West-Kruiskade op dinsdag even Chinatown

De West-Kruiskade in Rotterdam ondergaat op dinsdag een metamorfose. Voor één dag is sprake van een levendige Chinatown. Het is een wekelijks terugkerend vrolijk ritueel waar wordt bijgepraat, geluncht en gewinkeld....

Dinsdagmiddag. . . Op z'n zondags geklede Chinese gezinnen stijgen op uit de parkeergarage van het Rotterdamse schouwburgplein. Het is weekeinde voor de vele in de horeca werkende Chinezen in Nederland. Zes dagen lang hebben ze tien uur per dag hard gewerkt. Vandaag blijven de meeste keukens leeg.

De straat ondergaat een metamorfose. Voor even verandert de met Chinese toko's omlijste West-Kruiskade in een heuse en levendige Chinatown. Het is een wekelijks terugkerend vrolijk ritueel, dat de laatste maanden wat wordt verstoord door Marokkaanse en Antilliaanse straatrovertjes. Jongens die het hebben gemunt op de tassen en portemonnees van de dagjesmensen en 's avonds laat op de dagopbrengst van de ondernemers. Deze laatsten zit de ontwikkeling zo dwars dat ze iets hebben gedaan dat Chinezen bij criminaliteit in de eigen kring nooit doen: ze deden aangifte bij de politie en hebben geprotesteerd bij het stadhuis. De ondernemers zijn bang dat wat de laatste jaren is opgebouwd teloor gaat. Ze vrezen voor hun klandizie. Al is die nog altijd aanwezig, zo blijkt deze dinsdag.

De brabo- en polderchinezen gebruiken de vrije uurtjes om vrienden en familie te ontmoeten in de grote stad. Ze komen uit Dongen, uit Willemstad, uit Spijkenisse en uit Arnhem. Het is nog niet zo'n oude traditie, dit Rotterdams dagje uit. Pas de afgelopen tien jaar is een deel van de West-Kruiskade, die van het Centraal Station richting Delfshaven leidt, spontaan veranderd in een Chinatown. Het gebeurde zonder dat een beleidsambtenaar, politicus of Chinese leidsman daartoe heeft opgeroepen. En nu is het de ontmoetingsplek bij uitstek voor Chinezen. Volgens velen van hen gezelliger dan het gebied rond de Nieuwmarkt in Amsterdam, dat men omschrijft als vies en smoezelig.

Rotterdam is blij met de ontwikkeling en subsidieert zaken die hun uitstraling aan de straatzijde verbeteren. Chinatowns zijn hip tegenwoordig. Een beetje stad heeft een Chinatown, aldus een voorlichter van de dienst Stedenbouw en Vervoer.

Het uitje begint met een uitgebreide lunch. Op dit voor Nederlanders ongebruikelijke uur is het verrassend te zien hoe druk het is in de betere restaurants als King's Garden, Grand Palace en de Chinese Muur. Na het tafelen trekken de Chinezen de West-Kruiskade in, naar de goudwinkels, videotheken, souvenierwinkels en de vele toko's. De Hollandse gevels verbergen een verrassend exotische wereld, waarin bijna alles is gedroogd: zeewier, knoflook, garnalen, champignons, groenten, lotusblad om rijst in te rollen. In de winkelschappen liggen de gemarineerde kwallen naast de rauwe exemplaren en de eendeneieren naast de inktvis.

Een Chinees koopt vooral levende vis, zo blijkt wanneer men de kleine toko's doorkruist en langs de wasmachine en het keukentje bij de waterbassins in het achterhuis komt. Kreeft, tarbot en paling liggen opeengepakt in het water.

Het is een kleurrijk geheel aan de West-Kruiskade, maar in vergelijking met de Chinatowns elders ter wereld blijft het een onbeduidende plek. Chinatown Rotterdam en ook Amsterdam zijn niet zoals de traditionele Chinatowns sociaal, politiek en economisch autonoom. Het zijn geen oorden waar land- en lotgenoten traditioneel samenklitten om te overleven en zich te beschermen tegen de hen oorspronkelijk vijandige autochtone omgeving. Er wonen ook bijna geen Chinezen. Het zijn slechts ontmoetingsplaatsen waar een klein aantal Chinezen werkt en velen komen winkelen.

Voor de oorlog kende Rotterdam wel een echt dampende Chinatown waar Chinezen opeengepakt bij elkaar woonden. Het Rotterdamse Katendrecht is dan de grootste Europese Chinatown. Er wonen enkel mannen, twee- tot drieduizend Chinese zeelieden die door rederijen worden gebruikt om stakingen onder de Nederlandse bemanningen te breken. Chinatown Katendrecht verdwijnt als gevolg van de crisis in de jaren dertig en door hardvochtig overheidsoptreden tegen de prostitutie en illegaliteit.

Na de oorlog ontstaat een Chinese diaspora over Nederland. En breken betere tijden dan ooit tevoren aan. Chinezen gaan op zoek naar de stad of het dorp waar nog geen afhaalChinees is gevestigd. In 1947, zo schrijft Li Minghuan in haar boek over Chinese immigrantenverenigingen (We need two worlds), zijn er nog maar 23 afhaalrestaurants. Twintig jaar later tweeduizend. Vanaf 1976, het jaar waarin de culturele revolutie in China eindigde en emigratie niet meer zo taboe was, is het aantal Chinezen in Nederland minstens verzevenvoudigd. Schattingen lopen uiteen van 65- tot 120 duizend.

Sinds midden jaren negentig is een kentering zichtbaar. Het wordt steeds moeilijker voor migranten om legaal een leven op te bouwen in Nederland, omdat in Europa de buitengrenzen en de migratiewetten zijn aangescherpt. De illegaliteit groeit, ook onder Chinezen. Deze illegale nieuwkomers hebben geen rechten in Nederland en zijn veel afhankelijker van hun landgenoten. Hierdoor krijgen Chinatowns voor het eerst sinds de oorlog weer een pensionfunctie voor nieuwelingen. Veel illegalen wonen nu wel in of nabij de snel ontwikkelende Chinatown van Rotterdam. Een deel zoekt werk. Een ander deel wacht in geheime safehouses op een overtocht naar Engeland, Canada of de Verenigde Staten. Volgens schattingen van Londense advocaten, die veel migratiezaken voor uit Nederland gearriveerde Chinezen behandelen, zouden er alleen in Rotterdam nog ongeveer duizend illegale Chinezen wachten op een overtocht. De 58 van Dover verbleven ook opeengepakt in een pand in Rotterdam, alvorens ze de voor hen fatale reis aanvaardden.

Op de West-Kruiskade blijkt het voor Chinezen een koud kunstje de legalen van de illegalen te onderscheiden. 'Die met oversized colberts, hoofd gebogen, zakken in de handen, lange haren, bleek gezicht, die zijn nog niet lang hier', vertelt een Chinese man die als FNV-vertrouwenspersoon voor Chinese horecawerknemers optreedt. Buiten voor de deur van het politiebureau aan de West-Kruiskade staan drie mannen met een dergelijk uiterlijk met elkaar te kletsen. Een jongeman, slobberig pak, gouden horloge, lang haar en donzig snorretje, vertelt dat hij al zes jaar illegaal in Nederland is en dat hij vandaag een dagje vrij heeft. Hij zegt tien uur per dag te werken en geen tijd te hebben om Nederlands te leren. Hij reageert verbaasd op de mededeling dat Nederlanders 36 uur per week werken. Hij komt uit Shanghai en vertelt dat tegenwoordig vaak oma's en opa's illegaal naar Nederland worden gehaald om hier op de kinderen te passen van tot over hun oren in het werk zittende Chinezen.

Op de hoek van de straat wachten twee meisjes. Ook zij zeggen niet legaal hier te wonen. Een van hen is al twintig jaar in Nederland. Ze past zestig uur per week op, vertelt ze in gebrekkig Nederlands. Ze krijgt achthonderd gulden per maand. Vanmiddag is ze vrij, omdat de ouders van het kind niet in het restaurant hoeven te werken.

Wanneer de middagzon langzaam verwatert, zit de man met de donzige snor stil naast een meisje op een bankje in het park. De gezinnen zakken met volle tassen de parkeergarage in. De buiken zijn gevuld, het laatste nieuws is uitgewisseld en de weekinkopen zijn gedaan. Het weekeinde is voorbij. Eenieder verspreidt zich weer over Nederland. Op weg naar de woensdag, het begin van weer een lange werkweek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden