Werkgevers doen aan stemmingmakerij

Op een zelden meer vertoonde regenteske wijze willen werkgevers milieuclubs de mond snoeren. Maar bestuurlijk geklungel is de oorzaak, zegt Pieter Winsemius....

Pieter Winsemius

Bernard Wientjes en Loek Hermans, voorzitters van VNO-NCW en MKB-Nederland, bepleiten een inperking van de in hun ogen bedenkelijke rol die natuur- en milieuorganisaties spelen bij procedures rond de aanleg van wegen en dergelijke (Forum, 22 oktober). Het ontwerp voor de Crisis- en herstelwet gaat hen niet ver genoeg. De natuur- en milieuorganisaties moeten gewoon hun mond houden als de politiek heeft gesproken.

Hun ondernemershart klopt luide, maar met een zelden meer vertoonde regenteske inslag: de factor arbeid moest een eeuw geleden ook zijn mond houden. Verenigen ten behoeve van gezamenlijke doelen is ‘fout’; opkomen voor zwakke belangen ook, zelfs als die, zoals milieu, expliciet in de Grondwet zijn verankerd. Hun voorbeeld is treffend: wie in Den Bosch woont, moet geen besluit kunnen aanvechten met gevolgen voor de Waddenzee. Hij heeft daar immers zelf geen last van. Wat zou er over zijn van de Waddenzee, als we de laatste vijftig jaar deze koers hadden gevaren? En het Groene Hart?

Wientjes en Hermans gebruiken grote woorden. ‘Het afwegen van maatschappelijke belangen ligt bij de politiek. Wie daarover naar de rechter stapt, respecteert de scheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht niet.’ Niet democratisch gelegitimeerde organisaties kunnen elk besluit aanvechten omdat ze een algemeen belang naar zich toe trekken, stellen zij. Niet mis. Of juist geheel mis?

Al sinds de prehistorie spreekt de politiek over dit onderwerp. De rechtsprekende macht interpreteert de uitkomst kennelijk als een rechtvaardiging van de rol van natuur- en milieuorganisaties. Moeten VNO-NCW en MKB-Nederland, hun redeneerlijn volgend, die besluiten dan niet respecteren?

Als we die natuur- en milieuorganisaties het beroepsrecht ontnemen, dan schieten we lekker op, betogen ze. Maar is dat wel zo? Het is hun ontgaan dat elke organisatie met de aankoop van een enkel aandeel, spreekrecht heeft op een vergadering van aandeelhouders. Zouden natuur- en milieuorganisaties, indien hiertoe onverhoopt door gelegenheidswetgeving gedwongen, ook niet een enkele vierkante meter grond kopen om alsnog voor het beroepsrecht van Wientjes en Hermans in aanmerking te komen? Het is hen ook ontgaan dat de vakbonden juridische diensten verlenen aan hun leden in geval van conflict met werkgevers. Zouden de natuur- en milieuorganisaties ook niet hun expertise beschikbaar stellen aan hun leden? En zou er dan nog steeds sprake zijn van versnelling?

De werkgeversvoorlieden wedden op het verkeerde paard. Ze benadrukken dat veel van de tijdwinst die de wet zou moeten bieden, zo onhaalbaar wordt. Het is, stellen zij, ‘de achilleshiel van alle vormen van wetgeving die procedures voor bouwactiviteiten wil versnellen’. Dit is een ontkenning van de werkelijkheid. Lieten niet de commissie-Elverding en recent ook weer de rondetafelgesprekken in de Tweede Kamer overtuigend zien dat de grote vertragingen onveranderlijk het gevolg zijn van bestuurlijk gestuntel: eindeloos de bal terugspelen op het middenveld en slecht huiswerk?

Wientjes en Hermans besluiten hun betoog met een oproep: ‘Beter ware het de belangen van natuur en milieu te dienen met een gezamenlijke aanpak zoals overheid en bedrijfsleven die hebben voor luchtkwaliteit en klimaat.’ Als ze die aanpak nog twee tandjes scherper zouden stellen, hadden ze recht van spreken. Nu rest slechts de vraag of de heren niets beters te doen hebben dan deze misplaatste stemmingmakerij?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden