Werk zoeken in Spanje is nog altijd een helletocht voor de pas afgestudeerden

De ultrakorte contracten zijn simpelweg een nieuwe uitwas in het 'land van de tijdelijkheid'

Nergens in Europa wordt zo veel ‘opgelost’ met tijdelijke contracten als in Spanje. Een baan wordt er door werkgevers zo langzamerhand gezien als een wegwerpartikel: weekje in dienst en dan bij het grof vuil. Het maakt jongeren radeloos. 

Aitana werkt bijna een fulltime naast haar studie biologie. Foto Pauline Niks

‘Je wordt de ene keer meer en de andere keer minder uitgebuit, maar uitgebuit word je altijd.’ Aan het woord is Vens Stoev (29), een Bulgaars-Spaanse jongen die zijn leven lang in Madrid woont. Al zes, zeven, acht baantjes had hij in de horeca. ‘Altijd zijn er kleine onrechtvaardigheden. Dingen waarvan je weet dat ze niet deugen. Dat breekt je op den duur op.’

Uitbuiting? Dat is meer uren maken dan in je contract staat en er niet voor betaald krijgen. Dat is zwartwerken, tegen je zin, en dus geen recht opbouwen op uitkeringen. Dat zijn reeksen aan tijdelijke contracten voor banen die niet tijdelijk zijn. Dat is een contract met een eindeloze proeftijd, zodat je elk moment op straat kan worden gezet.

Maar welke keuze heeft Vens, oftewel de gemiddelde afgestudeerde in Spanje? Hij kan een baan zoeken in zijn vakgebied – hij studeerde psychologie, deed een master personeelszaken – maar dan verdient hij in de eerste jaren, als trainee, niet meer dan 400 euro in de maand. Daarvan kun je geen appartement huren in Madrid. Het alternatief is een baan in de horeca, waar hij 1.000 euro per maand kan verdienen.

‘Voor de crisis was je zielig als je een mileurista (‘duizendeuroër’) was’, zegt hij. ‘Nu is dat een heel goed salaris. Dat is veelzeggend: zo veel is er veranderd in tien jaar tijd.’

Vens werkte in de horeca in Madrid. Foto Pauline Niks

Groei

Op het eerste oog lijkt het in economisch opzicht goed te gaan met Spanje. De economie groeide in 2017 met 3,1 procent. De werkloosheid daalde van 26 procent op het hoogtepunt van de crisis tot 17 procent nu. En met 611 duizend werkenden erbij groeide de werkgelegenheid nog nooit zo snel als in 2017.

Maar naast dat macro-economische universum bestaat een andere werkelijkheid. Spanje is de kampioen van de tijdelijkheid. Nergens in Europa zijn er zo veel kortstondige banen als in Spanje. Van de werkende Spanjaarden heeft 27,5 procent geen vaste baan, tegen 14,4 procent van de Europeanen. In 2017 werden er meer tijdelijke contracten getekend dan ooit. Die tijdelijke contracten zijn vaak ook nog van een ultrakorte duur: 25 procent van de contracten duurde korter dan een week en 40 procent korter dan een maand.

Werken, dat is in Spanje als een acrobaat van het ene baantje naar het andere slingeren – een act die voor lang niet ­iedereen eindigt op stevige grond.

Het ergst is het in de horeca. ‘Wat voorheen de bouw was, is nu de horeca’, zegt Marcel Jansen (49), een Nederlandse econoom die al zeventien jaar in Spanje woont en werkt en politici tot op het hoogste niveau adviseert. De Spaanse bouwnijverheid stortte volledig in tijdens de economische crisis. Nu scheppen de toeristen die massaal naar Spanje komen, vanwege de onveiligheid in Arabische wereld, heel veel banen.

Aitana werkt bijna een fulltime naast haar studie biologie. Foto Pauline Niks

Jansen spreekt van een horecabubbel. ‘Over een tijdje gaan de Nederlanders weer naar Turkije en de Fransen naar Tunesië, en dan klapt de hele sector in elkaar. Het is geen werkelijke, structurele werkgelegenheid.’

Tussen 2012 en 2016 nam het aantal arbeidsplaatsen in de horeca toe van 1,3- naar 1,6 miljoen. In dezelfde tijd verdubbelde het aantal contracten dat werd afgesloten. Het ultrakorte contract is vooral een verschijnsel uit de horeca.

Ook Vens kent de verhalen, al heeft hij zelf nooit zo’n minicontract gehad. ‘Maar de invalkrachten in het restaurant waar ik werk, krijgen altijd een contract van een paar uur. Vrienden van me werken in de catering, bij bruiloften of communies, en die hebben er ook mee te maken. Het is iets van de laatste tijd. Blijkbaar is er meer controle op zwartwerken.’

De ultrakorte contracten zijn simpelweg een nieuwe uitwas in een land waarin de arbeidsmarkt zich al decennia kenmerkt door instabiliteit. Een Spaanse baan is vaak een wegwerpproduct. Momenteel wordt er veel werk gecreëerd, maar het is van lage kwaliteit, dus het zal ook snel weer worden vernietigd als het economisch slechter gaat.

Het is de reden dat de werkloosheid tijdens de financiële crisis tot astronomische hoogten steeg. Mensen met een tijdelijk contract werden gemakkelijk op straat gezet. ‘Sinds Spanje een democratie werd, in 1975, is de werkloosheid drie keer gestegen tot boven de 20 procent’, zegt Jansen. De cijfers over de jeugdwerkloosheid zijn nog bedroevender.

Aitana werkt bijna een fulltime naast haar studie biologie. VOORKEUR 1 Foto Pauline Niks

Werk als noodzakelijk kwaad

Zou het hierom zijn dat de Spanjaarden zich improviserend door het leven slaan? Dat ze niet gewend zijn dingen lang van tevoren te plannen?

In elk geval hebben Spanjaarden een heel andere verstandhouding met werk dan Nederlanders. Onder vrienden wordt er niet veel over gesproken. Werk is niet de mogelijkheid tot zelfontplooiing die het in Nederland is, maar een noodzakelijk kwaad.

De klachten worden bewaard voor de pagina’s van de kranten. Overal echoot het woord ‘precario’, precair. Spanje is een land van ‘precarios’, wordt er dan gezegd. Het wordt gebruikt voor laaggeschoold werk waarmee je net het hoofd boven water houdt.

De onzekerheid op de Spaanse arbeidsmarkt is het gevolg van een fout uit het verleden, stelt Jansen. ‘Tijdens de dictatuur van Franco werden er vaste contracten ingevoerd die heel moeilijk te beëindigen waren. Als reactie daarop werd in 1984 tijdelijke arbeid bijna volledig vrijgegeven. Het gevolg: vaste werkplekken begonnen te roteren, bedrijven schakelden massaal over op tijdelijke banen en binnen vijf jaar had eenderde van de werknemers een tijdelijk contract. Jansen: ‘In Nederland gebeurt nu in zekere zin hetzelfde. Maar in Spanje is het veel omvangrijker. Nog steeds.’

Van alles werd volgens Jansen geprobeerd om de wildgroei aan tijdelijke contracten terug te dringen. Werk­gevers moesten rechtvaardigen dat het om tijdelijk werk ging. De totale duur van de contracten werd beperkt tot twee jaar.

Niets werkte. De Spaanse werkgevers wilden niet meer anders.

Ja, zeggen bedrijven, maar er is in Spanje nu eenmaal veel seizoensgebonden arbeid. ‘Dat is absoluut nonsens’, zegt Jansen. ‘Ook in de bouw, de landbouw en de horeca zijn er meer tijdelijke banen dan elders in Europa.’

Veel Spanjaarden hebben dus een knipperlichtrelatie met de arbeidsmarkt. Ze hebben een baan, zijn dan weer een tijdje werkloos, hebben dan weer een baan.

Het probleem is, zegt Jansen: in een vluchtige relatie wordt niet geïnvesteerd. ‘En als bedrijven niet investeren in scholing, blijft de productiviteitsgroei achter. Spanje had tijdens de crisis beter kunnen investeren in omscholing.’

Het land zou een duidelijk toekomstplan moeten maken, zegt hij, en hoogwaardige industriële sectoren aantrekken. ‘Je moet investeren in innovatie. Maar de belastingdruk in Spanje is laag, waardoor de overheid weinig geld heeft om uit te geven aan innovatie en ontwikkeling. Integendeel: de bestedingen aan onderwijs en gezondheidszorg staan onder druk.’

Aitana werkt bijna een fulltime naast haar studie biologie. Foto Pauline Niks

Baan kwijt

Een paar dagen later is Vens zijn baan als ober kwijt. Het restaurant waar hij werkte hield plots op te bestaan. We zetten hem dus op de foto op het terrasrijke Plaza Mayor, een van de mooiste pleinen van Madrid. Het plein wordt omsloten door roodgeverfde gebouwen. De terrassen bevinden zich half onder de bogengalerij, beschermd tegen de zon die hier ongenadig kan branden.

Een ober op leeftijd begint te lachen op de vraag of zijn werk hem bevalt. ‘Ze zeggen altijd tegen me: wat een mooi plein, hè. Maar voor mij is dit net de binnenplaats van een gevangenis.’

Vens heeft zijn ontsnappingsroute al in zijn hoofd. Hij is begonnen Duits te leren. Om desnoods in Duitsland aan de slag te kunnen als… hr-manager.

‘Als ik aandacht kan vragen voor onze situatie, geweldig. Zo kan het niet langer.’ Met die woorden begint Aitana García (25) het gesprek over haar hop-on-hop-off-tour over de Spaanse arbeidsmarkt. Aitana, links op de foto, studeert. Maar ze houdt haar eigen broek op, zoals zo veel studenten in Spanje. Het is niet moeilijk een baan te vinden, zegt ze. ‘Als je niet werkt, is het omdat je niet wilt. Het probleem is dat het wegwerpwerk is.’

Ze heeft in een pizzatent gestaan in het pretpark. ‘We verdienden nog geen vijf euro per uur. Ik had veel oudere collega’s die daarvan moesten rondkomen. Aan het einde van het seizoen werd iedereen ontslagen.’

Aitana kwam vervolgens terecht in een hamburgerzaak. Zes maanden, zo was de regel, daarna stond ze weer op straat. Nu werkt ze, na wat omzwervingen, op een bowlingbaan. Daarmee heeft ze geluk gehad, zegt ze. Het enige probleem is dat ze een proeftijd heeft van een jaar. ‘Dat maakt je onrustig. Als ik één fout maak, kunnen ze me eruit gooien.’

Voor haar is dat niet zo rampzalig als voor haar collega’s met een gezin. ‘Zij hebben het geld nodig. Ze hebben niets anders. Het is gemakkelijk hen uit te buiten.’

Hoe zit het in Nederland?

Spanje heeft bijzonder veel tijdelijke banen, maar hoe zit het met Nederland? Econoom Marcel Jansen, werkzaam in Spanje, wil Nederland waarschuwen.

‘Ook in Nederland neemt de baanonzekerheid enorm toe. Je ziet een spectaculaire groei van het aantal zzp’ers. Volgens de Oeso is het percentage werkenden dat in drie jaar van tijdelijk naar vast gaat in weinig landen zo laag als in Nederland.’

In Spanje zie je volgens Jansen wat het gevaar daarvan is. ‘Een instabiele arbeidsmarkt, met een werkloosheid die enorm kan oplopen. En meer ongelijkheid en armoede, omdat je een groep mensen naar de marges van de arbeidsmarkt duwt.’

Als de arbeidsmarkt eenmaal is ontspoord, is het bovendien moeilijk haar weer in het gareel te krijgen. ‘Nu zijn de wetten in Spanje niet anders dan in andere landen’, merkt Jansen op. ‘Maar bedrijven blijven op zoek naar de voordeligste manier om mensen aan te nemen. Nederland dreigt dezelfde fout te maken als Spanje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.