Werken onder niveau is wellicht beter dan niet werken

Voor asielzoekers is het in Nederland moeilijk een baan te vinden. Dat heeft te maken met taalachterstand en lage opleiding. Vooral het leren van de nieuwe taal gaat stroef.

Ook een hoogopgeleide vluchteling is zo twee of drie jaar verder voor hij B2-niveau beheerst Beeld Negin Zendegani

Waarom komen vluchtelingen moeilijk aan het werk?

De meeste vluchtelingen hebben een jaar of langer in een asielzoekerscentrum doorgebracht in een situatie waarin zij niet mochten werken en (meestal) nog geen taalles kregen. Door die inactiviteit beginnen ze al met een achterstand op de arbeidsmarkt. Oorlogsvluchtelingen kampen soms met psychische problemen of maken zich zorgen over achtergebleven familieleden, waardoor zij moeilijk een nieuwe start maken in Nederland.

Het opleidingsniveau van vluchtelingen is doorgaans aanzienlijk lager dan dat van Nederlanders. De SER vergelijkt het gemiddeld aantal schooljaren voor verschillende landen. In Nederland is dit gemiddeld bijna 18 jaar, tegen ruim 12 in Syrië, 10 in Irak en 4 in Eritrea. Daarnaast is het een probleem dat diploma's uit herkomstlanden hier vaak niet worden erkend. Neem het verhaal van een Syrische tandarts die graag in zijn oude beroep aan de slag wil. Hij moet aan de universiteit onderdelen van de opleiding Tandheelkunde volgen. Maar voor hij daar wordt toegelaten, moet hij eerst Nederlands beheersen op niveau B2 - een niveau waarop je ingewikkelde teksten kunt lezen en vloeiend conversaties kunt voeren. Daarvoor is grofweg drie keer zoveel uren studie nodig als voor het inburgeringsexamen vereiste A2 - een niveau waarmee je jezelf kunt redden in een alledaags gesprekje op de markt.

Ook een hoogopgeleide vluchteling is zo twee of drie jaar verder voor hij B2-niveau beheerst. Opgeteld duurt het dan zo vijf jaar voor de tandarts op zijn oude niveau kan werken.

Waarom gaat het leren van de taal zo langzaam?

Voor veel functies zul je redelijk Nederlands moeten spreken om aan de slag te kunnen en hoe hoger opgeleid het werk, hoe crucialer de taal doorgaans is. Juist hogeropgeleide vluchtelingen vinden daardoor moeilijker betaald werk op hun niveau, bleek uit een proefproject van opvangorganisatie COA en uitzendbureau Randstad.

Het leren van de taal blijkt in de praktijk vaak stroever te gaan dan vluchtelingen zelf hadden verwacht, vooral bij lageropgeleiden van wie de moedertaal bijvoorbeeld Arabisch of Tigrinya is en die niet erg gewend zijn te studeren. Zoals taalschooldirecteur Ad Appel het verwoordt: 'Een Nederlander met een mavo-diploma krijgt zijn Arabisch ook niet in drie jaar op A2-niveau.'

Sinds 2013 zijn statushouders zelf verantwoordelijk voor hun inburgering en moeten zij op eigen houtje op zoek naar een geschikte cursus, die ze met een lening betalen. Door de geïntroduceerde marktwerking is er nauwelijks toezicht meer op de kwaliteit van het scholingsaanbod - er zijn veel klachten over te volle leslokalen en grote niveauverschillen binnen de klassen. Minister Asscher (Sociale Zaken) signaleert dat 'beunhazen' zich op de taalmarkt storten.

Een ander probleem is dat veel vluchtelingen buiten de lessen om maar weinig contact hebben met Nederlanders. Soms is er via VluchtelingenWerk wel een taalcoach, een vrijwilliger die wekelijks conversatie oefent met de migrant. Maar spontane contacten met Nederlanders komen minder gemakkelijk tot stand. Vluchtelingen komen vaak terecht in buurten waar al veel migranten wonen, wat integreren bemoeilijkt. Syriër Mohammed Chraih uit Rotterdam zegt bijvoorbeeld dat hij in zijn buurt weinig Nederlanders tegenkomt. 'Wel veel mensen uit Afrika bijvoorbeeld. Die spreken soms zelf ook slecht Nederlands, daar kan ik niet mee oefenen.'

Wat moet er nu gebeuren om de integratie te versnellen?

De WRR constateerde vorig jaar al dat het inefficiënt is dat vluchtelingen nu eerst een paar jaar spenderen aan het leren van de taal en dan pas gaan werken. Het beleid stuurt daar nog wel op aan, want bijstandsgerechtigden die nog bezig zijn met inburgeren worden in de meeste gemeenten drie jaar vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Veel betrokkenen bij de integratie zijn er echter van overtuigd dat het leren van de taal beter kan samengaan met een snelle start op de arbeidsmarkt. Wie naast een cursus ook op het werk in aanraking komt met Nederlanders heeft meer kans de taal goed onder de knie te krijgen, dan wie negen uur per week les volgt en verder alleen contact heeft met Syriërs.

Naar school

4 jaar, zo lang gaat een inwoner uit Eritrea gemiddeld naar school.
Voor een Nederlander is dat bijna 18 jaar.


De gemeente Oss wacht bijvoorbeeld niet meer met begeleiding naar werk tot de vluchteling Nederlands spreekt. Syriërs en Eritreeërs krijgen daar uitleg over de Nederlandse arbeidsmarkt in het Arabisch of Tigrinya en moeten vervolgens eenvoudig productiewerk doen in een arbeidstrainingscentrum om te wennen aan de Nederlandse manier van werken.

Het nadeel van tegelijk inburgeren en werken, is dat de betreffende baan waarschijnlijk ongeschoold werk zal zijn dat hogeropgeleide vluchtelingen weinig motiveert. Maar werken onder niveau is misschien nog altijd beter voor welzijn en integratie van de migrant dan helemaal niet werken. 'Veel migranten komen er na een jaar of twee achter dat het in Nederland allemaal niet zo gemakkelijk gaat als ze hadden gedacht', zegt taalschooldirecteur Appel. 'Dat is vaak een pijnlijke ontdekking. We zouden vluchtelingen die aankomen meteen al een realistischer beeld moeten geven van hun mogelijkheden. Velen zullen helaas nooit verder komen dan ongeschoold werk. Dat is niet leuk, maar wel de realiteit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.