd door de beste vriend die het land in Europa heeft, kan wellicht toch een waterscheiding betekenen in de houding ten opzichte van een van 's werelds beruchtste 'paria-staten'.

Is het de mulla's, die wolven in schaapskleren, na hun enthousiaste reacties op de zelfmoordaanslagen in Israël die tot doel hadden het Arabisch-Israëlische vredesproces om zeep te helpen, nu dan eindelijk gelukt om de internationale oppositie tegen hen te verbreden en te verenigen? Dat zou een hele prestatie zijn. Tot nu toe stonden de Amerikanen tamelijk alleen.

De VS zijn geobsedeerd door Iran sinds dat als gevolg van de islamitische revolutie van 1979 op dramatische wijze als bondgenoot verloren ging. Warren Christopher, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, staat de vernederende, 444 dagen durende gijzeling van het ambassadepersoneel nog helder voor ogen. Dat later in de kelders van Beiroet met steun van Iran opnieuw een aantal Westerlingen langdurig werd vastgehouden, verhevigde slechts de Amerikaanse afkeer van dat land.

Tot nu toe delen de meeste Europese landen die afkeer niet. Bij hen hebben sinds de sjah van zijn pauwentroon werd gestoten zakelijke en andere belangen steeds de betrekkingen met Iran bepaald. Duitsland heeft de relatie met zijn enige, maar daardoor des te belangrijker handelspartner in het Midden-Oosten altijd op waarde geschat. Groot-Brittannië, dat de betrekkingen met Iran vanwege de affaire-Rushdie verbrak, onderhield voordien ook nauwelijks banden met dat land.

Dat neemt niet weg dat Iran, dat sinds de opkomst van het fundamentalisme na de Koude Oorlog en sinds het Arabisch-Israëlisch conflict veel van zijn scherpe kanten heeft verloren, zich in het brandpunt van de aandacht bevindt; paradoxaal genoeg juist nu het revolutionaire vuur zich veel meer uit in retoriek dan in daden. Maar het moment lijkt gekomen waarop Iran de rekening krijgt gepresenteerd van alle haatcampagnes.

HET is makkelijk om Iran in de beklaagdenbank te zetten, maar moeilijk om de bewijsvoering rond te krijgen. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië wijzen steeds maar weer op de banden van het Iraanse regime met Hamas en de Islamitische Jihad, de Palestijnse moslim-fundamentalistische groepen die verantwoordelijk zijn voor de bomaanslagen.

Ook Israël wijst zo nu en dan de beschuldigende vinger naar Iran, maar het was opmerkelijk dat op de anti-terrorisme top in Sharm El-Sheikh behalve Shimon Peres alleen John Major Iran op de korrel nam.

Er wordt algemeen vanuit gegaan dat de Iraniërs steun geven aan de Hezbollahstrijders in Zuid-Libanon (ook al probeert hun bondgenoot Syrië hen in te tomen) en dat ze een rol hebben gespeeld in twee vernietigende autobom-aanslagen op Israëlische en joodse doelwitten in Argentinië. Ook wordt er nauwelijks aan getwijfeld dat de Iraanse overheid betrokken is geweest bij moordaanslagen op dissidenten in Europa.

De wijze waarop de Iraniërs steun hebben gegeven aan de moslimstrijders in Bosnië is een recente toevoeging aan het Amerikaanse lijstje van Iraanse wandaden, al was Iran ironisch genoeg een van de weinige landen die zich schaarden achter de oproep van de VS om het wapenembargo tegen Bosnië op te heffen.

Washington was verbolgen over de aanwezigheid van Mujahedin-strijders in Bosnië, en maakte veel misbaar toen bleek dat er Iraanse adviseurs verbonden waren aan een geheim militair centrum van de Bosnische regering, waar onder meer speelgoed werd gevonden waarin explosieven zaten.

De VS hebben steeds hun best gedaan om Iran te isoleren. Ze hebben Japan en Duitsland dringend verzocht om het land, dat zit te springen om kredieten, geen leningen meer te verstrekken. En het Congres bereidt na het handels- en investeringsverbod van verleden jaar een wet voor die buitenlandse bedrijven moet straffen wanneer deze meer dan 40 miljoen dollar investeren in de Iraanse olie- en gasindustrie.

In een jaar met verkiezingen in de VS - maar ook in Israël, wat misschien nog belangrijker is - mogen overwegingen van bondgenootschappelijke aard voor Washington geen reden zijn om af te zien van hardere maatregelen. Zeker niet nu vast is komen te staan dat er een rechtstreeks verband is tussen Iran en de terroristen die het op Israël hebben gemunt.

Toch leert de ervaring dat een unilaterale handelsboycot geen effect sorteert en bovendien multilaterale, door de VN afgekondigde sancties kan ondermijnen. Sommige deskundigen menen dat dergelijke strafmaatregelen ten opzichte van Iran het land veel belangrijker maken dan het in werkelijkheid is. Dit sluit aan bij het idee dat men zich op het terrein van de buitenlandse politiek niet moet laten leiden door obsessies, en dat geldt zeker voor een anders zo behoedzaam opererend man als Warren Christopher.

'Er valt al zoveel slechts over Iran te zeggen, dat het niet nodig is om er dingen bij te verzinnen', aldus Gary Sick, de adviseur van Jimmy Carter inzake Iran. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan valt dit soort kritiek in goede aarde. Bonn heeft nu, zij het wat laat, actie ondernomen tegen de George Smiley van de Islamitische Republiek, maar niettemin is de Europese Unie verdeeld over de vraag of men de 'kritische dialoog' met Teheran moet voortzetten.

DE lidstaten die veel zaken toen met Iran vinden van wel. Kleinere landen, voor wie zakelijke belangen minder een rol spelen, vinden van niet. Groot-Brittannië, waar het ministerie van Buitenlandse Zaken er een handje van heeft om tactische overwegingen te verheffen tot principiële standpunten, heeft zich nog niet echt uitgesproken.

Het zal spoedig duidelijk worden welke kant het op zal gaan met de relatie tussen Europa en Iran. Een delegatie van de EU zal binnenkort Teheran bezoeken, met de bedoeling de leiders daar te bewegen tot een ondubbelzinnige veroordeling van het terrorisme, iets wat Amerika altijd al gewild heeft, maar waar niemand veel hoop op heeft. Tegelijkertijd vindt er in Washington een ontmoeting plaats tussen Europese en Amerikaanse functionarissen, waarbij onder meer geheime informatie zal worden uitgewisseld.

Londen heeft al veel frustrerende ervaringen opgedaan bij zijn pogingen Iran te bewegen de fatwa tegen Salman Rushdie in te trekken en twijfelt ernstig aan het nut van dreigende woorden jegens Teheran.

Hoogstwaarschijnlijk zal daar een vage en ontwijkende reactie op komen, want heldere antwoorden zijn nauwelijks te verwachten van een staat waarin het woord 'terrorisme' zo vaak tussen aanhalingstekens wordt geplaatst, waar een met bommen behangen zelfmoordenaar een martelaar genoemd wordt en waar 'goddelijke vergelding' een reëel begrip is.

Ian Black is redacteur van The Guardian.

The Guardian/de Volkskrant

Vertaling: Brigit Kooijman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden