Werkplek

Volgend schooljaar betrekt de opleiding waar ik als docent werk een spiksplinternieuw gebouw. Een aantal docenten werd van de week op locatie door de architecten geïnformeerd over de ruimte-indeling en het interieur. De plek moet vooral openheid uitstralen. Docent en student ontmoeten elkaar niet alleen in een hoorcollegezaal of werkgroepruimte, maar werken zij aan zij op de daarvoor bestemde flexplekken. Allemaal prachtig, dynamisch en van deze tijd. De schrik sloeg mij wel om het hart toen een van de ingenieurs vertelde dat de leraarskamer (lunchkamer) het karakter van een aquarium krijgt. De afscheiding wordt gevormd door een wand van glas zonder vitrage of glasfolie.


De ramadan, dacht ik.


In een fantasie zag ik mij aan een tafeltje zitten en in een boterham met kaas bijten, terwijl studenten langs de glazen wand trokken. De meeste studenten zullen zich niets aantrekken van een kauwende docent in de vastenmaand. Maar wat gaan de leerlingen zeggen die het choquant vinden? Misschien zal een enkeling zich door mijn gedrag gekrenkt voelen en daar uiting aan geven. Het is ook mogelijk dat er helemaal niets gebeurt, maar in mijn hoofd ben ik al op het matje geroepen. Dat komt doordat ik in mijn jeugd op de vreemdst mogelijke manieren religieus ter verantwoording ben geroepen.


Toen ik een jaar of 10 was, ging ik dagelijks na een schooldag naar de moskee. Mijn vader wilde dat ik daar deelnam aan het namiddaggebed. Een keer ging ik vlak voor de salat de wasruimte binnen. In het toilet deed ik een plas. Ik was klaar, opende de deur en vlak daarachter stond een moskeebezoeker. 'Heb je zittend of staand geplast?', vroeg hij snel. 'Zittend', antwoordde ik, terwijl ik in opgerichte houding mijn behoefte had gedaan. Maar ik had geen zin in gedonder. Ik wist dat de islamitische wet zittend plassen voorschrijft. De man liet mij niet gaan. 'Heb je je piemel met wc-papier schoongemaakt?', was zijn volgende vraag. En weer veinsde ik.


'Je liegt', zei hij. Tijdens mijn toiletbezoek had hij zijn oor tegen de deur gedrukt en geen knisperend papier gehoord. Ik wilde huilen, maar wist dat ik daarmee de aandacht van andere moskeebezoekers zou trekken, dan zou ik tegenover de hele moskee moeten uitleggen dat ik mijn piemel na het urineren niet met papier had schoongemaakt.


Met trillende bovenlip vertelde ik hem dat het grijze wc-papier pijn deed aan het uiteinde van mijn penis. Ik smeekte hem vervolgens het tegen niemand te zeggen. Hij knikte tevreden en vertelde dat ik de volgende keer closetpapier moest gebruiken, anders zou ik na mijn dood eerst langs het vagevuur moeten, waar mijn klokkenspel met lava gewassen zou worden, alvorens ik de hemel kon betreden.


Ruim twintig jaar later gaan er maanden voorbij zonder dat ik uit mezelf aan de islam denk en trekken nog meer maanden voorbij zonder dat ik iets aan de religie doe. En nog altijd ben ik het kind dat ervan uitgaat aangesproken te worden op zijn religieuze achtergrond. Het wordt tijd dat ik verantwoordelijkheid neem voor mijn zelf gekozen leven.


Asis Aynan (1980) is schrijver en docent aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij studeerde filosofie.


Peter Middendorp is met vakantie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden