Werkloze zoekt het voortaan maar uit

Het kabinet-Balkenende lijkt alles te doen om mensen met een uitkering weer aan de slag te helpen. In werkelijkheid, zegt Pieter Hilhorst, komt daar niets van terecht en wil men vooral van de kosten af....

Werk, werk en nog eens werk' was het 'W motto waarmee het eerste paarse kabinet in 1994 aantrad. Nu de werkloosheid snel oploopt en er elke maand meer dan tienduizend werklozen bijkomen, lijkt het zinnig om dit oude streven uit de mottenballen te halen. Het kabinet-Balkenende doet, vreemd genoeg, het tegenovergestelde. Het doel van het beleid is niet om zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen, maar om zo min mogelijk geld kwijt te zijn aan de mensen die niet werken. Dus niet meer mensen actief, maar mensen goedkoper inactief.

De paarse kabinetten beoogden een radicale verandering van de verzorgingsstaat. De uitkeringsfabrieken moesten worden omgebouwd tot reïntegratiebedrijven. Het doel van de sociale zekerheid was niet om mensen te behoeden voor een te sterke inkomensachteruitgang, maar om ze weer aan de slag te helpen. Voorkomen moest worden dat mensen van een uitkering afhankelijk werden. Aan de uitkeringsgerechtigden werden daarom strengere eisen gesteld.

Daar stond wel tegenover dat de uitkeringsgerechtigde ook meer hulp kreeg bij het verwerven van werk. Er werd veel meer geld uitgetrokken voor reïntegratie. Daarnaast werd geprobeerd om meer banen te scheppen voor kansarmen op de arbeidsmarkt. Zo kwamen er loonkostensubsidies om werkgevers aan te moedigen om langdurig werklozen en arbeidsgehandicapten in dienst te nemen en kwamen er gesubsidieerde banen, de zogenaamde Melkertbanen, later ID-banen (Instroom en Doorstroom). Het was een compromis: we stellen aan uitkeringsgerechtigden hogere eisen, maar we bieden ook meer hulp.

Het kabinet-Balkenende maakt korte metten met dit impliciete compromis. Zo is de aanval geopend op de gesubsidieerde banen. Een kwart van de ID-banen wordt geschrapt. Ook in de budgetten voor reïntegratie wil het kabinet fors snijden. En tot slot zijn de loonkostensubsidies gesneuveld. Dat zijn stuk voor stuk maathandicapten regelen die de kansen van uitkeringsgerechtigden op de arbeidsmarkt verkleinen. De overheid komt haar deel van de afspraak dus niet na.

Dat weerhoudt het huidige kabinet er evenwel niet van om de uitkeringsgerechtigden een strenger regime op te leggen. Zo zijn straks alleen nog maar arbeidsongeschikten die volledig zijn afgekeurd welkom in de WAO. De rest moet de arbeidsmarkt op. Ook huidige WAO'ers moeten worden herkeurd volgens de nieuwe normen. Voor de reïntegratie van deze goedgekeurde arbeidsgedaarentegen

trekt het kabinet 100 miljoen euro uit. Dat klinkt als een fors bedrag, maar als er 100 duizend WAO'ers worden goedgekeurd komt dat neer op een schamele 1000 euro per persoon. Van scholing en begeleiding komt dan weinig terecht.

De herinvoering van de sollicitatieplicht voor oudere werknemers is al even eenzijdig. De oudere uitkeringsgerechtigde wordt wel verplicht om actief naar werk te zoeken, maar het kabinet onderneemt niets om te zorgen dat hij ook betere kansen krijgt op de arbeidsmarkt.

In feite heeft het kabinet het geloof in overheidsbemoeienis bij reïntegratie opgegeven. Dit blijkt ook uit het afschaffen van de vervolguitkering in de WW. Minister De Geus van Sociale Zaken verdedigde die maatregel als een prikkel voor werklozen om actiever naar werk te zoeken. Daarmee stelt hij impliciet dat het aan de uitkeringsgerechtigde ligt dat hij niet aan het werk is.

Volgens De Geus doet de uitkeringsgerechtigde pas zijn best als hij het voelt in zijn portemonnee. Het is een terugkeer naar het idee van de undeserving poor. Niet onmacht, maar onwil is het grootste probleem in de sociale zekerheid.

Een actief arbeidsmarktbeleid is

gebaseerd op het idee dat uitkeringsgerechtigden wel willen werken, maar de vaardigheden en de mogelijkheden missen om bij werkgevers een voet tussen de deur te krijgen. Sancties zijn pas op zijn plaats als iemand afspraken niet nakomt. Met het afschaffen van de vervolguitkering geeft De Geus alle werklozen die niet aan de slag zijn gekomen een sanctie.

Het valt ook te betwijfelen of het veel oplevert. Een recent rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, De uitkering van de baan, heeft namelijk vastgesteld dat het verschil tussen uitkering en baan amper een rol speelt bij de uitstroom naar werk. Met het arbeidsethos blijkt weinig mis.

Het eindresultaat van de maat-regelen van het kabinet is niet dat meer mensen aan de slag komen, maar dat uitkeringsgerechtigden zo snel mogelijk verbannen worden naar de goedkoopste uitkering en dat is de bijstand. De uitvoering van de bijstand laat de regering vervolgens over aan de gemeenten. Zij moeten zelf maar bedenken hoe ze nog een actief arbeidsmarktbeleid vormgeven; hoe ze het compromis van de jaren negentig (we zijn streng, maar bieden ook veel hulp) willen herstellen.

Maar zonder loonkostensubsidies en met een uitgekleed stelsel van gesubsidieerde arbeid, is dat een uitermate ingewikkelde opgave. Zo ontstaat er al snel een grote groep uitkeringsgerechtigden (werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten) die elk perspectief op werk verliest.

Dat is niet alleen sociaal, maar ook economisch onwenselijk. De ervaring leert namelijk dat mensen die lang aan de kant staan, voorgoed van werk zijn uitgesloten. Als de economie straks weer aantrekt en de babyboomgeneratie met pensioen gaat, zullen we ze echter hard nodig hebben. Het compromis van de jaren negentig – strenge eisen stellen, maar ook hulp bieden – mag daarom niet worden opgegeven.

Is er te weinig werk, dan kan de reïntegratie zich richten op scholing. Een andere idee is het systeem van mini-jobs. In Duitsland is dat een groot succes. Al 930.000 uitkeringsgerechtigden hebben zo'n baantje waarmee ze wat geld verdienen naast hun uitkering. Een part-time baan blijkt immers vaak een opstap naar een full-time baan. Aan Balkenende zijn zulke initiatieven niet besteed. Hij hamert liever op de 'eigen verantwoordelijkheid van de burger', zonder te kijken of burgers de mogelijkheden hebben om die verantwoordelijkheid waar te maken.

Deze ideologische prietpraat is zo een schaamlap voor het opgeven van de verantwoordelijkheid van de overheid om mensen aan de slag te helpen. Het is gewichtige onverschilligheid die neerkomt op: Zoek het zelf maar uit, val ons niet lastig en wie zich niet kan redden, heeft pech gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.