Werk van vroege componistes blijft simpel en voorspelbaar

Vrouwelijke Madrigalisten: componistes ten tijde van Monteverdi. Ensemble Bouzignac. Utrecht, 17/11. Herhaling: vanavond Cellebroederskapel, Maastricht, 23/11 Zwolle, 25/11 Amsterdam, 27/11 Alkmaar....

Zou het dan toch geen toeval zijn dat er vooral uit de wat oudere perioden zo weinig werk van vrouwelijke componisten is? Nee, niet die discussie - niet weer de vraag of het ligt aan een onontgonnen hersenkwabje, de heren machthebbers die ze eronder hielden, het maatschappelijk verbod of het culturele taboe, dat Claudia Monteverdi, Harriet Purcell en Johanna Bach ons niet verrijkten met een el partituren van, ai, meesterwerken. Zouden ze dan toch allemaal door kwaadaardige mannen uit de muziekgeschiedenis zijn weggeschreven?

De vreugdeloze gedachtenwisseling over het nagenoeg ontbreken van vrouwen in grote delen van de kunstgeschiedenis levert in elk geval de herontdekking op van een aantal onder het stof geraakte figuren. De vraag is of we daar blij mee moeten zijn.

Het Ensemble Bouzignac heeft, geruggesteund door de Stichting Vrouw en Muziek, een programma gemaakt met werk van componistes uit Monteverdi's tijd. De oudste van hen is Maddalena Casulana (ca. 1540 - na 1583), de jongste, en meteen de belangrijkste, is Barbara Strozzi (1619 - 1664). Muzikaal gesproken sluit dat aan bij een reeks andere herwaarderingen van vergeten of vrijwel vergeten tijdgenoten van Monteverdi. Zo maakt de The Consort of Musicke, van Anthony Rooley en Emma Kirkby, nu een reeks reeks cd's die Musica Oscura heet, en waarop onder meer werk van Cipriano de Rore en Bagio Marini te beluisteren is, de een een voorloper en de andere een navolger van Monteverdi.

Maar Strozzi en haar collega's. Tijdens de eerste presentatie van het boeket dat het Ensemble Bouzignac samenstelde was, mede door wat pech bij het gezelschap, de uitvoering nog niet helemaal in orde. Een van de beide sopranen verbrijzelde bij herhaling een noot, de inzetten waren erg ongelijk en het grootste deel van de madrigalen deed meer aan études denken dan aan zelfstandige muziekstukken.

De vraag is of dat uitsluitend aan de uitvoering ligt. De vier liefdesliedjes van Maddalena Casulana, op teksten van gedichten van Petrarca, zijn stuk voor stuk wel erg simpel van toonzetting, op het onnozele af. Hoe warm de stem van sopraan Karin van der Poel ook klinken moge, ze kan niet verhullen dat we hier met uiterst brave, nergens verrassende of prikkelende melodietjes te maken hebben. Het schematische, het schoolse, is aan de composities duidelijk af te horen.

Voor het werk van Barbara Strozzi - toegegeven: hoorbaar een stuk later ontstaan; er was inmiddels nogal wat gebeurd in het Italiaanse muziekleven - geldt dat in feite ook. Met uitzondering van haar madrigaal 'Lilla dici', en misschien ook van 'L'usignuolo', zijn haar melodieën op hun best voorspelbaar en van een louter illustratief karakter.

Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden