Werkloosheid blijft negen maanden lang gelijk

De werkloosheid is in het laatste kwartaal van 1994 opnieuw gelijk gebleven. Gecorrigeerd voor seizoenen telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 480 duizend werklozen, even veel als in het tweede en derde kwartaal....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De geregistreerde werkloosheid is hoger dan een jaar geleden, maar het verschil neemt snel af. In het eerste kwartaal van 1994 was de werkloosheid 129 duizend hoger dan in het eerste kwartaal van 1993. Eind 1994 was de werkloosheid nog maar 27 duizend hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Uit de enquête beroepsbevolking van het CBS blijkt dat de arbeidsmarkt in 1994 als geheel een kwakkelend beeld vertoonde. De werkende beroepsbevolking is niet gegroeid, terwijl in de jaren tussen 1990 en 1994 jaarlijks gemiddeld honderdduizend mensen extra aan het werk kwamen.

Wel nam het aantal werkenden met een kleine baan toe met vijftigduizend. Alles bij elkaar schat het CBS dat vorig jaar 5,92 miljoen mensen een baan hadden van twaalf uur of meer per week. Dat is vijfduizend minder dan een jaar eerder. Daar staat tegenover dat in 1994 gemiddeld 772 duizend mensen een kleine baan hadden van minder dan twaalf uur per week, maar deze groep wordt niet meegerekend in de beroepsbevolking.

Het aantal werkenden met een flexibel dienstverband blijft stijgen. In één jaar telde het CBS dertigduizend nieuwe werknemers bij uitzendbureaus of als oproepkracht. Het aantal vaste contracten daalde in 1994 met zeventigduizend.

De participatie van vrouwen en jongeren lijkt zich langzaam te stabiliseren of in het geval van de jongere zelfs af te nemen. In 1994 werkte 42 procent van de vrouwen van 15 tot 64 jaar. Dat is even veel als een jaar eerder. De zes jaar daarvóór nam de participatie toe van 35 naar 42 procent.

Bij de jongeren nam de deelname aan het arbeidsproces af. Vorig jaar werkten 39 van de honderd jongeren tot 25 jaar minstens twaalf uur per week, terwijl in 1992 nog 42 van elke honderd jongeren een baan hadden.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek constateerde vorig jaar nog een kleine stijging van het aantal werkende allochtonen (personen die niet in Nederland zijn geboren of die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten). Tienduizend allochtonen vonden een baan, maar omdat de allochtone bevolking van 15 tot 64 jaar toenam met vijftigduizend, daalde de participatiegraad naar 43 procent. Bij autochtonen werkt 58 procent.

De werkloosheid treft volgens het CBS steeds vaker de mensen met een lage opleiding. De werkloosheid onder personen met alleen basisonderwijs is tweemaal zo hoog als de werkloosheid in de totale beroepsbevolking: 17 procent tegenover 8,5 procent. Van degenen die een hogere beroepsopleiding hebben gevolgd, is slechts 6 procent werkloos.

Jongeren worden relatief het hardst getroffen door de werkloosheid. Dertien op elke honderd jongeren onder de 25 jaar zochten in 1994 een baan van minstens twaalf uur per week.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden