Werkloosheid jongeren kan groei economie ondermijnen

Er wordt al gesproken van een verloren generatie: jongere werklozen wereldwijd die geen carrière kunnen opbouwen of een gezin kunnen stichten. Hun troosteloze omstandigheden gaan littekens achterlaten. 'Ik wil wel iets nuttigs doen met mijn leven.'

Geen baan en geen uitzicht op verbetering. Wereldwijd zitten ruim 73 miljoen jongeren tussen 15 en 25 jaar zonder betaald werk, ofwel 12,6 procent van de jeugd. Maar buiten dit officiële werkloosheidscijfer staat een veelvoud buiten spel; volgens schattingen van onder meer de Wereldbank gaat het dan om tegen de 300 miljoen jongeren. Ze hebben geen opleiding en geen baan, blijven hangen in een opleiding zonder uitzicht op een baan of verdwijnen in het informele circuit. Dit laatste gebeurt vooral in ontwikkelingslanden, maar ook in Zuid-Europa neemt het aantal zogeheten inactieven sterk toe.


De internationale arbeidsorganisatie ILO waarschuwde eerder dit jaar bij de presentatie van de laatste cijfers dat de hoge jeugdwerkloosheid littekens gaat achterlaten. In landen met een jeugdwerkloosheidspercentage van boven de 40 procent, zoals in Spanje en Griekenland, dreigt een 'verloren generatie' te ontstaan; jongeren die nu geen baan vinden, geen carrière kunnen maken, geen gezin kunnen stichten en blijvend in sociaal isolement dreigen te geraken. Trekt de economie straks aan, dan is deze generatie jongeren alweer ingehaald door nieuwe meer kansrijke schoolverlaters. De huidige verloren generatie heeft het nakijken. En zo ontstaan in toenemende mate wijken met veel - gedesillusioneerde - werklozen waar sociale spanningen hoog kunnen oplopen. Een tikkende tijdbom, zo waarschuwden dit jaar ook de OECD en het IMF.


Volgens IMF-voorzitter Christine Lagarde hangt de hoge werkloosheid als een 'donkere wolk' boven de toekomst van Europa. De hoge inactiviteit van jongeren zou de toekomstige economische groei bedreigen. De opgelopen jeugdwerkloosheid in de ontwikkelde landen als gevolg van de crisis baart velen dan ook meer zorgen dan de onveranderd hoge werkloosheid in ontwikkelingslanden. 'Overal in de Verenigde Staten en Europa zie je hetzelfde gebeuren: jongeren komen gewoon niet meer aan de bak, behalve in tijdelijke - parttime - contracten of in onbetaalde stages', zegt Michiel Hietkamp, voorzitter van CNV Jongeren. 'Ontwikkelingslanden hebben het voordeel dat er nog vaak sprake is van economische groei en dat zij de mogelijkheid hebben te ontwikkelen tot een volwassen arbeidsmarkt. In de volgroeide arbeidsmarkten in het Westen is de rek er volledig uit.'


Opkomende landen hebben een ander probleem: een relatief jonge bevolking. In Afrika is 60 procent van de werklozen tussen de 15 en 24 jaar. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten ligt de jeugdwerkloosheid nu al rond de 30 procent, in Zuid-Afrika zelfs boven de 50 procent. Veel jongeren zoeken hun heil in het informele circuit of in lager geschoold werk; een 'serieus probleem' volgens de ILO omdat het de werkloosheidscijfers weliswaar flatteert maar de feitelijke armoede en gebrek aan carrièreperspectief niet wegneemt.


In Indonesië bijvoorbeeld bedraagt de officiele werkloosheid 'slechts' 6,36 procent, maar de formele arbeidsmarkt is klein: slechts 30 procent. Het feitelijk aantal inactieven is dus vele malen groter, legt Andy William Sinagi, van de Indonesische vakbond SBSI uit. 'Het grootste probleem is ook hier in Indonesië de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Door de afnemende economische groei zijn bedrijven huiverig mensen in vaste dienst te nemen. Jongeren vangen de grootste klappen op en verdwijnen nu in het informele circuit.'


etrouwbare en internationaal vergelijkbare cijfers over werkloosheid zijn er eigenlijk niet. Zelfs Nederland flatteert de cijfers, zegt hoogleraar arbeidsrecht en ongelijkheid Wiemer Salverda van de Universiteit van Amsterdam. 'Veertig tot vijftig procent van de Nederlandse jongeren heeft een klein baantje én volgt een opleiding. Zou je die overlap weghalen, dan is de werkloosheidsgraad veel hoger. Dan blijken bijbaantjes geen echte banen en een opleiding slechts een wachtkamer tot werkloosheid.'


Volgens Salverda schuilt achter deze cijfers ook in Nederland een verloren generatie. 'Vooral in lager geschoold werk worden echte banen verdrongen door parttimers en studenten. Vooral jongeren met een lage opleiding, relatief veel etnische minderheden, blijven zo op een cruciaal moment in hun leven buiten de samenleving staan.'


Indonesië 'Voor bijna alles vragen ze een diploma'


'Er was gewoon geen geld voor de middelbare school.' Hoeveel dat kost? '4 miljoen rupiah per jaar (250 euro).' Het lijkt weinig: net 20 euro per maand, maar voor de ouders van Hassan is ook dat al te veel. Eerst haalden zij zijn oudste broer, Ahmad, van school, en twee jaar geleden was het Hassans beurt.


'Mijn vader heeft een handeltje in gas, maar dat levert niet genoeg op. Hij verdient net genoeg om zijn schulden aan de gasfabriek af te betalen en voor het eten voor ons gezin. Voor extra's is er geen geld.'


Officieel is onderwijs in Indonesië gratis, maar omdat de leerkrachten slecht betaald worden en een deel van hun loon ook nog eens verdwijnt in zakken van corrupte ambtenaren, wordt er toch schoolgeld geïnd. Voor de arme helft van de Indonesische bevolking, die moet rondkomen van minder dan 2 euro per dag, is dat vaak niet te betalen.


Hassan (19) is er gelaten onder. 'Ik was toch niet zo goed op school. Snapte er weinig van', zegt hij. 'Nu zoek ik werk, maar voor bijna alles vragen ze een diploma. En dat heb ik dus niet.'


'Ik heb gewerkt als koerier bij een vleeshandel: met mijn brommer bracht ik vlees naar de klanten. Maar het vlees werd steeds duurder, en er waren steeds minder klanten. Na een jaar werd ik ontslagen. Ik had vast loon: 1,5 miljoen rupiah: ongeveer 100 euro per maand. Dat was minder dan het minimumloon, maar ik kreeg fooien.'


Nu scharrelt hij zijn geld bij elkaar, net als zijn broer: 'Ik werk als 'ojek' (bromfietstaxi), als parkeerknecht, ik verkoop nasi uduk (kleine rijstmaaltijden), en treed soms op als clown op verjaardagsfeestjes.'


'Ik hoop een echte baan te vinden, goed werk, waarin ik mij een beetje kan opwerken. En dan trouwen, en kinderen krijgen.'


Hassan hoopt dat zijn kleine broertje van 7 jaar wel zijn school kan afmaken: 'Die is pienter. Hij kan het wel, zegt mijn moeder. Maar ik denk niet dat hij een diploma gaat halen, want mijn moeder is weer zwanger, en als de nieuwe baby er is, is er weer geen geld.'


MICHEL MAAS


Libanon 'Ik kan veel meer, maar krijg de kans niet'


Als Elie Aoun in de spiegel kijkt, ziet hij iemand die een jaar van zijn leven verspild heeft. Toen hij een jaar geleden afstudeerde met een bachelor in Bedrijfswetenschappen, wist de nu 25-jarige dat het moeilijk zou zijn om werk te vinden in Libanon. Maar dat het zó lang zou duren, valt hem vies tegen.


'Ik heb nu de keuze om pizza's te bezorgen, of weg te gaan', zegt hij met een grimas. 'Ik wil niet weg, maar ik wil wel iets nuttigs doen met mijn leven.' Dus probeert Elie zich nu aan te sluiten bij zijn zus, en talloze andere Libanezen die hun fortuin zoeken in de Golfregio. Dubai, Qatar, zelfs Saoedi-Arabië, als er maar passend werk is.


Libanon lijdt onder een enorme braindrain. Het land zit vol hoogopgeleide jongeren, het product van (een van) de vele Frans- of Engelstalige universiteiten, maar kampt met een chronisch gebrek aan mogelijkheden. Elie wijt het aan de instabiliteit in zijn land, waar voortdurend conflict op de loer ligt. 'Ik heb vrienden bij een bank werken, die zeggen dat iedere week een andere buitenlandse klant zijn rekening sluit of kapitaal in Libanon vermindert.'


Een zwakke en weinig diverse economie speelt ook een rol, maar Elie zal het een worst wezen. Hij wilde nooit werken in een bank of accountantskantoor, maar op dit moment zou hij alles aannemen. Maar na een jaar solliciteren kwam hij niet verder dan één vruchteloos interview in Dubai, bij een bedrijf dat handelt in fast moving consumer goods.


Hij is niet de enige. In zijn vriendenkring wil iedereen weg, zegt hij. En het liefst snel: hij is al 25, en als hij over een paar jaar wil kunnen trouwen en een gezin stichten, dan moet hij snel aan het sparen slaan. Libanon mag dan het modernste van de Arabische landen zijn, ook hier geldt dat een man zijn toekomstige vrouw een huis en inboedel moet kunnen bieden voor zij (en haar familie) een huwelijksaanzoek willen overwegen.


Tot het zover is, zit Elie thuis met tegenzin zijn hand op te houden.


Hij komt uit een middenklasse gezin, en zijn ouders kunnen hem onderhouden - in armere gezinnen wordt de zoon des huizes geacht bij te dragen aan het familie-inkomen. Het is wrang voor hem; tijdens zijn studie werkte hij en verdiende zijn eigen geld. Nu gaat hij met gebogen hoofd door het leven.'Mijn ouders zien dat ik mijn best doe en klagen niet, maar ik wil hen niet langer om geld vragen. Zij zijn niet gelukkig, en ik ook niet. Ik ben 25, gezond en opgeleid. Nog een jaar, en ik moet echt pizza's gaan bezorgen. Ik kan zoveel meer, maar ik krijg de kans niet.'


Remco Andersen


Kenia 'Vrouw en kinderen zijn bij me weggegaan'


Op zoek naar een baan: Francis is het al heel zijn 'werkende' leven. Op zijn zeventiende kwam hij van de middelbare school. Geld voor een vervolgopleiding hadden zijn ouders niet. Nu is hij 30, zeker twaalf ambachtjes verder, en nog steeds op zoek naar een echte baan. 'Wie weet kan ik op een dag zelfs wat sparen.'


We spreken hem bij de parkeerplaats van een winkelcentrum in Kenia's hoofdstad Nairobi. Francis Njuguna staat achter vier rekken. De tweedehandskleren die er hangen, ze zouden bijna 'sexy doorschijnend' kunnen heten, als ze niet zo vaak gewassen en afgedragen waren. Aan het einde van deze ochtend heeft hij ongeveer één euro verdiend.


'Werk kun je het niet noemen', zegt Francis. 'Maar je moet wat om een hongerige maag te vullen. Als ik met hosselen in een week duizend shilling (zo'n acht euro, red.) kan verdienen, kom ik net rond. Dan kan ik in het weekeinde zelfs goedkope alcohol scoren, en drinken. Alles neem ik in; zo lang het me maar dronken maakt.'


Elk jaar komen in Kenia zo'n 800 duizend jongeren de arbeidsmarkt op. Slechts 50 duizend van hen vinden een baan. De werkloosheid in het land staat, officieel althans, op 40 procent. Zeker 70 procent daarvan bestaat uit jongeren zoals Francis, tussen de 15 en 35 jaar. 'Een tikkende tijdbom', zo menen deskundigen.


Francis probeerde in de bouw aan de slag te komen, werkte een tijdje als conducteur op een 'matatu', een minibus, poetste schoenen en probeerde zelfs varkens te hoeden. Alles slechts voor korte tijd. 'Ooit was ik getrouwd. Ik heb twee zonen, van zeven en vier. Maar ze zijn bij me weggegaan, omdat ik niet voor hen kon zorgen. Eerlijk gezegd voelde dat als een enorme opluchting.'


Hij voelt zich 'zeer zeker' lid van een verloren generatie. Een generatie ook die er soms van 'droomt', zegt Francis, om in opstand te komen. 'Toch denk ik niet dat het tot een revolutie zal komen. Wij armen mogen dan een meerderheid zijn, de minderheid van rijken in Kenia zal altijd haar zin krijgen.'


Kees Broere


Italië 'Zonder de juiste contacten lukt het hier niet


'Het is me nog niet gelukt uit huis te gaan', zegt Sara Sulmonte (26). 'Heel even heb ik in Londen gestudeerd, maar verder woon ik al mijn hele leven bij mijn ouders. Als mijn vrienden voorstellen iets te gaan doen, moet ik mijn ouders om toestemming vragen. Of als ik iets wil kopen. Ik verdien niets, dus ik ben geheel afhankelijk van hun geld. Het is nogal vernederend.'


Sulmonte is al meer dan een jaar werkeloos. 'Ik had fotografe willen worden', vertelt de Napolitaanse. 'Maar ik wilde ook een plek vinden op de arbeidsmarkt. Daarom ben ik een opleiding voor toerisme gaan doen. Ik heb Engels en Frans geleerd. Maar het heeft weinig geholpen.'


Meer dan 3 miljoen Italianen zijn werkloos en Sulmonte zit net in de categorie die het het lastigst heeft. Ze is een vrouw, ze komt uit het zuiden en ze is jong.


De jeugdwerkeloosheid bereikte in oktober het Italiaanse record van 41 procent. In het zuiden is een op de twee jongeren werkloos. Jonge vrouwen treffen het in die statistieken nog een paar procentpunten slechter.


'Ik zie geen toekomst meer in Italië', zegt de twintiger. Ze wil haar 79 duizend leeftijdgenoten achterna, die in 2012 richting Duitsland, Zwitserland en Groot-Brittannië trokken. 'Ik heb geprobeerd me aantrekkelijk te maken voor de arbeidsmarkt, maar zonder de juiste contacten lukt het niet. Mijn ouders kennen geen belangrijke mensen die een aanbevelingsbrief voor me schrijven. Het systeem van de meritocratie moet hier nog worden ingevoerd. En er is nauwelijks ruimte voor jongeren op de arbeidsmarkt.'


'Jongere' noemen de journalisten en politici je in het land van de 77-jarige Silvio Berlusconi en de 88-jarige president Giorgio Napolitano vaak tot je veertigste. Vrouwen nemen er dan ook pas zes jaar later dan de gemiddelde Europeaanse hun eerste kind (32,6 in plaats van 26,5) en het percentage baby's met veertigplus moeders ligt een stuk hoger dan in de rest van Europa. Voor Sulmonte zijn kinderen ook nog niet in zicht. Ze zit zelf nog als een kind bij haar ouders.


Sarah Venema


'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden