AnalyseDe toekomst voorspellen

Werkende dieren, een Chinese Napoleon en iedereen een fotofoon: wat ze voorspelden voor 2020

2020 is zo’n mooi rond jaartal dat altijd tot de verbeelding sprak van toekomstvoorspellers. Uit een inventarisatie van 250 oude prognoses blijkt vooral een ding: dat voorspellen is zo makkelijk nog niet. 

(De Telegraaf, 1952)

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

We hadden stoepen van rubber moeten hebben. In de fabrieken zouden speciaal gefokte, slimme dieren ‘eenvoudig routinewerk’ uitvoeren. Gevangenissen zouden niet meer bestaan. Sportteams zouden gemengd zijn, China zou een eigen ruimtestation hebben en Amerika bekendstaan als dé zonnecelnatie van de wereld.

Of nee: een ‘Chinese Napoleon’ zou de halve wereld hebben onderworpen. Afrikaanse legers zouden Europa zijn binnengevallen. Door vervuiling en verval zouden we niet ouder worden dan 40 en in de VS zouden zoveel honden leven dat mensen de straat niet meer op durven. U zou dit lezen in de ‘Volkstrouw’, een fusie van de Volkskrant en Trouw, omdat de kranten op sterven na dood zijn.

Maar u ziet: het is allemaal niet gebeurd. Van alle voorspellingen en prognoses voor het jaar 2020 zijn er vier op de vijf niet uitgekomen, blijkt uit een eigen analyse van deze krant. Zelfs van de meest serieuze prognoses, officieel opgesteld door overheidsdiensten en wetenschappers, blijkt nu we het kunnen controleren 80 procent de plank volledig te hebben misgeslagen.

Een onthutsende boodschap eigenlijk:

Van alle prognoses voor 2020, kwam 80 procent niet uit

Experts waren te optimistisch over technologische vooruitgang en juist weer te pessimistisch over de economie, de volksgezondheid en het milieu. Zelfs op gebieden waar harde cijfers de dienst uitmaken, kleunden de prognoses vaak mis: er lopen in 2020 geen 4,4 miljard mensen rond, zoals een Rotterdamse studie in 1973 plechtig vaststelde, maar haast tweemaal zoveel. En van alle energie komt niet 15 procent van olie, zoals een expertgroep in 1979 becijferde, maar meer dan het dubbele.

Zo’n 250 voorspellingen voor het jaar 2020 liepen we na, afkomstig uit het eigen krantenarchief van de Volkskrant, het onlinekrantenarchief Delpher en uit diverse rapporten, boeken en documentaires. We lazen hoe Microsoft inschatte dat het boek in 2020 definitief zou zijn verdwenen en hoe farmaciebedrijf Organon beloofde dat we in 2020 zenuwen zouden kunnen vervangen door draden. We vernamen dat we een driedaags weekend zouden hebben, dat er in het Vaticaan een zwarte Paus zou zitten en dat de kustlanden in 2020 voor zeker eenvijfde zouden draaien op energie uit de golven.

(De Volkskrant, 1954)

Als vanavond om middernacht puntje bij paaltje komt, zal dat allemaal niet zijn uitgekomen. Nederland heeft dan geen 15,8 miljoen inwoners, zoals experts in 1970 voorspelden, maar 17,2 miljoen. Op Antarctica vindt geen grootschalige mijnbouw plaats, zoals economen in 1983 beweerden: de mijnbouw is er juist verboden. En ook het ‘plaatselijk opheffen van de zwaartekracht’, zoals het Nieuwsblad van het Noorden in 1969 voorzag, wil nog niet erg lukken.

Is dat even een afgang. Voorspellingen, prognoses en andere gespierde uitspraken over de toekomst vormen immers een belangrijke grondstof waar de wereld op draait. Neem alleen al het nieuws van de afgelopen weken: in 2050 is Europa klimaatneutraal, in 2030 kun je met de metro naar Schiphol, en over twintig jaar zijn er twee maal zoveel 80-plussers als nu, zo hoorden we met grote stelligheid beweren.

Maar dreigementen verwaaien en beloften vergaan. Van alle mooie woorden komt maar 20 procent uit, blijkt uit de cijfers die de Volkskrant verzamelde. Van alle onheilspellende doemverhalen voor het jaar 2020 is zelfs minder dan een op de tien bewaarheid.

Een goede vuistregel is daarom deze:

De pessimisten zien het te somber (en de optimisten te zonnig)

Want nee, de wereldbevolking is niet door honger en oorlog gedecimeerd tot 2 miljard, zoals de Club van Rome in 1971 voorzag, en Europa is niet in de greep van woestijnvorming, zoals een onderzoeksgroep in 1985 rapporteerde. Er kwam wel degelijk een zwarte Amerikaanse president, anders dan columnist Kees Schuyt in 1990 verwachtte. En de wereldtemperatuur liep niet met 5 graden op, zoals Amerikaanse wetenschappers in de oertijd van de klimaatwetenschap (1969) dachten – het bleef bij 1 graad.

Tegelijk brak kernfusie niet door, kwam de bevolkingsgroei niet tot stilstand, kwam het netwerk van zonne-energie oogstende satellieten dat de Nasa in 1973 aankondigde niet van de grond, trok de vrouwenachterstand in verenigingsbesturen niet bij en is er van de natuurverbinding tussen de Veluwe en Duitsland die het kabinet in 2000 beloofde geen grasspriet terechtgekomen. Destijds leek 2020 nog lekker ver weg, zullen we maar zeggen.

(De Volkskrant, 1979)

Soms trekt men de lijntjes uit het verleden te rigoureus door. In 2020 zijn er geen leeuwen meer, worden we 116 jaar oud en zijn Nederlandse vrouwen gemiddeld 1,98 meter lang, hoor je dan opeens. Of men moppert maar wat: straks zul je nog zien dat Willem van Oranje in 2020 niet meer in de schoolboeken staat, bromde columnist Jan Blokker dertig jaar geleden.

Maar goed, hoe herken je een betrouwbare prognose dan wel? Ook daarvoor is een vuistregel:

De saaiste prognoses zijn het betrouwbaarst (en open deuren ook)

Ga op zoek naar prognoses die achteraf blijken te kloppen en je komt al gauw uit op zaken zoals deze: in 2020 gaat driekwart van Nederland niet meer naar de kerk (het Sociaal en Cultureel Planbureau in 1994). In 2020 maken mensen met een migratieachtergrond 12 tot 14 procent uit van de beroepsbevolking (het Centraal Bureau voor de Statistiek in 1997). In 2020 valt 73 procent van de ziektelast in de wereld onder de niet-overdraagbare aandoeningen zoals depressie en kanker (de WHO in 1999).

Dit zijn geen grootse visioenen of swingende voorspellingen, welnee. Het gaat hier om neutrale, oerdegelijke prognoses, ontstaan door de toekomst zorgvuldig af te draaien in modellen. Dan nog zit 55 procent ernaast, blijkt uit onze gegevens. Maar enfin, in de wereld van de voorspellingen is dat een goede score.

(De Volkskrant, 1997) In werkelijkheid nam de energievraag met 45 procent toe.

Of een prognose is juist zo’n open deur dat hij haast wel móét uitkomen, dat gebeurt ook. Neem het SCP, dat vaststelde: in 2020 hebben we te maken met vijf i’s, individualisering, informalisering, informatisering, internationalisering en intensivering van emotie en beleving. Ja, duh: dat zei het SCP in 2004, toen die vijf i’s allang zichtbaar waren. U en ik hadden het ook kunnen bedenken.

En een enkele keer zit een prognose gewoon goed door dom toeval. Wauw, denk je als je leest dat schrijver Maurits Wagenvoort al in 1923 voorspelde dat we vandaag zouden rondlopen met een ‘fotofoon’ op zak waarop je livebeelden kunt zien. Tot je nagaat wat Wagenvoort in zijn toekomstroman Een huwelijk in het jaar 2020 allemaal nog meer voorspelde: het kapitalisme zou zijn afgeschaft, kinderen zouden opgroeien in ‘Kindertuinen’ en we zouden geen voedsel meer eten maar ‘pastilles’. Als je maar genoeg dingen roept, is er altijd wel íéts wat klopt.

Dat brengt je toch weer bij de prognoses die níét uitkwamen. De pest is:

Vaak gebeurt er iets wat niemand verwachtte

Er is een horizon waarachter scenario’s schetsen verandert in koffiedik kijken en zelfs de beste prognose nattevingerwerk wordt. Vaak gebeurt er iets dat niemand had kunnen bedenken.

In 2020 staan hier driehonderd kerncentrales, bezwoer de Duitse overheid in 1977, een Bundestag of tien voordat Merkel tot ieders verrassing besloot helemaal te stoppen met kernenergie. Het vliegverkeer stijgt tot 2020 met 10 procent per jaar, beloofde de luchtvaartkoepel IATA, vlak voordat de economische crisis de luchtvaart in een dip stortte. Of neem programmamaker Jaap van de Merwe, die in 1973 liet weten dat hij nog ‘zeker tot 2020’ materiaal had voor zijn radioprogramma ’t Oproer Kraait. In 1975 stopte het programma, in 1989 zou hij overlijden.

(De Volkskrant, 1999)

Goed om te weten: van alle opstellers van toekomstblikken zijn het de kunstenaars die er het vaakst naast zitten. Want nee, we zijn niet aangevallen door buitenaardse wezens (Harry Mulisch in 1995), er is nog geen zwangerschapstest in de vorm van een pil die de tong blauw kleurt (de sf-serie Quidam Quidam in 1999) en ook de ‘atoomschieter’ voor kinderen (getekend in 1952) ligt anno 2020 nog niet in de speelgoedwinkel.

Maar ach, daarvoor zijn het kunstenaars, nietwaar? Verontrustender is dat de politici het niet veel beter doen. Van hen kletste 22 procent uit de nek als het ging om 2020, blijkt nu we hun uitspraken kunnen controleren. Onze energie is niet 10 procent duurzaam (oud-minister Hans Wijers in 1997) maar 7,4, het aantal verkeersdoden is niet met 400 afgenomen (oud-minister Karla Peijs in 2004) maar met 200 en zelfs de massale opstand van de armen, in 1985 voorspeld door PvdA-kopstuk Jan Pronk, is afgezien van wat gele hesjes nog steeds niet gekomen.

Maar goed ook. Want er is altijd nog de laatste les:

Veel prognoses zijn helemaal  niet gemaakt om uit te komen

Betrapt reageren betrokkenen als je ze met hun oude voorspellingen confronteert. Wat, hebben we dat écht gezegd? Nee sorry, we kunnen ons dat niet herinneren, degene die erover ging werkt hier allang niet meer en trouwens, onze organisatie heeft tegenwoordig een andere naam, is nogal eens de reactie.

Of ze zeggen erbij: onze voorspelling moet je niet zo letterlijk nemen. Neem Naturalis, dat in 1970 de natuur in 2020 verbeeldde met een lege vitrine. ‘Die boodschap was wat al te dramatisch, en dat zal zo ook bedoeld zijn’, reageert het museum achteraf. ‘Maar het geeft wel aan dat er toen al heel veel zorgen waren over de ontwikkeling van de biodiversiteit.’

(De Tijd, 1969)

Vaak zijn prognoses juist bedoeld om de toekomst bij te sturen. Neem de Haagse stuurgroep die begin jaren negentig in griezelig detail schetste in wat voor ellende het ons zou dompelen als het tandartsentekort in 2020 een feit was. Het liep met een sisser af, inmiddels komt 16 procent van alle tandartsen uit het buitenland. Was dat ook zo soepel gegaan zónder sombere prognoses?

Sommige voorspellingen zijn gemaakt om vooral niet uit te komen: pas op, anders krijgen we dit-en-dat. Andere zijn juist bedoeld om na te jagen, zelfs al is het maar een eindje.

Tijd om het jaar uit te luiden. Geen betere manier om dat te doen dan met een fles Veralho 1952, een wijn die in 2020 op zijn best is, zoals een wijnkenner in 1983 in dagblad Trouw vertelde.

Een mooi moment om zo’n uitspraak toch eens op waarheid te controleren.

(Gerrit Komrij in 1978 over Maurits Wagenvoorts’ toekomstbeeld uit 1923)

Met dank aan Bas Arts (Planbureau voor de Leefomgeving), Marc Janssen (Stichting Duinbehoud), Inge Loes ten Kate (Universiteit Utrecht), Rein Kroes (CBS), Pieter Kroon (TNO), Lode Kulik (Koninklijke Bibliotheek) en Ton Wilthagen (Universiteit van Tilburg).

Vijf conclusies op een rij

Wat zei en schreef men vroeger over het jaar 2020? En wat is ervan terechtgekomen? Deze grafieken vatten onze belangrijkste conclusies nog eens samen.

Allereerst: veruit de meeste prognoses over 2020 zitten ernaast. Ook als we ons beperken tot ‘officiële’ prognoses van overheden, wetenschappers en politici is dat het geval:

Bovendien waren de meeste prognoses op de een of andere manier ‘geladen’. De meeste prognoses voor 2020 waren positief; haast een derde was negatief:

En, opvallend, recentere prognoses zijn niet noemenswaardig ‘beter’ dan oude: voorspellingen uit de jaren tachtig en negentig waren net zo onnauwkeurig als die uit de jaren nul. De jaren vijftig uit de vorige eeuw lijken beter te scoren, maar dat is een vertekend beeld: uit dat decennium konden we slechts zes voorspellingen voor 2020 vinden, waarvan er twee uitkwamen (‘in 2020 is televisie steeds minder populair’, ‘in 2020 bestaan er geheel zelfstandig vliegende vliegtuigen’.)

Ook als je kijkt hoe ver voorspellingen procentueel afwijken van de werkelijkheid, zijn recentere voorspellingen niet nauwkeuriger dan voorspellingen over 2020 die men verder in het verleden deed:

Tenslotte: prognoses over energie, klimaat, natuur, milieu, demografie en economie bleken het minst vaak uit te komen. Uitspraken over het dagelijks leven en technologie werden het vaakst waarheid:

De liefste prognose

Uit De Telegraaf in 1977: de familie Rombouts mag tot 2020 voor de symbolische huursom van 1gulden in het monumentale Trapjeshuis in Veldhoven wonen, nadat ze dit ‘Brabantse juweel’ geheel zelfstandig hadden opgeknapt. ‘Mijn grootouders hebben er tot hoge leeftijd gewoond, inderdaad tegen de afgesproken condities’, mailt kleinzoon Paul desgevraagd. ‘Maar de hoge leeftijd gecombineerd met kwaaltjes deed hen verhuizen naar een verpleeghuis.’

De foutste prognose

In 1878 stond het als zakelijke mededeling in de krant: in 2020 zullen er meer joden in Hongarije wonen dan er Europeanen zijn. Aldus een rekensom van nationalist Gyözö Istóczy, in een tijd dat antisemitisme griezelig gewoon was. In werkelijkheid telt de Joods-Hongaarse gemeenschap vandaag zo’n vierduizend mensen – haast 200 duizend keer minder als er Europeanen zijn.

De gekste prognose

Schaamhaar komt weer in als modetrend, blaasvoetbal wordt mateloos populair en op televisie komt een talentenjacht: synchroonzwemtalent gezocht. Aldus enkele van de jolige ‘voorspellingen’ die omroep BNN achttien jaar geleden opstelde in het programma 2020.

De engste prognose

Gelukkig dat deze voorspelling van de eminente Britse sterrenkundige Sir Martin Rees niet is uitgekomen. In 2020, wedde Rees eens met technologieblad Wired, zullen er bij een bioterroristische aanslag of ramp 1 miljoen doden zijn gevallen.

Hoe gingen we te werk?

Voor deze productie zochten we in het Volkskrant-archief en op Delpher.nl op de trefwoordcombinatie ‘het jaar 2020’. Daarnaast bekeken we de BNN-documentaire 2020 (2003) en zagen we de roman Een huwelijk in het jaar 2020 (1923) in, van Marnix Wagenmaker. We gebruikten alleen voorspellingen van vóór 2010 en richtten ons op concrete, controleerbare uitspraken.

Dat leverde 241 ‘voorspellingen’ op die we, net als bij een vorige productie over toekomstverwachtingen, onderbrachten in een eenvoudige spreadsheet en langsliepen: wat was er van de voorspelling terechtgekomen? En was de voorspelling positief of juist negatief geladen, of neutraal?

Bij getalsmatige voorspellingen keken we bovendien hoe ver de voorspelling ernaast zat. De beroepsbevolking is vandaag bijvoorbeeld 24 procent groter dan de 7,5 miljoen die het CBS in 1997 voorzag. Daarnaast voerden we diverse gesprekken met betrokken instanties en personen, telefonisch of per e-mail, als er aanvullende informatie nodig was.

Vanzelfsprekend is onze analyse geen exacte wetenschap, maar een informele journalistieke verkenning, gedreven door nieuwsgierigheid. Zo kunnen definities door de tijd heen zijn veranderd (‘duurzame energie’ werd vroeger bijvoorbeeld iets anders gedefinieerd). Bovendien is het goed denkbaar dat hedendaagse prognoses accurater zijn, zoals senioronderzoeker Pieter Kroon van TNO uitlegt, omdat er vandaag de dag over allerlei processen veel meer informatie beschikbaar is, die bovendien beter toegankelijk is. Een belangrijke kanttekening, uiteraard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden