Werkloze moet in Zweedse welvaartsstaat weer snel eigen brood verdienen

Eigenlijk is het een nogal Zweedse oplossing, die Allan Larsson, sociaal-democratisch parlementslid en voormalig minister van Financi> en, voorstaat. De werkloosheid in Europa, zegt hij, moet - behalve met maatregelen om de economie te stimuleren - vooral bestreden worden met opleidingen, met 'investeringen in menselijk kapitaal'....

HANNEKE DE KLERCK

Van onze verslaggeefster

Hanneke de Klerck

STOCKHOLM

Larsson is betrokken bij een onderzoek dat Europese sociaal-democratische partijen doen naar werkgelegenheid en economie in Europa. Aan het onderzoeksverslag wordt de laatste hand gelegd, zodat het definitieve rapport nog voor de verkiezing van het Europarlement, in juni, kan verschijnen.

'We vinden dat de eerste plicht van een welvaartsstaat is ervoor te zorgen dat burgers hun brood kunnen verdienen', zegt Larsson. 'We moeten een veel actievere politiek voeren. De Zweedse ervaring leert dat het mogelijk is.'

Maar juist dat lijkt niet meer te kloppen. De werkloosheid in Zweden bedraagt momenteel zo'n ruim 8 procent (14 procent als werkzoekenden die deelnemen aan overheidsregelingen worden meegeteld). Het uiterst actieve arbeidsmarktbeleid, dat jarenlang garant leek te staan voor een uiterst lage werkloosheid, kan niet op tegen de economische crisis.

'Ons werkgelegenheidsbeleid was toegesneden op een arbeidsmarkt die open plaatsen had. Eigenlijk ging het om niet veel meer dan mensen helpen verhuizen naar een andere plek', zegt Gunnar Wetterberg, beleidsmedewerker van het ministerie van Financiën. Maar dat werd niet opgemerkt, omdat het Zweden economisch zo voor de wind ging.

Het land was buiten de Tweede Wereldoorlog gebleven, de export groeide, en structurele veranderingen, zoals het opgeven van de textielindustrie en de inkrimping van het aantal boeren, werden al in de jaren vijftig en zestig doorgevoerd, toen er nog andere banen voor de getroffenen gecreëerd konden worden. Tussen 1976 en 1982 brachten vijf devaluaties een oplossing voor de groei van de sociale kosten. Die devaluaties, die Zweden weer concurrerend maakten, verhulden de structurele problemen.

Heel lang behield Zweden een extreem lage werkloosheid, die werd toegeschreven aan het actieve arbeidsmarktbeleid. Zweden gaf 70 tot 80 procent van het budget dat voor werklozen beschikbaar was, uit aan maatregelen om ze aan het werk te krijgen of te houden. Slechts een klein gedeelte van het geld ging op aan uitkeringen. In andere Europese landen was dat net andersom, Zweden werd daar vaak ten voorbeeld gesteld. Het Zweedse Ungdomslag ('jeugdteam') bijvoorbeeld, dat sinds 1984 bestaat, stond in 1986 model voor het jeugdwerkgarantieplan van de toenmalige Nederlandse minister van Sociale Zaken De Koning.

'Zweden hechten zo veel belang aan werk, omdat ze het zien als een deel van hun identiteit', verklaart professor Åke Daun, verbonden aan het etnologisch instituut in Stockholm en auteur van een boek over de Zweedse mentaliteit (Svensk Mentalitet). Het streven naar volledige werkgelegenheid, zegt hij, is iets waar alle politieke partijen achterstonden, en dat zijn oorsprong al vindt in de tijd van voor de industriële revolutie.

'Het was moeilijk overleven in dit harde klimaat. Elk familielid moest zijn steentje bijdragen en zo werd werk een belangrijk onderdeel van ieders identiteit. We hebben geen traditie van pubs, tavernes of Bierstuben, na het donker ging iedereen naar terug naar de boerderij om daar nog dingen te repareren. Het hele concept vrije tijd bestond niet.' Het is, concludeert hij, voor Zweden buitengewoon frustrerend om zonder werk te zitten.

Dus werd er van alles gedaan om dat te voorkomen.

Zweden sprong strenger met zijn werklozen om dan veel andere landen. Op straffe van verlies van hun uitkering kunnen ze worden gedwongen werk te accepteren (voor een maximale duur van zes maanden, in de hoop dat ze in die tijd een vaste baan vinden) of mee te doen aan scholingsprogramma's.

Bij een krappe arbeidsmarkt bestaat het gevaar dat iemand voortdurend van opleiding naar tijdelijk werk, van tijdelijk werk naar opleiding gaat, erkent Barbro Carlqvist van het ministerie van Arbeid, 'maar alles is beter dan thuis zitten'. Aan actieve maatregelen, zegt Carlqvist, wordt niet langer 70 of 80, maar nog slechts 60 procent besteed, omdat er gewoon niet genoeg mogelijkheden zijn voor alle werklozen.

Dat gebrek aan oplossingen is precies wat Monica Lindberg moedeloos maakt. 'We zijn bang dat we uiteindelijk alleen nog maar de werkloosheid registreren', zegt Lindberg, die het arbeidsbureau AF(van Arbetsförmedlingen)-City in het centrum van Stockholm leidt. Op het arbeidsbureau moeten werklozen zich laten registreren en kunnen ze terecht voor begeleiding op zoek naar een baan. Lukt dat niet, dan kan het bureau een opleidingsplaats voor iemand zoeken.

Van iedere baan en iedere werkloze zit een profiel in de computer. 's Nachts draait die een programmaatje af om de geschikte persoon voor de juiste baan te vinden. Alle arbeidsbureaus in Zweden zijn door computers met elkaar verbonden; een werkloze in Luléa kan in theorie een baan in Stockholm uitzoeken.

Maar aan banen ontbreekt het. Vier jaar geleden, vertelt Lindberg, waren er in Stockholm elke maand 1300 vacatures, dat zijn er nu 700, nog altijd meer dan de 300 van kortgeleden. Maar in 1990 was de werkloosheid 0,5 procent, terwijl die nu 4,7 procent is.

Lindberg maakt zich grote zorgen over langdurige werkloosheid (langer dan zes maanden), zeker onder jongeren. Vooral voor jongeren onder 25 jaar is de arbeidsmarkt krap. Tegenover 1200 werkzoekende jongeren staan 25 vacatures. Er zijn 500 plaatsen waar jongeren werkervaring kunnen opdoen.

Langdurige werkloosheid is een steeds groter, hoogst verontrustend probleem, vindt Lindberg. Ze vertelt over een onderzoek onder langdurig werklozen, van wie 10 procent zei te denken aan zelfmoord.

'We schuiven op naar de algemene Europese situatie', zegt Tomas Nordström van het Konjunkturinstitutet, het nationale instituut voor economisch onderzoek. 'We hebben heel ambitieuze doelstellingen, we willen mensen voortdurend in contact met de arbeidsmarkt houden.'

'In 1987, 1988 waren we wat naïef. We dachten dat wat in Europa gebeurde, bij ons niet kon gebeuren. Nu zijn we in razende vaart onderweg naar een Europese werkgelegenheidssituatie. Als de langdurige werkloosheid niet snel wordt opgelost, gaat dat veel geld kosten. Daarom moeten we, tot er weer economische groei is, zo veel mogelijk mensen zo dicht mogelijk bij de arbeidsmarkt houden.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden