Achter de schermenbij de GGD

Werkt het bron- en contactonderzoek nog wel?, vragen ze zich af bij de GGD

Journalist Willem Feenstra loopt mee bij de GGD Brabant-Zuidoost, een cruciale organisatie bij de bestrijding van het coronavirus. Vandaag: het bron- en contactonderzoek.

Bij de GGD in Dordrecht. Bron- en contactonderzoek, zegt teamleider Loek bij de GGD in Brabant-Zuidoost, kan misschien verdeeld worden. De ene regio brengt dan bijvoorbeeld de verspreiding op scholen in kaart, een andere regio die bij  arbeidsmigranten.  Beeld Arie Kievit
Bij de GGD in Dordrecht. Bron- en contactonderzoek, zegt teamleider Loek bij de GGD in Brabant-Zuidoost, kan misschien verdeeld worden. De ene regio brengt dan bijvoorbeeld de verspreiding op scholen in kaart, een andere regio die bij arbeidsmigranten.Beeld Arie Kievit

Nog altijd is teamleider Loek (49) onder de indruk als ze om zich heen kijkt op de afdeling bron- en contactonderzoek. Nieuwe besmettingen, schrijnende verhalen, toenemende weerstand uit de maatschappij: via computerschermen en headsets stroomt alles dagelijks binnen. Het is te zien aan de verhitte gezichten van haar collega’s.

Hier, in het kantoor van de GGD Brabant-Zuidoost in Eindhoven, werken ze met z’n veertigen, landelijk zijn er dagelijks duizenden mensen aan het bron- en contactonderzoeken. Een stoomtrein die vorig jaar langzaam op gang kwam, maar inmiddels niet meer te stoppen is. Toch klinkt er de laatste weken steeds vaker een vragend stemmetje in Loeks hoofd: waar doen we dit eigenlijk allemaal voor?

Loek – een zachtaardige vrouw met een grote bos krullen en een theaterachtergrond – houdt van het onvoorziene. De beste vakanties, zegt ze, zijn die ‘waarin allemaal dingen mislopen’. Kapotte auto, weggewaaide tent, redenen om op intuïtie van de geijkte paden af te wijken. Daarom is deze baan bij de GGD haar op het lijf geschreven.

In de kiem

Bijna iedere dag verandert er wel iets in de landelijke richtlijnen voor het bron- en contactonderzoek, officieel een ‘essentieel onderdeel’ van de strijd tegen corona. Maar het doel is altijd hetzelfde gebleven: besmettingen vroegtijdig opsporen en in de kiem smoren. Vuurtjes uittrappen, in de woorden van Hugo de Jonge.

Aan het begin van de pandemie, toen het virus nog nieuw was en de mensen geschrokken, werkte het. Dat weet Loek wel zeker. Het verhaal was toen ook nog duidelijk: er is een gevaarlijk virus, om het te stoppen willen we uw contacten waarschuwen. Zij moeten twee weken binnen blijven, en u ook. Alleen zo krijgen we corona onder controle.

Maar wat is het verhaal nu? Er is een gevaarlijk virus, het gaat voorlopig niet meer weg. De terrassen en winkels zijn weer open. Er zijn fieldlabs en sneltests. De ziekenhuisbezetting is nu leidend voor het kabinet, niet meer het aantal besmettingen. Daarover gesproken: er zijn te veel besmettingen om al uw contacten in kaart te kunnen brengen. Hier heeft u een brief die u aan hen kunt mailen. Dank voor uw medewerking?

‘Er is een machine in gang gebracht die maar blijft lopen’, zegt Loek. ‘Maar dit kost veel tijd en geld. Is dat het nog wel waard?’

Het is een vraag die niet alleen bij haar leeft, maar binnen alle rangen van deze GGD, van werkvloer tot management. Intern is er al een aantal keren gesproken over het nut en de noodzaak van het bron- en contactonderzoek op de huidige manier. Sommige mensen zeggen: de besmettingen zullen gaan afnemen. En als het er in juni dan heel weinig zijn, duiken we erbovenop en houden we de boel met het bron- en contactonderzoek in toom. ‘Maar die situatie hebben we vorige zomer ook al gehad’, zegt Loek. ‘En toen lukte dat ook niet.’

Meivakantie

Natuurlijk, door het bron- en contactonderzoek blijft er ook zicht op het gedrag van het virus. Alles moet minutieus worden gedocumenteerd. Neem de scholen. Als één kind positief test, moeten eigenlijk alle klasgenootjes worden geregistreerd, gemiddeld 25. Het laatste weekend voor de meivakantie waren er in deze regio 80 besmettingen van minderjarigen en daarmee dus zo’n tweeduizend te registreren kinderen. Daar is geen beginnen aan.

‘Het liefst wil je alles weten’, zegt Loek, ‘maar nu brengen we dit heel secuur in beeld, en heeft vervolgens niemand meer de tijd om echt naar de gegevens te kijken. Moet iedere GGD dat dan doen? Of zeg je: alleen Zuid-Limburg doet dat nog, om te zien hoe de verspreiding op scholen gaat, en wij focussen ons op een andere categorie, bijvoorbeeld arbeidsmigranten.’

Ook overduidelijk wat haar betreft: de sociale functie van het bron- en contactonderzoek. Het luisteren, geruststellen, meedenken en meeleven; ze ziet hoe aangeslagen medewerkers soms zijn na een emotioneel gesprek. ‘Die betrokkenheid moet je voelen aan de andere kant van de lijn.’

Maar duizenden werknemers, vele miljoenen euro’s per week, iedere GGD die hetzelfde doet, is dat de juiste weg?

Het bron- en contactonderzoek is door het ministerie vaak aangehaald als ‘een van de belangrijkste wapens tegen het virus’. Misschien, denken ze hier, is het nu tijd om anders te gaan richten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden