Werkpaarden

Over één ding zijn alle acteurs uit de voorstelling War Horse, waarvan eindelijke een Nederlandse versie komt, het eens: het is de zwaarste rol die ze ooit vertolkten. Wat maakt het spelen van het achterwerk van een knol zo heftig?

Je doorstaat drie zware auditieronden van elk drie uur, je laat meer dan honderd auditanten achter je. Je repeteert acht weken lang, zes dagen per week met bootcampochtenden vol push-ups, krachttraining en yoga. Eindelijk is daar de première in Carré tijdens het prestigieuze Holland Festival, en dan speel je: de achterkant van een paard.


Geen wonder dat vrienden je uitlachen. Acteur Kick Spijkerman (21, zit in paard Joey): 'Mensen reageren soms best neerbuigend: 'De kont van een paard? Krijg je dan zo'n lappie op je kop?'' Maar wanneer ik een YouTube-filmpje laat zien, vallen ze stil.'


Spijkerman is de jongste van vijftien acteurs die een aantal paarden spelen in de voorstelling War Horse. Samen met Lars van Sermond (27, hoofd Joey) en Benito Cummingsborg (26, achterkant Joey) vormt hij team Blauw. Na drie intensieve auditieronden zijn ze geselecteerd voor één van de vijf trio's, in War-Horse-termen: head (hoofd), heart (midden) en hind (achterkant en staart). Eerder vielen ze op in musicals en dansshows als Saturday Night Fever en We Will Rock You.


Nu kan schitteren dus alleen ongezien. En dat in een groots gemonteerde muziektheatervoorstelling die misschien wel de hit gaat worden van dit seizoen. De originele versie van War Horse, van The National Theatre, trekt in Londen al zeven jaar volle zalen. Na New York, Dublin, Toronto en Berlijn - overal vijfsterrenrecensies - is nu Amsterdam aan de beurt. Stichting Theateralliantie, opgericht door Joop en Janine van den Ende, maakt in samenwerking met het Holland Festival en zes theaters een Nederlandse versie, die na Carré speelt in Rotterdam, Heerlen, Breda, Apeldoorn en Groningen.


Het script is gebaseerd op het tienerboek van Michael Morpurgo, dat de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog beschrijft vanuit het perspectief van Joey. Als veulen wordt hij getemd door boerenzoon Albert, maar eenmaal groot en sterk wordt hij uit geldgebrek verkocht aan een soldaat. Albert belooft hem terug te kopen en ooit te verlossen van afschrikwekkende oorlogstaken, ook al moet hij daarvoor voorbij de frontlinies. En omdat paarden in wezen neutraal staan in een oorlog, kiest het boek geen partij. Volbloed Joey, ploegdier Topthorn en de oorlogspaarden Coco en Heine zijn dus eigenlijk de echte helden van de voorstelling.


Van heinde en ver kwamen ze in de herfst naar Amsterdam om te auditeren voor deze 'rollen'. Want denk bij War Horse niet aan een koddige clownsact onder lappen, waarin de achterste gebukt de billen pakt van een gemaskerde voorman. De paarden in War Horse zijn megagroot. Ze draven, galopperen en kunnen door mensen worden bereden. Ze reageren met gespitste oren voortdurend op alles wat er om hen heen gebeurt, als echte dieren met instinct.


Het opvallende ontwerp is van Adrian Kohler en Basil Jones van de Handspring Puppet Company in Zuid-Afrika; nieuwe versies mogen alleen in hun atelier worden gemaakt, ooit opgericht om townshipjongeren een ambacht te leren. Alles is met de hand gemaakt: veertien mensen werken acht maanden aan een voorstellingsset.


In de Stage-studio's op de Zuidas in Amsterdam stapt team blauw na een ochtend vol push-ups, jumping jacks en yoga, in paard Joey. De drie puppeteers - zeg vooral geen poppenspelers! - staan rechtop en dragen met hun schouders een opengewerkt skelet van buigzaam rotan, gevild tot pitriet en verstevigd met aluminium zodat het niet ondraaglijk zwaar wordt - zo'n 47 kilo - maar wel een ruiter kan houden. De leren huid - doorschijnend - kan met behulp van theaterlicht veranderen in het vel van een vermagerd, afgemat of gewond dier. Manen en staart, ook beweegbaar, zijn gemaakt van soepel tyvek, een synthetisch materiaal uit de boekbinderij. Benen en oren worden aangestuurd met remkabels van een fiets. Daarom dragen alle bespelers pols- en handbescherming.


Van Segmond beweegt als hoofd van Joey continu diens oren en tilt altijd 5 kilo boven zijn hoofd. Alsof hij zonder pauze drie uur lang een plafond staat te witten. Het zweet gutst bij alle drie van de rug. Een paard spelen in War Horse is topsport, een fysieke uitputtingsslag. Slechts één vrouw heeft de auditieronden doorstaan. Met rode konen hangt Marianne Kloeze (27) paard Topthorn terug aan het kostuumrek. 'Ik voel mij prettig in de achterkant, maar dit is het zwaarst dat ik ooit heb gedaan. Ik ben sportief en train fanatiek, maar ik tors bijna drie uur lang gewicht terwijl ik ook alert en gefocust moet bewegen. We kunnen niet smokkelen. We dragen zendertjes om het briesen te versterken. Alles is hoorbaar.' Diego González-Clark (22) bedient samen met Kroeze het hoofd en het achterste van ploegpaard Topthorn: 'Ik ben normaal het type showman dat graag staat te schitteren, maar dit is teamwork. Wie wil schitteren, wordt genadeloos afgestraft.'


In Amsterdam hangen de studiomuren vol met sfeerverhogende moodboards: archieffoto's van het dorpsleven anno 1914 en van gewonde paarden en gesneuvelde soldaten uit de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Daarnaast prijken vellen met eigenschappen van Joey - dapper, koelbloedig, stoïcijns, koppig - en Topthorn: trots, vurig, arrogant, star, loyaal. De Zuid-Afrikaanse poppenregisseur Craig Leo legt de acteurs uit hoe ze zonder te praten als één dier deze eigenschappen kunnen uitstralen. Leo speelde anderhalf jaar lang het hoofd van Joey in de originele War Horse in Londen. 2 miljoen mensen hebben War Horse daar gezien, maar niemand herkent hem op straat: 'Dit is egoloos theater. Het draait om paarden, niet om ons.'


Leo leert de spelers hoe ze met ademstoten en motoriek tekens kunnen doorgeven. 'Adem is de basis van War Horse. Met briesen, blazen, snorren en snuiven geven ze hints aan elkaar door. Aan de ademhaling van een paard kun je aflezen of het nieuwsgierig reageert, bang wegduikt of zich vertrouwd voelt. Door te kiezen tussen briesen, blazen, snorren of snuiven geven de acteurs aan elkaar door welke actie zij met het paard willen inzetten. Als de spelers eenmaal hebben geleerd exact synchroon op te trekken, ontstaat vrijheid hun paard echt instinctief te laten reageren. Elke avond weer anders.' Ook verzuring van spieren wordt met doorademen opgevangen. 'Als je goed doorademt, voelt het lichter.' Daarom geeft Leo ook elke ochtend yogales.


Deze middag leert team Blauw steigeren. 'Oké, de kont geeft eerst een push. Snuif! Pakt de voorkant die hint niet op? Dan niet doorduwen. De achterkant kan zijn wil niet opleggen. Dan moet je een andere hint proberen en een andere actie kiezen.' Wat de puppeteers volgens hem vooral moeten doen? 'Denken als een paard.' Daarom hebben ze zich verdiept in paardenanatomie, zijn ze een middag naar een manege geweest en hebben ze stallen uitgemest en ruggen geborsteld. Bij de bereden politie hebben ze geleerd hoe alert paarden reageren op geluid en actie. Spijkerman: 'Ik wist dat het een vluchtdier was, maar niet dat hij eerst wegrent en dan pas omkijkt.' Van Sermond: 'Ik was als stadsjochie bang voor paarden. Maar tijdens dit politiebezoek heb ik mijn angst overwonnen.' Als hoofd weet hij inmiddels: 'De oren zijn de ogen van een paard. Die bewegen altijd. Staan eeuwig in de alarmstand. Ze moeten op alles reageren.' Gaat er straks in Carré een mobieltje af of klapt een stoeltje om, moet hij direct Joeys oren spitsen. Als een acteur valt of een geweer omstoot, moeten zij gedrieën synchroon reageren en wegdraaien. Zonder als paard om te vallen.


Voor alle spelers geldt: dit is de allerzwaarste rol die ze ooit hebben vertolkt. González-Clark: 'Ik sta met deze rol op en ga ermee naar bed. Als ik zucht dan bries ik.' Willem-Jan Stouthart (33), de oudste van de club en het meest ervaren in poppenspel (Kikker in de wolken, De Fabeltjeskrant): 'Soms heb ik nachtmerries dat ik het fysiek niet haal.'


Toch zijn ze zielsgelukkig met hun uitverkiezing voor deze onzichtbare 'droomrol'. Stouthart zag War Horse in 2009 in Londen. 'Ik heb gejankt. Als ik toch alleen al de gans zou mogen bespelen. Nu speel ik het hoofd van Topthorn. Het mooie is: we trainen allemaal om gevoeliger te worden. We leren beter zien, beter horen, beter voelen. Als een echt dier. We ontdekken ons instinct.'








Spielbergs War Horse


Michael Morpurgo schreef War Horse (1982) oorspronkelijk als jeugdboek: een reis langs de gruwelijke slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, beleefd door de ogen van een paard. Het National Theatre in Londen maakte in 2007 een muziektheaterbewerking; sindsdien is die wereldwijd door 5 miljoen mensen gezien. Steven Spielberg raakte na het zien van de voorstelling geïnspireerd. Volgens hem is zijn War Horse (2011) geen oorlogsfilm, maar een document over hoe een dier vriend en vijand kan samenbrengen. Spielberg gebruikte zes echte paarden voor zijn film; ze liepen ook over de rode loper. 'Niets angstaanjagender voor soldaten te voet, dan een cavalerie op zich af te zien rennen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden