Wesselink tegen Schwarzman

Zoals aangekondigd neem ik de beslissende fase van de spannende competitiepartij Wesselink-Schwarzman 2001 nogmaals met u door...

Zie diagram

Zo stond het na 27.30-25. Door de zet 47-42 consequent achterwege te laten, heeft Wesselink ervoor gezorgd dat hij 6-11 steeds met de wederzijdse doorbraak 26-21 (17x37) en 28x6 kan beantwoorden. Het probleem is alleen dat het, zoals ik veertien dagen geleden schreef, onmogelijk te voorzien is in wiens voordeel de situatie na 37-41 uitpakt.

Daarbij wordt een heldere kijk op de zaak extra bemoeilijkt door de omstandigheid dat, anders dan in Dibman-Galasjov 1983 (zie de rubriek van vorige week), de bedoelde decorwisseling zich in liefst drie verschillende 'zettingen' kan voordoen, die stuk voor stuk hun eigen varianten en dito conclusies met zich meebrengen! Maar alvorens die drie verschillende versies onder de loep te nemen, som ik ze even voor u op:

A) 27...5-10 28.34-29 6-11 29.29x20 15x24 30.26-21 17x37 31.28x6 37-41.

B) 27...6-11 28.26-21 17x37 29.28x6 37-41.

C) 27...6-11 28.34-30 5-10 29.26-21 17x37 30.28x6 37-41.

Wat de A-zetting betreft: aan de varianten die ik in de rubriek van 30 maart gaf, heb ik niets toe te voegen. Na 27...5-10(?) 28.34-29! 6-11 29.29x20 15x24 30.26-21! 17x37 31.28x6 37-41 luidt het sterkste vervolg mijns inziens 32.33-28! 18-22 (want 32...41-46? 33.28-22! is nog bedenkelijker voor zwart dan in de - eveneens vorige week besproken - correspondentiepartij Sluisdom-Vermin 1997; daarin stond schijf 10 op veld 3 en kon zwart via 24-29, 19-24, 14-20 en 46x5 in elk geval zijn dam nog in veiligheid brengen) 33.28x17 12x21 34.6-1 10-15 (34...41-46? 35.38-33! met winnend voordeel) 35.47-42! 41-46 36.25-20!! 14x25 37.42-37! 46x32 (37...46x28? 38.38-33! +) 38.36-31 27x36 39.38x16.

Weliswaar is er nu nog niets beslist, maar het resterende dammeneindspel staat onmiskenbaar gunstig voor wit, zijn (lichte) materiële achterstand ten spijt.

Ingewikkelder ligt de zaak met betrekking tot versie-B. Daarin moet wit na 27...6-11 28.26-21 17x37 29.28x6 37-41 een keuze uit de volgende mogelijkheden maken:

1) 30.6-1 (dit lijkt zelden of nooit de aangewezen vervolgzet) 30...41-46! 31.34-29 46-23! 32.29x20 15x24 met groot voordeel voor zwart.

2) 30.33-28 41-46 31.28-22 27-31(!) 32.36x27 24-29! (ziedaar een wezenlijk verschil met Sluisdom-Vermin èn de zojuist behandelde A-zetting) 33.34x23 19x17 en dankzij de vangstelling 5/14, die overigens ook in variant 1 een niet te verwaarlozen rol-op-de-achtergrond speelt, zijn opnieuw alle kansen aan zwart.

3) 30.44-40.

Het is deze barbaarse positiezet waaraan het computerprogramma TRUUS niettemin hardnekkig vasthoudt. Inderdaad heeft 30.44-40 de verdienste dat wit er de dreiging (30...41-46?) 31.25-20!, 32.38-32 en 33.34x3 mee in de stand vlecht. Daarnaast schijnt ook 30...15-20? 31.6-1! 41-46 32.1-7!! 12x1 33.38-32 27x29 34.34x3 een serieuze (tactische) mogelijkheid te zijn.

Zwart kan daarom het beste op 23 spelen. Maar het is zeker niet om het even of hij dat centrumveld met 18 dan wel 19 betreedt, getuige de volgende, bepaald explosieve varianten:

3.1) 30...18-23? en nu:

3.1.1) 31.47-42?! 41-46 (31...41-47?? 32.25-20! gevolgd door 33.33-28!, 34.38-33 en 35.34x3 +) 32.42-37 46x32 33.33-28 32-46 34.6-1 23x32 35.1x31 24-29(!) en nu volgt er òf 36.38x27?! 14-20!! 37.34x12 46-10 38.25x14 10x8/3 (uiteraard over de dam op 31) met een remise-achtig afspel, òf 36.34x23 19x28 37.38x27 28-33 38.39x28 46x45 met een macro-eindspel waarin de iets(?) betere kansen aan wit zijn.

3.1.2) 31.25-20! 14x25 32.6-1 24-29(!) (de enige verdediging: na 32...13-18? 33.47-42!! 41-46/47?? zou wit de zwarte dam zelfs voor een eigen, tweede dam inwisselen!) 33.1x31 41-46 34.33x24 19x30 35.35x24 9-14 36.31x20 25x14 en het lijkt mij dat wit, met liefst drie schijven voor een dam, op de één of andere manier profijt zou moeten kunnen trekken van de omstandigheid dat het stuk op 23 en de zwarte dam op 46 elkaar voor de voeten lopen.

3.2) 30...19-23! (het juiste antwoord) 31.6-1 18-22! (maar vooral niet 31...41-46?? wegens 32.36-31!, 33.25-20! en 34.38-32 +) 32.1x20 15x24 33.49-44 (33.34-29? 22-28! +) 33...41-46 34.34-29 13-18 (of desgewenst eerst nog 5-10-15) 35.29x20 9-13 36.20x9 13x4.

Ofschoon de computer ook nu voordeel voor wit aangeeft, ben ik ervan overtuigd dat in dit specifieke geval de zwarte dam-voor-drie-schijven juist ijzersterk moet zijn!

Daarmee zijn we dan aanbeland bij zetting-C, dat wil zeggen dìe versie waarvoor in de partij werd gekozen. Dat werkelijke verloop zag er als volgt uit:

27...6-11! 28.34-30(!) 5-10(!!) 29.26-21 17x37 30.28x6 37-41 31.33-28(!)

Dit zou men inmiddels als een standaard-reactie kunnen beschouwen. Zoals gezegd was 31.6-1? absoluut foutief geweest (31...41-46!).

Op zijn beurt mag zwart nu niet onmiddellijk promoveren (31...41-46?) wegens 32.28-22! Schwarzman speelt echter voortdurend de sterkste zet:

31...18-22! 32.28x17 12x21 33.38-32(!)

Maar wat voor Schwarzman geldt, geldt evenzeer voor Wesselink. Deze derde tussenzet in successie lijkt namelijk inderdaad beter dan 33.6-1(?) 41-46! Om aan de dreigende vangst van zijn dam te ontkomen, had wit dan immers 34.47-41 moeten doen, waarop had kunnen volgen:

1) 34...46x28?

Desgewenst zou wit nu al naar remise kunnen afwikkelen middels 35.39-34 28x50 36.25-20 14x25 37.34-29 en nu òf 37...25x23 38.1x26 = òf 37...24x42 38.1-45 25x34 39.45x48 =. Maar met 35.1-45! (met de dubbele dreiging 36.25-20 + en 36.38-33 +) 35...8-12 36.45x1 schijnt hij zelfs op winst te kunnen blijven spelen!

2) 34...46x37(?) 35.1-45! 8-12! (onder geen beding 35...15-20? wegens 36.38-33! +) 36.45x7! (maar niet 36.45x1? 37-26! 37.1-6 13-18! enz.) 36...37-26! 37.7-2!

Hier doet zich iets heel opmerkelijks voor, een verschijnsel althans dat ik in een dampartij - anders dan bij het schaken (denk bijvoorbeeld aan de manier waarop Karpov met zwart de Ruy Lopez pleegt, of op z'n minst placht te behandelen) - nog niet eerder ben tegengekomen. Want hoewel het materiaal nog maar tot vijftig procent gereduceerd is (in feite hebben we met een - zij het hoogst ongewone - 10x10 stand te maken), lijkt geen van beiden beter te hebben dan met 37...26-37 38.2-7 37-26 39.7-2 26-37 40.2-7 = de zetten te herhalen! Een verbluffende uitkomst!

3) 34...46x23! 35.1x20 15x24 en zwart heeft groot voordeel, groter althans dan in het partijverloop.

33...27x38 34.43x32 41-46!

Nu pas.

35.6-1(!)

Alweer: nu pas.

35...46x23!

Op 35...46x28? had de combinatie 36.39-34, 37.25-20(?), 38.34-29 en 39.1x26 niet meer dan remise gegeven. Maar na de damvangst 36.39-34! (tòch), 37.34-29!!, 38.49-44!, 39.30-24 en 40.25x43 krijgt wit uitstekende winstkansen, daar zwarts voorste schijf altijd opgepeuzeld wordt!

36.1x20 15x24

Hiermee zijn de verwikkelingen ten einde. Hoewel wit natuurlijk minder staat, moet hij de stand na 37.36-31! kunnen houden.

Merkwaardig genoeg echter zou Wesselink, die de fase tussen de 27e en 36e zet - klaarblijkelijk! - op de sterkst denkbare wijze behandeld had, juist nu in de fout gaan. In plaats van 37.36-31 deed hij namelijk 37.39-33? en werd na 37...21-27! uiteindelijk overspeeld. Hoe Schwarzman echter aan het langste eind trok, heb ik twee weken geleden al laten zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden