WERK, VREEMD VAK

Nu de Tweede-Kamerverkiezingen van 1998 in zicht komen, zet de vertrouwde Haagse mallemolen zich piepend in beweging. Politieke headhunters jagen op nieuw talent, oudgedienden liggen in de vuurlinie: de strijd om een verkiesbare plaats op de kandidatenlijsten is ontbrand....

'IN GEVAL van twijfel: weggooien', is het devies van CDA-kamerlid Yvonne van Rooy (45). 'Je bent hier in de Kamer de hele dag tegen papier aan het vechten. Voor je het weet slokt het je op. Ze hebben het weleens over het papierloze tijdperk. Nou, dat is hier nog niet aangebroken', zegt ze onderkoeld.

Van Rooy was zeven jaar staatssecretaris van Economische Zaken en de overgang naar het veel vrijere, maar ook ongeorganiseerde kamerwerk is groot. Kamerleden moeten alles zelf bevechten, tot in de procedurevergaderingen waar de agenda wordt bepaald. 'Het minder leuke deel van het werk, maar ik heb wel geleerd hoe belangrijk dat is.' Soms pleegt een fractie een 'coup' om iets voor elkaar te krijgen. Dan stuurt ze onverhoeds al haar leden en plaatsvervangende leden van een kamercommissie naar de procedurevergadering.

Wat scheelt is dat ze negen maanden had geoefend, omdat ze in 1989 pas in tweede instantie in het kabinet kwam. 'Het was een soort stage', zegt ze, en ze verloor er alle dédain voor kamerleden door.

'Maar je moet dit werk niet verheerlijken, alsof er niks mooiers is dan het kamerlidmaatschap. Hier wordt nog weleens gedaan alsof heel Nederland in spanning wacht wat de Tweede Kamer vandaag weer besluit. Terwijl de meeste mensen niet of nauwelijks volgen wat hier gebeurt. En we denken dat we het land veranderd hebben als we er weer een regel bij maken. Maar op spreekbeurten hoor ik vooral: ''Overlaad ons niet met Haagse tuttelzucht''.'

HET PAARSE KABINET was een jaar aan de slag toen Hans Jeekel (42) het ministerie van Landbouw verruilde voor de Tweede-Kamerfractie van D66. Hij is de verbazing over de wetten van het Binnenhof nog niet te boven, maar één beeld dringt zich sterk op. Volgens Jeekel is de parlementariër een muis die samen met twee olifanten over een brug loopt en tegen zijn metgezellen zegt: 'Wat stampen wij hard, hè.'

Af en toe gaat Jeekel 'even op een treetje staan' om te kijken wat er allemaal om hem heen gebeurt. Zijn conclusie is dat de meeste Tweede-Kamerleden zich met genoegen laten leven door de agenda's van de bureaucratie en de media: de olifanten. De dagindeling van een kamerlid wordt bepaald door brieven, nota's en wetten die het kabinet afscheidt en door Den Haag Vandaag en de krant van gisteren.

Voer voor psychologen, vindt hij van zijn nieuwe werkomgeving. 'Je bent allemaal elkaars collega maar tegelijkertijd elkaars concurrent. Het bestaan is zo onzeker dat je met elkaar zekerheden gaat opbouwen. Er wordt hier te veel gemaakt gelachen en kamerleden geven elkaar héél veel schouderklopjes. Procedures en formaliteiten moeten houvast geven.'

De grootste teleurstelling vindt Jeekel het formele taalgebruik onderling. Wat in de ambtenarij al lang is uitgebannen, floreert nog in de Tweede Kamer. 'Je kunt hier niet zeggen: ''Wat sla je nou voor onzin uit, Jan.'' Het moet zijn: 'Mijnheer de voorzitter, wat de geachte afgevaardigde naar voren brengt, ligt geloof ik niet helemaal in lijn met zijn voorgaande inbreng.'' Wie bedenkt dat we zo met elkaar moeten praten? Het is héél ouderwets.'

'HEB JE ER de hele tijd bij gezeten?' vraagt Marieke Oudkerk als haar man Rob om half drie 's nachts thuiskomt van wat een spannend debat wordt genoemd. 'Nee', is het antwoord. Ik heb tussendoor ook nog gewerkt.'

Werk, dat is in de ogen van PvdA-kamerlid Rob Oudkerk (42) een notitie schrijven en daarmee op tournee te gaan om een debat aan te jagen in de partij. Werk is 'ook 'ns effe gaan zitten' om te luisteren op z'n vrijdagse ronde als parttime huisarts in Amsterdam. Maar werk is niet omwille van de beeldvulling plaatsnemen in de Grote Zaal, als zich daar 'een kermis van tien uur en 23 minuten rond in drie bedrijven' voltrekt. En of wetten maken altijd werk is, daarover heeft hij ook z'n bedenkingen. 'Je hebt wel het gevoel van: Jongens, we gaan wat drinken, als een wet te langen leste door het parlement is. Maar dan loop je twee jaar later door de stad en denk je: hé, klopt dat wel, daar hadden we toch die wet voor gemaakt?'

Over het Tweede-Kamerlidmaatschap zegt hij: 'Het is dat er maar 150 mensen per keer in mogen, ik kan het iedereen aanraden.' Maar tegelijkertijd lonkt de lokale politiek. Hij denkt dat dat bevredigender is: 'Je zit wel een end van de mensen, hier.'

Eén kleine revolutie wil Oudkerk hoe dan ook ontketenen. Hij heeft het voorzien op het machteloze zinnetje onderaan een motie, waarmee de Kamer de regering oproept iets te doen of juist te laten: 'En gaat over tot de orde van de dag.' Oudkerk wil dat veranderen in: 'En zal controleren of er in de praktijk een jota van terechtkomt.' Hoe?

Per motie.

'DIT BEDRIJF raakt je alleen niet als je slaapt', zegt VVD-kamerlid Willem Keur (47). 'En dan droom je er soms nog van.' Het viel de akkerbouwer uit de Flevopolders nog niet mee om te aarden in de Tweede Kamer. 'Ik viel hier zogezegd met mijn neus in de boter: de watersnood van 1995. Maar voor mij was het letterlijk en figuurlijk het diepe: een woeste zwarte zee. Er hingen poppen aan de viaducten met ''Dood aan minister Van Aartsen'', bij mij thuis stonden hooibalen voor de deur met het opschrift ''Keur beken kleur''. Ik had dat allemaal niet verwacht.'

Keur stond op plaats 36 van de kandidatenlijst en hij dacht: dat overkomt mij niet. 'Maar toen het kabinet was geformeerd, was ik in één keer in beeld. Toen ben ik op die trein gesprongen, met heel veel moeite, aan de achterkant. Ik heb nu wel het gevoel dat ik het speelveld overzie. Ik ben hier niet gekomen om kippen te vangen, je kunt hier je ideeën kwijt en ik zie ook resultaat, je kunt meesturen.'

'Daar denk ik over', zegt Keur op de vraag of hij nog een keer de Kamer in wil. 'Je moet een hoge prijs betalen voor dit werk, sociaal en privé. Iedereen denkt dat je elke dag en elke minuut beschikbaar bent. Het zijn vermoeiende dagen. De agenda bepaalt je leven, je moet je verdiepen in een veelheid aan onderwerpen.

'Als er thuis een handelaar op de stoep staat die 150 ton aardappelen wil kopen, dan denk ik daar drie minuten over na en dan zijn ze verkocht en dan begin je met het spul te slepen. Thuis werk je dat meteen af, hier pak je tien onderwerpen aan en je maakt er niet één af. Dat is het grote verschil.'

HIJ WILDE geen weekendhuwelijk, dus koos D66-kamerlid Jan van Walsem (49) voor héle lange werkdagen. Om de files voor te zijn, rijdt hij voor dag en dauw vanuit Harderwijk naar Den Haag. Nog voor het kamerrestaurant opengaat zit hij al op zijn werkkamer.

Het is het enige moment dat hij daar zit. Stapels papieren liggen in geologische lagen waarin alleen hij de weg weet op zijn bureau. 'Zo'n kamer, dat is toch belachelijk. Kom ik hier in het Paasreces, wordt er behangen en heb ik twee weken geen telefoon of fax. Maar ik ben één van de weinigen die zich daar kwaad over maakt.'

'Contact houden met de mensen in het land', is voor Van Walsem de hoofdmoot van het kamerwerk. En omdat het te veel tijd kost om iedereen af te lopen, ontvangt hij vanaf half tien, tien uur mensen die hem willen spreken in Den Haag. 'Als mensen iets hebben, kunnen ze altijd bij mij terecht. Ik zeg nooit nee. Ja, er zit wel eens een querulant tussen, maar ik spreek maximaal een uur met wie dan ook.'

Die gesprekken helpen hem om de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden, zegt hij. Die gesprekken helpen hem om de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden, zegt hij, een kunst die volgens hem maar weinig kamerleden beheersen.

'Er wordt hier hard gewerkt, maar de Kamer verliest zich te veel in details. Dat uit zich in het stellen van schriftelijke vragen, continu hoorzittingen houden en weer een vragenronde inlassen. Over de technoleaseconstructie zijn 150, 160 vragen gesteld. Dan ben je gek. Een schot hagel op een olifant.'

'ALS HET KABINET niet doet wat jij wilt, dan maak je een initiatiefwet.' PvdA-kamerlid Adri Duivesteijn (46) is al aan zijn tweede toe, maar dat betekent niet dat dit een makkelijk begaanbaar pad is. 'De strijd is ongelijk. Het kost je dagen en nachten. Het is in deze tijd dat ik weer heb leren tikken.'

'Nee. Er zijn zoveel lege momenten', klinkt het eerst resoluut op de vraag of hij het naar zijn zin heeft in de Kamer. Maar dan relativeert hij dat. 'Nou ja, als ik bezig ben wel.' En 'bezig zijn', dat is 'iets wezenlijks tot stand brengen of het ten minste geprobeerd hebben'. Het politieke klimaat nodigt uit om je mond te houden, om vooraf zeker te stellen dat er een meerderheid is voor wat je doet. Maar ik ''misluk'' liever dan dat ik met de schuld zit dat ik m'n mond heb gehouden.'

Duivesteijn noemt de initiatiefwet een 'wezenlijk instrument'. Voor de meeste andere middelen die de kamerleden ter beschikking staan haalt hij zijn neus op. 'Schriftelijke vragen? Niet interessant. Mondelinge vragen? Ook al bijna niet meer. Het vragenuurtje op dinsdag is een ritueel en dit bedrijf kent al zoveel rituelen.

'Ook het debat is vaak een rituele dans. We vinden dat kamerleden generalisten moeten zijn, maar die lopen noodgedwongen van klusje naar klusje: de ene week bodemsanering, de andere week ontwikkelingssamenwerking. Belangengroepen zijn dan je redding, anders moet je al die stukken lezen. In het debat bestoken kamerleden elkaar met argumenten van lobbyisten. Maar zo laat de Kamer zich deformeren tot makelaar tussen het kabinet en belangengroeperingen en is ze zelf geen factor.'

'JE MOET de asem van een paard hebben', zegt RPF-voorman Leen van Dijke (41). Het controleren van de regering is 'trekken en sleuren' voor een oppositiepartijtje met drie zetels. 'Ga d'r maar eens aanstaan.'

Een kamerlid met een medewerker voor drie dagen in de week is nergens, vergeleken bij een minister met al zijn ambtenaren, die alles in keurige mapjes klaarleggen. Maar helemaal ongewapend is een kamerlid nu ook weer niet.

Het lichtste wapen, de schriftelijke kamervraag, is meteen het populairst. Vorig jaar brak de Kamer een record met 1496 vragen. Van Dijke kan dat begrijpen: 'Ik praat liever de blaren op mijn tong in de kamercommissie om iets op de agenda te krijgen. Maar het is een relatief eenvoudig middel met hoge media-attentie.' Een prikkelend krantenbericht kan een ware wedloop ontketenen. Kamervragen komen op naam te staan van de parlementariër die de race wint, vandaar.

'Ik ben daar niet helemaal ongevoelig voor, maar ik ken ook weer niet het faxnummer van de Tweede Kamer uit mijn hoofd. Er zijn collega's die hijgend bij de fax liggen. Je vraagt je weleens af of het nu gaat om de zaak of om de namen die eronder staan.'

Trefzeker is de kamervraag niet. 'Soms heb ik het idee dat ik de vraag beter aan Margriet of Libelle kan stellen, dan aan de regering. Als je politiek gevoelige vragen niet loepzuiver formuleert, wriggelen de ambtenaren die namens hun minister antwoorden zich eronder uit.' Dat gebeurt zo vaak, dat kamerleden een speciale term hebben voor nietszeggende antwoorden. 'Die hebben een hoog ''kir-gehalte'', van kluitje in het riet', legt Van Dijke uit.

VANUIT DE 'ivoren toren' van de wetenschap hoorde hoogleraar staatsrecht Alis Koekkoek (52) weleens met minachting spreken over kamerleden. Maar na een eenmalig avontuur als CDA-kamerlid, dat hij combineerde met een deeltijdprofessoraat, is zijn waardering voor parlementariërs flink gestegen.

'Als een kamerlid ergens woordvoerder over is, wordt hij meteen geacht ''specialist'' te zijn. Terwijl de tijd ontbreekt om je overal echt in te verdiepen. Maar als je ziet hoe kamerleden aan informatie komen, gewoon door veel met mensen te bellen en te lezen, dan zijn ze heel behoorlijk geïnformeerd.' De kamervraag is daarbij onmisbaar, vindt Koekkoek. Enigszins schuldbewust zegt hij dat 'er bij Justitie waarschijnlijk een ambtenaar zoet is' met het beantwoorden van zijn vragen.

Koekkoek wil terug de diepte in; onderzoek en onderwijs trekken hem voor de langere termijn meer dan de noodgedwongen oppervlakkige politiek. Maar zijn studenten krijgen een hoogleraar terug die er bedreven in is geraakt te zorgen dat de boodschap overkomt, zegt hij.

'Je kunt prachtige verhalen houden, maar als journalisten ze niet oppakken, komen ze kennelijk niet over. Voor mij is dat een soort graadmeter geworden. Je moet je op een bepaalde manier uitdrukken om de aandacht te trekken.

'Als ik voor de radio met enige gespeelde aarzeling zeg dat vrije verstrekking van heroïne geen euthanasie op termijn moet worden, maak ik een discussie los. Zo heb ik ook een discussie uitgelokt over seks in de reclame. Ik word nog vaak uitgenodigd door reclamemakers om daarover te spreken. Eén van de leuke dingen van het kamerlidmaatschap die ik zal gaan missen.'

'DAT KAN niet in dit huis.' Misnoegd citeert kamerlid Tara Oedayraj Singh Varma van GroenLinks (48) de meest weerbarstige huisregel van de Tweede Kamer. 'De mores is hier: zo werken we en zo blijven we werken. De Kamer is voor een groot deel vernieuwd, maar een nieuwe werkwijze zit er niet in.'

'In een zaaltje napraten over een spannend debat met mensen van de publieke tribune? Dat kan niet. Pamfletjes uitdelen op de tribune? Mag alleen buiten op de stoep. We hebben het één keer gedaan met een stuk of 25, 30 mensen. Maar we kregen te horen dat zoiets niet ''past'' in dit gebouw. Publieke discussies moeten buiten de Tweede Kamer worden gevoerd. Terwijl zoiets het debat verlevendigt en de kloof tussen politiek en burger dicht' Ze begrijpt wel dat dat 'enorme formele' samenhangt met het feit dat de Tweede Kamer een status heeft op te houden. Maar ze vindt het maar stijf.

De spelregels tussen kamerleden onderling zijn bovendien ook niet altijd verheven. Achter de vriendelijke vraag: 'Waar ga je zitten?' kan al een snood plan schuil gaan. De plek uiterst links van de voorzitter is begeerlijk voor kamerleden die zich niet hebben voorbereid. Die komen het laatst aan de beurt en kunnen dus putten uit de commentaren van de andere kamerleden. Maar Oedayraj Singh Varma maakte het ook een keer mee dat een collega haar eerst belangstellend vroeg waar ze het over zou hebben, vervolgens een stoel koos aan haar rechterhand en haar zonder blikken of blozen het gras voor de voeten wegmaaide. 'Trucjes', noemt ze dat. 'Maar dat lukt maar één keer. Aan zo iemand vertel je niks meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden