Reportage TBS kliniek Oostvaarder

Werken in een tbs-kliniek: lastig maar ontzettend leuk

Beveiligingsmedewerker in trappenhuis tussen centrale gang en de stafafdelingen. Beeld Linelle Deunk

Een tbs’er uit de Oostvaarderskliniek in Almere zou een oud-patiënt hebben gedood – en dus ligt tbs weer onder vuur. Drie medewerkers van de kliniek over de dilemma’s en gevaren van hun werk, en over de voldoening die het toch geeft.

‘Je voelt je verpletterd. Tbs-patiënten op een veilige, verantwoorde manier laten terugkeren in de maatschappij is onze core business. Als een patiënt betrokken is bij een ernstig misdrijf, is onze kernopdracht mislukt. Voor iedereen is het een verschrikkelijk moment van falen, zelftwijfel en -verwijt. Heb ik iets niet goed gezien? Dat is wat we allemaal denken.’

Aan het woord is Evelyn Klein Haneveld van de Oostvaarderskliniek in Almere. Begin mei kwam deze kliniek in opspraak: een 35-jarige patiënt werd gearresteerd. Hij zou betrokken zijn bij de dood van een 72-jarige man uit Lelystad. Medeverdachte is een 42-jarige man die twee jaar geleden vrijkwam uit dezelfde kliniek. En ook het 72-jarige slachtoffer was een oud-patiënt.

Hoe kon dit gebeuren? Verontruste Kamerleden eisten opheldering van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming). De VVD stelde dat het tbs-stelsel op een ‘kantelpunt’ staat. En de PvdA vroeg zich af wat de maatschappij nog meer te wachten staat. ‘We lopen van incident naar incident’, aldus Attje Kuiken op de radio.

Tbs onder vuur - het is een terugkerend thema. Vanuit de rechtspraak en de advocatuur klonk afgelopen jaren de kritiek dat de behandeltrajecten te lang duurden. Maar bezorgde burgers en politici eisen juist een strenger regime zodra een (oud-) tbs’er de fout in gaat. Bovendien worstelt de sector met personeelstekorten, geweldsincidenten en is er soms een ongeoorloofde relatie tussen patiënt en medewerker.

De groep die zich hierover zelden uitlaat zijn de tbs-behandelaars. De Volkskrant sprak drie medewerkers van de Oostvaarderskliniek. Zij vertellen over de dagelijkse dilemma’s, de gevaren én de voldoening. Ze spreken vrijuit - al worden ze wel soms belemmerd door hun beroepsgeheim. Van sommige voorbeelden zijn de details daarom veranderd om herleidbaarheid te voorkomen.

Evelyn Klein Haneveld is manager behandelzaken. In die functie is de klinisch psycholoog verantwoordelijk voor het behandelbeleid, maar ze wordt ook geraadpleegd bij incidenten, bijvoorbeeld als een patiënt niet terugkeert van verlof.

Evelyn Klein Haneveld, hoofd behandeling bij TBS kliniek Oostvaarder. Beeld Linelle Deunk

Mike Sikkens is hoofdbehandelaar. Jarenlang was de GZ-psycholoog als ‘puinruimer’ onder meer te vinden op de crisisafdeling, nu is hij verantwoordelijk voor de resocialisatie van tbs’ers.

Mike Sikkens, ambulant begeleider TBS patiënten bij TBS kliniek Oostvaarder. Beeld Linelle Deunk

Marieke Buter leeft dagelijks met de patiënten in hun ‘dorp’ – zoals de afdelingen worden genoemd. Als coördinerend sociotherapeut analyseert ze hun dagelijks functioneren, en probeert ze patiënten inzicht te geven in hun gedrag.

Marieke Buter, groepsbegeleider bij TBS kliniek Oostvaarder. Beeld Linelle Deunk

Buter: ‘Ik was samen met de patiënten op mijn afdeling toen nieuws over het misdrijf binnendruppelde.’

Sikkens: ‘Patiënten en personeelsleden reageerden met een mengeling van geschoktheid en boosheid. Het slachtoffer is een oud-patiënt van ons, dat maakte het nog complexer. Voor zover ik weet, is een situatie als deze nooit eerder voorgekomen.’

Klein Haneveld: ‘Het risico is dat je als behandelaar te achterdochtig wordt. Als deze patiënt, ondanks onze inschattingen, hiertoe in staat is, hoe zit het dan met al die andere patiënten?’

Sikkens: ‘Toen ik net in dit werkveld begon, in 2003, was er een vergelijkbaar ernstig incident: toen was een 13-jarig meisje ontvoerd en verkracht door een ontsnapte tbs’er. Ik was destijds stagiair en zag mijn collega’s lamgeslagen rondlopen. Ik dacht toen: het zal maar onder jouw verantwoordelijkheid gebeuren.’

Klein Haneveld: ‘Het is bijna onvermijdelijk dat je strenger gaat oordelen. Aan de andere kant zijn patiënten bang dat ze door één incident allemaal over een kam worden geschoren.’

Sikkens: ‘De meeste patiënten gaan al snel weer over tot de orde van de dag. Maar de angst blijft: of ze wellicht hierdoor bepaalde vrijheden kwijtraken. Het zijn dit soort incidenten die de kijk op tbs kunnen doen kantelen.’

Klein Haneveld: ‘Die angst onder patiënten was er ook eind maart, toen het rapport over Michael P. werd gepresenteerd. De hele dag stond hier de tv aan. Dan zitten de patiënten tussen hun therapieën en dagbesteding door te kijken. Gespannen. Ze denken: wat betekent het voor mij?’

De Onderzoeksraad voor Veiligheid trok harde conclusies over de forensische zorg. Met name klinieken die de zorg hebben over gevangenen met een stoornis zónder tbs, lagen onder vuur. Ze houden te weinig rekening met de risico’s voor de omwonenden. Aanleiding voor het onderzoek was de zaak-Anne Faber.

Michael P. bracht in 2017 het laatste deel van zijn gevangenisstraf voor een dubbele verkrachting door in zo’n forensische instelling – geen tbs-kliniek. Met zijn gedrag als modelgevangene wist hij het personeel zo om de tuin te leiden dat hij in razend tempo vrijheden verwierf. In de omgeving van de instelling verkrachtte en vermoordde hij Anne Faber.

Na P.’s arrestatie kwam de kritiek: waarom had het gerechtshof hem na de dubbele verkrachting geen tbs opgelegd in 2011? Tbs-klinieken hebben immers meer mogelijkheden om de achtergronden van patiënten te doorgronden, en kunnen hen vasthouden zolang de behandelaars dat nodig achten. Een reguliere forensische kliniek, zoals de instelling waarin P. tot 2017 verbleef, kan dat laatste niet: de gevangene komt sowieso vrij op het moment dat de straf erop zit.

Sikkens: ‘Vlak na de moord op Anne Faber leek er een hernieuwd vertrouwen te zijn in tbs. Het werd gezien als redmiddel voor moeilijke gevallen. Het aantal tbs-opleggingen door rechters stijgt weer.’

Klein Haneveld: ‘Maar nu zijn we voor het grote publiek weer allemaal minkukels. Het vertrouwen lijkt weg.’

Het doel van terbeschikkingstelling (tbs), de zwaarste vorm van forensische zorg, is om delinquenten met een ernstige stoornis zo te behandelen dat zij niet recidiveren. Het is de rechter die tijdens een strafzaak tbs oplegt. De duur is onbeperkt. Een patiënt die niet meewerkt, riskeert een levenslang verblijf in een tbs-kliniek. Als behandelaars het verantwoord vinden, krijgt de patiënt de kans geleidelijk een nieuw leven op te bouwen buiten de kliniek. Een tbs-kliniek wil de risico’s voor de maatschappij zo gering mogelijk houden, maar tegelijkertijd binnen die beperking de patiënten zo veel mogelijk kwaliteit van leven geven. Loopt de behandeling goed, dan wordt een verlofplan opgesteld in samenspraak met het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Kinderwagens staan in hal. Er mogen geen eigen kinderwagens de kliniek in wanneer kinderen de patiënten bezoeken. Beeld Linelle Deunk
Gang in het centrale gebouw waar allerlei therapieruimtes, winkels, en zitkamers zijn. Beeld Linelle Deunk
TBS kliniek Oostvaarder. Beeld Linelle Deunk

Klein Haneveld: ‘Bij binnenkomst maken we een profiel van de patiënt: welke stoornissen heeft hij en wat zijn de risicofactoren waardoor hij mogelijk weer in de fout kan gaan?’

Sikkens: ‘Qua stoornissen hebben we hier ongeveer alles in huis. Maak je een grove indeling, dan hebben we patiënten met een psychose en we hebben een groep met antisociale persoonlijkheidsstoornissen. En narcisme bijvoorbeeld.’

Klein Haneveld: ‘Bij psychotische patiënten kun je veel bereiken met medicatie en een stevige dagstructuur.’

Sikkens: ‘De meesten hebben een combinatie van problemen. Bijvoorbeeld: zwakbegaafd, adhd, een beetje persoonlijkheidsproblematiek en een geschiedenis van drugsgebruik.’

Klein Haneveld: ‘We kijken naar: wat kun je goed behandelen, en waar moet je een soort prothese omheen zetten zodat de patiënt blijft functioneren? Rond een zedendelinquent kunnen we bijvoorbeeld een groep mensen organiseren die contact met hem houden – eenzaamheid is een risicofactor.’

Buter: ‘Iedere patiënt heeft een behandelplan met doelen. Bijvoorbeeld: irritatie bespreken voordat de emoties te hoog oplopen. Op de afdeling oefenen we met het veranderen van gedrag. Gister was een patiënt boos. Hij vond dat hij onterecht werd beschuldigd van geluidsoverlast. Tijdens het eten maakte hij een scène. Hij ging staan, hij heeft een intimiderend voorkomen.

‘Later, toen hij weer rustig was, vroeg ik hem of hij dacht dat dit de beste manier was om zijn boodschap over te brengen. Soms doe ik – met een beetje humor – een patiënt na: hoe hij praat en loopt. Dan zien ze ook: dit is misschien niet de manier om je doel te bereiken.’

Klein Haneveld: ‘Het is een soort heropvoeding.’

Buter: ‘Na veel herhalen, soms elke dag opnieuw, kan het kwartje vallen.’

Het forensisch psychiatrisch centrum de Oostvaarderskliniek, gelegen aan de rand van een woonwijk in Almere, bestaat ruim tien jaar. Er worden 132 tbs-gestelden behandeld. Zij verblijven op zes afdelingen, met gemiddeld 22 personen. Elke afdeling heeft twee huiskamers. Er is een werkplaats, een winkel en een fitnessruimte. Daarnaast zijn er kamers voor therapie en separeercellen voor crisissituaties.

De bewoners hebben zich in het verleden schuldig gemaakt aan zware misdrijven zoals mishandeling, moord en verkrachting.

Buurtprotest laaide op toen de kliniek opende. Inmiddels is het onderlinge contact goed, al ontstond er vorig jaar opnieuw onrust toen ook het Pieter Baan Centrum er een plek kreeg. Om de buurt betrokken te houden is er een speciale omwonendencommissie, ook mogen buren drie avonden per week gratis sporten in de fitnessruimte, eventueel onder begeleiding van een tbs’er die een opleiding volgt tot sportinstructeur.

Klein Haneveld: ‘Een buurtbewoner vond een keer een pakketje met onduidelijke pillen ergens in een heg. Die komt dan bij ons: zo, dit zal wel van jullie wezen. En dat waarderen we erg.’

Buter: ‘De buitenwacht heeft soms het beeld dat bijvoorbeeld zedenpatiënten elk moment een vrouw kunnen vastpakken en haar verkrachten. Maar het zijn ook gewoon mensen die The Bold and the Beautiful kijken, ze zijn niet de hele dag bezig met de vraag: wie kan ik nu eens verkrachten?’

Klein Haneveld: ‘We horen vaak de onderbuikgevoelens terug in de media. Maar in de praktijk merken we dat er veel mensen, ook buren, zijn die als het over concrete patiënten gaat oprecht geïnteresseerd zijn. Zo werken we met meerdere werkgevers samen die tot in detail geïnformeerd zijn, maar die onze patiënten toch een werkplek bieden.

‘Al werden we eind maart, na het rapport over Michael P., wel gebeld door één werkgever: hij durfde het niet meer aan. Begrijpelijk, maar erg jammer.’

Sikkens: ‘Werk is, net als onderwijs en sport, een belangrijk onderdeel van het behandelplan.’

Buter: ‘Onze dagen beginnen om kwart over zeven. Dan maken we de deuren van de kamers open. Ik klop eerst op de deur en kijk door het luikje. De patiënt moet een teken van leven geven. Sommigen steken alleen hun hand omhoog. Soms begint iemand te schelden, omdat hij nog slaapt. Om half acht is het gezamenlijke ontbijt. Daarna begint het individuele programma: werken, leren en therapieën. Later op de dag volgt soms nog sport of een andere vrijetijdsbesteding.’

Creatieve therapieruimtes centrale gebouw Beeld Linelle Deunk
Werkstuk van een patient tijdens creatieve therapie Beeld Linelle Deunk

Klein Haneveld: ‘De meesten hebben twee tot tien uur therapie per week, bijvoorbeeld agressieregulatietherapie.’

Buter: ‘’s Avonds kijken we vaak samen tv, van The Bold and the Beautiful tot spannende films en voetbal. Soms grijpen we een programma aan om het gesprek aan te gaan. Bijvoorbeeld Temptation Island, programma’s waarin mensen elkaar bedonderen. Ik vraag wat zij vinden. Dat kun je echt niet maken, zeggen veel patiënten dan. Om half tien gaan de kamers op slot.

‘Na elke dienst maken we een rapportage. We proberen op alles te letten: hoe gaan de patiënten met ons om, hoe gaan ze met elkaar om, houden ze zich aan afspraken? Maar ook: raken ze geïrriteerd van kleine dingen, als bijvoorbeeld het brood niet uit de vriezer is gehaald?’

Sikkens: ‘Per patiënt produceren we heel veel papier: van behandelplannen tot verlofaanvragen. De trend is dat er steeds meer pagina’s bijkomen.’

Buter: ‘Al die papieren maken de risico’s niet kleiner. Hoe meer papieren we moeten invullen, hoe minder tijd we hebben om door te brengen met de patiënt.’

Sikkens: ‘Er zijn patiënten die zich beter voordoen dan ze zijn, en ook die zich slechter voordoen. Maar patiënten verblijven doorgaans meerdere jaren bij ons, en er zijn veel professionals betrokken bij zo’n behandeling. Het is voor hen dus niet gemakkelijk om iedereen lange tijd een rad voor de ogen te draaien.’

Buter: ‘De patiënten weten dat ze de hele tijd worden geobserveerd. Ze denken vaak: als ik me van mijn goede kant laat zien, kom ik hier wel uit. Maar wij willen weten: hoe vermijdt een patiënt zijn valkuilen? Hij moet eerst zijn valkuilen erkennen. Dat is wel eens lastig.

‘Natuurlijk proberen patiënten ons te manipuleren. Een patiënt prees eens mijn aanpak. Hij zei: ‘Dit is nou echt zo’n medewerker die met je meedenkt.’ Ik dacht: wat fijn. Maar toen kwam hij met een verzoek, hij wilde iets invoeren wat niet mocht.

‘Zulke patiënten vergelijken we met krokodillen. Die bekijken met hun oogjes boven water waar jij gevoelig voor bent en slaan vervolgens toe. Ik denk dat de patiënten ons nog meer in de gaten houden dan wij hen. Niet alleen omdat ze ons willen manipuleren, maar ook uit angst. Veel patiënten denken dat wij ze het liefst voor altijd zouden willen opsluiten. Dat wij zo denken als de maatschappij denkt.’

Klein Haneveld: ‘Sommige patiënten zijn echt charmerend, ze proberen zaken naar hun hand te zetten. Toen ik pas in de tbs-sector werkte ben ik er ook weleens in getrapt. Dat ik echt dacht dat ik als behandelaar een goede band met iemand had, maar later bleek dat hij juist heel berekenend te werk was gegaan.’

Sikkens: ‘Je leeft hier als in een dorp. Medewerkers moeten alert blijven – en professionele afstand houden. Toch ontstaan er soms relaties. Ook als een medewerker eerlijk zegt: ik voel iets voor een patiënt, moet hij of zij vertrekken. Helaas wordt dit vaak zo lang mogelijk stilgehouden. Dan ontstaat schade voor alle partijen.’

De Oostvaarderskliniek kreeg stevige kritiek van de Inspectie Justitie en Veiligheid. Bij een ernstig incident in maart 2017 waren de risico ’s niet goed ingeschat. Een toen 47-jarige tbs’er vermoordde een man en een vrouw in een hotel in Arnhem. De patiënt was ervandoor gegaan toen hij onbegeleid aan het werk was buiten de kliniek, waar hij al tien jaar werd behandeld voor zijn agressie. 

Later bleek dat hij zich al twee keer eerder had onttrokken aan verlof toen hij nog in andere klinieken verbleef. Informatie over risicofactoren bleek niet goed te zijn meegewogen. Inmiddels, stelt de kliniek, is dit verbeterd.

2018 was een moeilijk jaar. Er vertrokken zo veel personeelsleden dat de werkdruk voor het vaste personeel te hoog werd. Enkele maanden was er een opnamestop. Nu is de formatie weer redelijk op orde en is ook de sfeer verbeterd, aldus de leiding.

Toch berichtte NRC begin deze maand over een angstcultuur. Daags nadat bekend was geworden dat een patiënt van de Oostvaarderskliniek betrokken was bij een ernstig misdrijf, vertelden anonieme (oud-)medewerkers over misstanden op de werkvloer.

Sikkens: ‘Er waren vorig jaar te veel invalkrachten, waardoor er te veel personeel rondliep dat de patiënten niet goed kende. Maar het personeelsprobleem is, voor zover wij kunnen inschatten, niet te koppelen aan het ernstige misdrijf: de verdachte zat juist op een afdeling met een stabiel personeelsbestand.’

Buter: ‘Er zijn nieuwe mensen aangenomen. De werkdruk is weer aanvaardbaar, de sfeer is verbeterd. We hebben meer tijd voor contact met patiënten.’

Klein Haneveld: ‘We hebben naar aanleiding van de onrust, driekwart jaar geleden al, gesprekken gevoerd met al onze medewerkers. Daaruit kwam onder meer dat het personeel vond dat er te weinig ruimte was voor inhoudelijke ontwikkeling. Daar zijn we mee aan de slag gegaan. Onze eerste vraag was steeds: wat moet ons primaire doel zijn? Het eerste antwoord daarop was, zonder uitzondering, het beschermen van de maatschappij.’

Sikkens: ‘Tegelijkertijd zeggen we tegen elkaar: we moeten ook onszelf niet laten verlammen en wel afgewogen risico’s durven nemen.’

Het inschatten van de risico’s, dat is het heikelste onderdeel van het werk van behandelaars in tbs-klinieken. Is het verantwoord deze patiënt op verlof te laten gaan? Of uiteindelijk: hem helemaal vrij te laten? Een onafhankelijke verloftoetsingscommissie beoordeelt dit advies. De rechter beslist uiteindelijk of de tbs-behandeling definitief beëindigd wordt.

Hekken bij Oostvaarder. Beeld Linelle Deunk

Bijna één op de vijf ex-tbs’ers komt binnen twee jaar na vrijlating weer in aanraking met justitie, 8,6 procent van de vrijgelaten tbs’ers pleegt in die periode een zwaar ‘tbs-waardig’ delict, zoals een geweld- of een zedenmisdrijf. Dit leidt vaak tot maatschappelijke onrust. Daartegenover staat dat dit recidivecijfer in vergelijking met dat van ‘gewone’ gevangenen aanzienlijk lager ligt: van hen komt ongeveer de helft binnen twee jaar na vrijlating weer in aanraking met justitie.

Klein Haneveld: ‘Er gaan hier de hele dag patiënten in en uit. Het begint klein, met een korte wandeling buiten de kliniek, met beveiliging.’

Sikkens: ‘Ben je 5 minuten te laat? Dan gaan we bellen. De meeste patiënten bellen zelf al een half uur van te voren als ze weten dat ze door bijvoorbeeld een treinvertraging vijf minuten te laat komen. Zo doordrongen zijn ze van die afspraken.’

Klein Haneveld: ‘Als een patiënt ongeoorloofd afwezig is en we kunnen hem niet bereiken, bellen we het voortvluchtigenteam van de politie. Als hij langer dan 24 uur wegblijft, betekent dat sowieso dat al zijn vrijheden een jaar lang worden ingetrokken. Heb je een baan? Dan is die weg. Mensen hebben veel te verliezen.’

Sikkens: ‘Vijftien jaar geleden was de teneur: tbs is in principe oneindig en vrijheden moet je verdienen.

‘Maar ongeveer vijf jaar geleden kregen we vanuit de rechterlijke macht, de advocatuur en ook het OM de kritiek dat de tbs-trajecten te lang duurden. Verdachten weigerden op advies van hun advocaat mee te werken aan een psychologisch vooronderzoek bij het Pieter Baan Centrum. Ze wilden voorkomen dat er een stoornis vastgesteld werd, en hoopten zo tbs te ontlopen.

Klein Haneveld: ‘Tbs wordt als straf gezien, terwijl je tbs ook kunt zien als een tweede kans die de rechter je biedt. En die kans zou je moeten grijpen.’

Sikkens: ‘Die kritiek op de lange behandelduur resulteerde destijds in geforceerde, versnelde beëindigingen van tbs-trajecten. Het gebeurde wel eens dat klinieken adviseerden patiënten langer in het systeem te houden, maar dat de rechtbank anders besloot. Soms met gegronde redenen overigens. We zijn nu weer in een periode waarin we de vrijheden geleidelijker kunnen opbouwen. Uit een recent onderzoek blijkt dat de kans op een terugval kleiner is als je verlof langzaam opbouwt.’ 

Klein Haneveld: ‘We denken er niet lichtzinnig over, maar kijken nu wel sneller dan vroeger: welke vrijheden zijn verantwoord? Dat is ook motiverend voor de patiënt.’

Sikkens: ‘Maar het kan natuurlijk zijn dat er weer een tegenbeweging komt. Het denken over tbs gaat altijd in golven. Na een incident kan de politiek neigen naar: laten we iedereen maar zo lang mogelijk binnen laten zitten.

‘Ik denk in een andere richting. Ik zou sommige patiënten langer willen volgen om ook na opheffing van de tbs nog te kunnen ingrijpen.’

Klein Haneveld: ‘Patiënten vertrekken gemiddeld na 7,5 jaar uit de tbs. Al denken we ook vaak genoeg: met die patiënt gaat het waarschijnlijk niet lukken. Sommigen hebben al drie of vier klinieken van binnen gezien. Er is dan al zoveel geprobeerd en mislukt. Dat bespreken we ook open met de patiënt: volgens ons is het om die en die reden al die keren mislukt: je bent toen betrapt op drugs en toen op porno. Wat wil je nu eigenlijk? Soms komt er dan toch nog een doorbraak.’

Sikkens: ‘Er was een meneer die goed meewerkte, maar hij had stemmingswisselingen en psychoses. Van tijd tot tijd werkte hij een heel team tegen de grond. Knetteragressief – zonder dat hij dat zelf wilde.

‘Vervolgens werd hij weken, soms maanden, afgezonderd. Heel sneu. In overleg met de patiënt en zijn familie hebben we elektroshock-therapie toegepast. Dat doen we niet vaak. Sindsdien – het is nu zo’n acht jaar geleden – is hij niet meer agressief geweest. Hij is nog steeds kwetsbaar, maar hij woont nu wel zelfstandig op een terrein van de reguliere ggz en is tevreden.’

Klein Haneveld: ‘En soms lukt het echt niet. Er was één patiënt die chronisch psychotisch was, een oorlogsslachtoffer dat nauwelijks Nederlands sprak. Medicatie sloeg op geen enkele manier aan. En elke nacht hallucineerde de patiënt dat hij verkracht werd. Een hel.

‘Maar de patiënt was ook sterk, en agressief. Iedereen was doodsbang. In eerste instantie sluit je zo’n persoon dan in.

‘Op een gegeven moment wilden we het toch weer proberen. Maar het ging mis. De patiënt viel een medewerker aan, gelukkig niet met dodelijke afloop. Toen volgde overplaatsing naar een extra beveiligde afdeling op een andere locatie.’

Sikkens: ‘We hebben voortdurend dilemma’s: je wilt kwaliteit van leven bieden, maar welke risico’s kun je verantwoord nemen?’

Buter: ‘Ik ben het instrument waarop ze oefenen. Als ze lelijk tegen me doen, of me uitschelden of bedreigen, betrek ik het niet op mezelf.’

Sikkens: ‘De meeste patiënten lopen overdag vrij rond op het binnenterrein. Bij slechts enkelen vraag je je af: kan ik met die persoon in één ruimte zitten? Het gebeurt zelden dat patiënten structureel gevaarlijk blijven.’

Buter: ‘Ik ben aangevallen, geschopt en geslagen. Maar ik heb tot nu toe eigenlijk geluk gehad. Het had erger kunnen zijn.’

Sikkens: ‘Ik zat een keer tegenover een Rus die geen Nederlands sprak. Zijn psychose was nog full on aan de gang. Gaandeweg werd me duidelijk dat hij in die psychose iedereen in zijn buurt zo snel mogelijk wilde afmaken. Hij zei het in het Russisch. Dus ja, ik had het niet meteen door.

‘Ik heb hem rustig gezegd dat ik het gesprek ging afbreken. En ben de kamer uitgelopen.’

Klein Haneveld: ‘Ik ga op mijn intuïtie af.’

Sikkens: ‘Je probeert een afgewogen risico te nemen.’

Buter: ‘En soms kan je het echt niet inschatten. Een patiënt wilde zijn medicatie niet innemen. Hij deed naar tegen een collega en werd ingesloten. Even later belde hij vanuit zijn cel: hij wilde zijn medicatie toch. Toen ik door het luikje keek, zat hij netjes met een medicatiebekertje op bed. Eenmaal bij hem, stond hij op en gooide hij het bekertje over mij heen. Met urine.’

Klein Haneveld: ‘Toch is het werk ontzettend leuk. De complexiteit van de problemen en de maatschappelijke kant die erbij komt, maken het uitdagend. We kijken niet alleen naar iemands stoornissen, maar naar zijn hele leven.’

Sikkens: ‘Ik zou nooit ander werk willen. Zeker niet alle trajecten lopen zoals je als behandelaar zou willen, maar ik heb inmiddels wel een la met bedankkaartjes van voormalige patiënten.’

Klein Haneveld: ‘Het lijkt me doodsaai om in een andere sector te werken.’

Sikkens: ‘Ik ben trots als oud-patiënten mij op eigen initiatief laten weten: ik ga trouwen, ik word vader, ik heb een betaalde baan. Maar nog trotser ben ik als ze contact zoeken en eerlijk zeggen: het gaat niet zo goed. Dan blijkt dat ze hun valkuilen erkennen, tijdig hulp zoeken en ons vertrouwen. Ze mogen altijd bellen en mailen. We worden er niet voor betaald, maar het mag altijd.’

Buter: ‘De maatschappij heeft onze patiënten afgeschreven. Terwijl vaak blijkt dat de meesten toch gewoon een prettig leven willen leiden, op een veilige manier.’

Sikkens: ‘Onze sector is alleen heel kwetsbaar. We moeten als forensische zorg eerlijk zijn over ons werk. En als er akelige excessen zijn, moeten we beter uitleggen wat we doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden