Wervelwind met een geweldige hekel aan laksheid

Financieel econoom Arnoud Boot staat met zijn grote kennis van de financiële markten in het oog van de storm van de eurocrisis. 'Als ooit een Nederlandse econoom de Nobelprijs wint, is hij het.'

In Eersel, een van de acht Kempische zaligheden ten zuidwesten van Eindhoven, was in die tijd, zo rond 1975, een speelveld. Elke avond verzamelden zich daar jonge hockeyers en werd er gespeeld, op leven en dood. De fanatiekste speler heette Arnoud. Hij was 15 en de zoon van jurist Boot uit de Koppenoek, een straat in de wijk waar de import woonde - Arnoud was geboren in Huizen. Hij was goed. Wat ook geen wonder was, want Arnoud Boot deed niets anders dan hockeyen. Behalve tennissen dan, en voetballen en tafeltennissen.


Later, toen hij allang een van de toonaangevende Nederlandse economen was geworden, zou Arnoud Boot zeggen dat hij in zijn jeugd zijn zelfvertrouwen maar uit één ding haalde: sport.


Hij was competitief en provoceerde - maar nooit onsportief. Hij praatte op het sportveld en op school overtuigend en snel - heel snel, vonden de andere jongens. Hij struikelde soms over zijn woorden, zo snel. Alsof z'n tong zijn gedachten niet kan bijhouden, dacht Bas Spaapen, die ook altijd meehockeyde en bij Arnoud Boot op het Rythovius College zat.


Boot bleef een snelle prater. Maar hij leerde de beheersing op te brengen om, als hij op tv moeilijke dingen eenvoudig moest uitleggen, dat in een rustig tempo te doen.


Na de lagere school luidde het dringende advies hem naar de mavo te sturen. Meer zat er echt niet in, schreef de school aan zijn ouders. Die stuurden hem desondanks naar het vwo, waar hij zich met hangen, wurgen en een herexamen doorheen sloeg. Hij behoorde er zeker niet tot de uitblinkers. Hij wilde niet onderdoen voor zijn twee slimme zussen, dat was zijn belangrijkste motivatie.


Toen hij in 4 vwo zat, luidde het advies nog steeds dat hij elke gedachte aan een wetenschappelijke loopbaan meteen uit zijn hoofd moest zetten. Zo rond die tijd riep zijn moeder hem bij zich. Arnoud, zei ze, nu moet je behalve op het sportveld ook op school je best gaan doen. Anders krijg je later erge spijt. Ze had de indruk dat de woorden overkwamen. Ook al was haar zoon nog altijd meer achter een bal dan achter de boeken aan te treffen.


In 1978 ging Boot economie studeren aan wat toen nog de Katholieke Hogeschool Tilburg heette. Niet dat hij zo geïnteresseerd was in economie, maar je moest toch wat. En toen was het alsof hij naar een hogere versnelling schakelde en het gaspedaal diep indrukte. De modellenbouw van professor Schouten sprak hem aan: hij begon economie leuk te vinden. Hij stapte later over naar de researchgroep van hoogleraar Piet Verheyen - de groep die zich bezighield met besluitvormingskwesties en wiskundige optimaliseringsproblemen.


Zijn middelbare school-vriend Maurits Dorsman was met Boot meegegaan naar Tilburg, ze schreven samen hun kandidaatsscriptie bij Schouten. En daarna, zei Dorsman, heeft Arnoud een sprint aangetrokken die nooit meer is gestopt. Opeens ging-ie als een komeet. Hij had, zei hij tegen Dorsman, een geweldige hekel aan laksheid.


Piet Verheyen zag een 'wilde jongen' die heel slim was, dat wil zeggen: wild van ideeën. Hij spoot er 25 per uur uit. Verheyen moest hem leren focussen. Boot, zag Verheyen, bezat het talent de werkelijkheid terug te brengen tot eenvoudige modellen en zo de kern van het probleem te benaderen - en meteen ook dicht bij de oplossing te komen.


En Verheyen zag ook wat iedereen die met Boot in aanraking kwam ook opmerkte: een geweldige energie, gepaard aan een enorme creativiteit. Het heette destijds nog niet 'out of the box'-denken, maar dat was wel precies wat Boot deed. Hij kantelde het probleem, veranderde het perspectief en opeens keek je er anders tegenaan. Ben Jacobsen, tegenwoordig hoogleraar Finance in Auckland, Nieuw-Zeeland, promoveerde bij Boot. 'De stoomboot', noemde hij hem. Boot kon keihard zijn. Van je paper streepte hij de helft door, herschreef de rest of krabbelde 'chinese' in de kantlijn. Zo haalde hij het beste uit mensen naar boven.


En uit zichzelf. Boot keerde begin jaren negentig terug uit de VS, waar hij was gepromoveerd aan Indiana University en een academische carrière had opgebouwd aan de Kellogg Graduate school of Management van Northwestern University in Chicago. Hij werd hoogleraar Corporate Finance en Financiële Markten aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Er had zich, zag Piet Verheyen, een gedaanteverwisseling voorgedaan. Er kwam een zelfverzekerde, volwassen wetenschapper terug, met een ongebreidelde drive en passie.


Ben Jacobsen zag een wervelwind de universiteit binnenstormen, die onmiddellijk de ramen opengooide om de naar binnen gekeerde sfeer te veranderen. En die keihard aan het werk ging, ook buiten de universiteit. Hij publiceerde aan de lopende band in internationale toptijdschriften als The Journal of Finance en The American Economic Review. Ben Jacobsen vergeleek publicaties in zulke tijdschriften met gouden olympische medailles. Boot werd kroonlid van de SER, lid van de Bankraad van De Nederlandsche Bank (DNB). Hij richtte de denktank Amsterdam Center for Corporate Finance op, om de interactie tussen tussen theorie en praktijk te bevorderen. Hij zat in talloze adviescommissies, schreef stukken in de krant, werd een mediaprofessor, zat in de redactie van zeker tien economische tijdschriften, schreef boeken, sprak op congressen en werd een rijk man met zijn private adviezen aan banken en bedrijfsleven.


Hij had ook nog een vrouw en twee dochters. En hij liep hard. Niet een beetje hard, maar echt hard. Arnoud Boot kan helemaal niks langzaam. Dit jaar stormde hij de top-200 van invloedrijkste Nederlanders binnen: nummer 59 met stip.


Toen Boot in mei van dit jaar als jongste gelauwerde ooit voor zijn economische publicaties de Pierson Penning ontving, waren er twee hoogleraren nodig om de laudatio te lezen - voor één man was het niet te doen. Ik zou met zijn agenda binnen een week gek worden, zei Ben Jacobsen.


En toch groet hij je vriendelijk als je hem tegenkomt in de lift, zei UvA-student Sywert van Lynden, die meewerkte aan het door Boot opgerichte programma Room for Discussion, waar topeconomen als Willem Buiter werden ondervraagd door studenten. Zegde er iemand af, dan kwam Boot zelf even langs. Gasten vroegen trouwens ook vaak of ze niet samen met Boot geïnterviewd konden worden. Staken ze zelf ook nog iets op van zo'n sessie.


Toen Ronald Plasterk financieel woordvoerder werd van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, was Arnoud Boot de eerste aan wie hij dacht voor een bijspijkercursus haute finance. Als hij belde nam Boot altijd meteen de telefoon op, of hij belde binnen tien minuten terug, altijd bereid zijn inzichten over de financiële crisis met Plasterk te delen. Zoals hij dat overigens met andere politici ook deed.


Boot hield overigens elke affiliatie met welke politieke partij dan ook verre van zich.


Jacobsen was de biografie van Steve Jobs aan het lezen. Hij zag veel overeenkomsten: de gedrevenheid, de passie, het keiharde werken, de weigering om genoegen te nemen met minder dan de perfectie. Boot was wel veel aardiger. En als je zocht naar een antwoord op de vraag wat hem ten diepste dreef, dan kwam Jacobsen uiteindelijk uit bij: de wereld een klein beetje beter maken.


In Tilburg had de jonge Boot nog iets anders geleerd dan modellen bouwen. Hij leerde wat ze daar Herman Wijffels, oud-topman van de Rabobank, ook al hadden onderwezen, toen die twintig jaar eerder arriveerde. Iets wat je ook terugzag bij Tilburgse economen als Harald Benink en Lans Bovenberg: een sterk maatschappelijk engagement. Gebaseerd op wat Benink het 'katholiek humanisme' noemde en Wijffels 'de katholieke sociale leer'. Ze onderwezen economie, maar ook filosofie. Altijd was er de waarom-vraag. Altijd: wat zit er áchter de verschijnselen? Dat Tilburgs dna, zei Wijffels, zag je ook bij Boot. Dieper graven en invloed uitoefenen; niet voor jezelf, maar voor een betere samenleving.


Ben Jacobsen zei dat Boot zonder twijfel tot de top van de Nederlandse wetenschappers van dit moment behoorde. En hij durfde hem ook wel de grootste Nederlandse econoom aller tijden te noemen. Als we nog eens een Nobelprijs voor de economie winnen, zei Jacobsen, dan gaat hij naar Boot.


Piet Verheyen maakte zich wel eens zorgen over Boot. Arnoud moet niet vergeten vanuit de theorie te blijven werken, zei hij. Hij moet zichzelf blijven voeden. Hij is druk met de praktijk, maar de wetenschap moet zijn basis blijven.


Boot, zei hij zelf, probeerde een brugfunctie te vervullen tussen wetenschap, bestuur en bedrijfsleven. Wijffels zag bewonderend toe hoe de tovenaarsleerling die drie petten droeg, maar hij zag ook de risico's. Hij moet oppassen dat hij in vrijheid kan blijven spreken, zei Wijffels. Geen punt, zei Jacobsen. Boot gaat altijd uit van wat hij als de waarheid ziet. Als hij als wetenschapper DNB ervan langs moet geven, waar hij in de Bankraad zit, dan doet hij dat.


Wat Jacobsen wel opmerkelijk vond, was dat Boot in restaurants onmiddellijk de inrichting begon te veranderen als die hem niet beviel. Als hij chocoladekoekjes zag, was hij ook niet meer te houden.


Hij is zo'n man aan wie je zonder problemen je autosleutels uitleent, zei Ronald Plasterk.


Arnoud is een lieve jongen, zei zijn moeder.


1960


Geboren in Huizen 1972-1978


Atheneum, Eersel


1978-1983


Economie en Bedrijfseconomie, Universiteit van Tilburg


1984-1987


Finance, Indiana University, MBA 1986, PhD 1987.


1989-1992


Northwestern Univ., Chicago


1992-heden


Hoogleraar Corporate Finance en Financiële Markten, UvA


2000-2001


Partner McKinsey


Verder o.a. lid van de KNAW, kroonlid SER, lid Bankraad DNB, directeur Amsterdam Centre voor Law & Economics en Amsterdam Centre for Corporate Finance, commissaris bij RGA.


Arnoud Boot is getrouwd en heeft twee dochters.


Het Dinsdagprofiel door Bert Wagendorp


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden