Werken in ruil voor bijstand is goed. En dan?

Bijstandsontvangers moeten steeds vaker, in ruil, een soort werk verrichten. Prima, zegt Dick Vink, maar laat gemeenten hen verder helpen naar een echte baan....

Dick Vink

Met de komst van de Wet Werk en Bijstand is een ware revolutieop gang gekomen bij de uitvoering van de bijstand. In plaats vaneen doodlopende weg, in veel gevallen leidend tot langdurigewerkloosheid en isolement, wordt de bijstand steeds meer gezienals een tijdelijke voorziening die vergezeld moet gaan vanadequate vormen van (publieke) dienstverlening die dit allesjuist voorkomt.

Dat vraagt dienstverlening die ertoe moet leiden dat zoveelmogelijk mensen (blijven) participeren in het arbeidsproces enwaar de aansluiting met de arbeidsmarkt er niet (meer) is, dezezo snel mogelijk wordt hervonden (reïntegratie). Dezewelfare-to-work-aanpak doet een sterk beroep de eigenverantwoordelijkheid, wat moet leiden tot verbetering van dezelfredzaamheid in de complexe moderne samenleving.

Ik ben het eens met de stelling van Jan van Zijl, voorzittervan de Raad van Werk en Inkomen (Forum, 9 januari) dat gemeentenmeer moeten investeren in reïntegratie. Daarbij noemt hij driezwaartepunten: gemeenten moeten meer contacten leggen metwerkgevers, meer werk maken van combinaties van leren en werken,en werkactiviteiten creëren voor mensen die voorlopig niet aaneen baan geholpen kunnen worden (participatiebanen).

Van Zijl maakt zich terecht bezorgd dat veel gemeenten zichmomenteel eenzijdig concentreren op een (overigens succesvolle)Work First-aanpak waarbij nieuwe bijstandsontvangers gedurendede eerste maanden in de bijstand werkactiviteiten moetenuitvoeren, wat het aanvragen van een uitkering ontmoedigt. Eenbeperkte investering die leidt tot een relatief hoog rendement:de instroom in de bijstand neemt af.

Dat het begrip Work First vooral is gaan kleven aan dezekortstondige verplichte werkactiviteiten voor nieuwe klanten vande sociale dienst is spijtig. Want daardoor dreigt de invoeringvan een goede welfare-to-work-aanpak halverwege te blijvensteken. Het klopt dat veel uitkeringsgerechtigden, die eenmaalde twee of drie maanden van het werkproject zijn doorgekomen,meestal de luwte wacht van de niet al te intensievereïntegratietrajecten, die maar af en toe leiden tot een baan.Zo blijven inderdaad veel te veel mensen in de bijstand 'hangen'en, zo stelt Van Zijl terecht, wordt het steeds moeilijker hendaar nog uit te krijgen.

Toch ben ik het niet (helemaal) eens met deoplossingsrichting die Van Zijl voorstaat en het appèl dat hijdaarbij doet op de gemeenten. Wanneer bijstandsontvangers er nietin slagen een baan te vinden, moeten de verderereïntegratie-inspanningen telkens worden gecombineerd metwerkactiviteiten. Trainingen, taalonderwijs en beroepsgerichtescholing hebben meer effect als de deelnemers daarnaast ooktwintig uur per week doorbrengen op een werkstage en wekelijksworden begeleid bij sollicitatieactiviteiten.

De consequente inzet van werkactiviteiten (met behoud van, ofzo u wilt in ruil voor de uitkering) beperkt ook de armoedeval:nu hebben nog te veel bijstandsontvangers de keuze tussen nietwerken met een uitkering of werken voor een iets hoger loon. Alszij ook tijdens de uitkeringsperiode moeten werken, wordt de stapnaar betaald werk minder groot.

Ook voor mensen met ernstige belemmeringen kunnen zinvollewerkactiviteiten, gecombineerd met een werktraining, ontwikkeldworden zodat ook zij zicht krijgen op een echte baan. Gemeentenmoeten daartoe meer leerwerkstages en participatiebanenontwikkelen, en een zo breed mogelijk palet aan werkactiviteitenontwikkelen en aanbieden. Essentieel is dat gemeenten duidelijkmaken aan (potentiële) bijstandsontvangers dat het verrichtenvan werkactiviteiten de norm is. Tegelijkertijd moet fors wordengeïnvesteerd in nieuwe werkactiviteiten om die norm ook waar temaken. Dat vergt van gemeenten een grote omslag in de eigendienstverlening.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden