Werk van een academie op z'n eentje (Gerectificeerd)

Samuel Johnson is een van de grootste lezers uit de geschiedenis, een van de drukste en veelzijdigste schrijvers ook (en natuurlijk een van de innemendste mensen aller tijden)....

op zijn weldadige luiheid (hij kon niet uit bed komen; het enige boek waarvoor hij twee uur eerder is opgestaan dan gepland is het meesterwerk The Anatomy of Melancholy van Robert Burton); de tweede verleiding die hij dagelijks moest bestrijden was zijn hang naar het koffiehuis en vooral naar de daar te voeren conversatie. Hij discussieerde nog liever dan hij schreef. Hij was in feite te sociaal voor de eenzaamheid van letteren en wetenschap. Negen jaar lang – van 1646 tot 1655 – heeft hij zich een discipline zonder weerga opgelegd. Op de bovenste verdieping van zijn Londense huis stelde hij in die jaren nagenoeg op zijn eentje – hij had alleen enkele bedienden met wat verlopen hersens maar nog goede handen – een woordenboek samen. Johnson's Dictionary is het gaan heten. Op 15 april 1655 verscheen het in twee foliodelen; tot het verschijnen van de eerste druk van de Oxford English Dictionary (het eerste deel daarvan verscheen in 1884) was Johnsons woordenboek hét Engelse woordenboek. Van veertigduizend woorden gaf hij de definitie; hun betekenis werd geïllustreerd met 114 duizend citaten uit de meest verscheiden boeken en hoeken van literatuur en wetenschap.

Zelf vind ik het laatste de allergrootste prestatie, ook als ik bedenk dat Johnson heel vroeg met lezen is begonnen – hij was, ongeveer het enige geluk van zijn jeugd, de zoon van een boekhandelaar – en dat hij, als meer genieën, een formidabel geheugen had, hij kon ook heel snel lezen. Bij al die lectuur moet men bedenken dat hij slechte ogen had. Lezen is een verborgen werk, in eenzaamheid beoefend. De eerste getuige stoort het proces. Van Johnsons lezen heb ik nog nooit een goed beeld gekregen, ook zijn jongste bio-en bibliograaf, Henry Hitching, geeft het niet. Wat we wel weten is dat hij de boeken, vaak geleend, weinig zachtzinnig behandelde. De lexicograaf was – het lijkt onmogelijk – een slordig mens, wat ongewassen ook. Voor een boek op zich had hij weinig eerbied. Hij versleet ze gewoon.

Natuurlijk zijn alle definities niet minder een bewijs van zijn genie. Een definitie moet exact zijn – het moeilijkste – en wint aan waarde naarmate de beknoptheid ervan groter is. Het is de druppel die een waterbekken moet oproepen. Johnson was een grootmeester van de beknopte omschrijving, ook in het spel met de afleiding van verschillende betekenissen uit een enkele grondbetekenis, een proces meestal lopend van letterlijk naar overdrachtelijk. Hij had het zuiverste oor voor betekenisnuances van zijn tijd. Misschien is dit het bijzondere: uit de bijna aanbiddelijke biografie door James Boswell wordt niet alleen een heel grote conversatiekunstenaar zichtbaar (voor alle eeuwen), maar ook een die niet altijd uit plezier de kortste weg neemt. 'Overvloed' is het woord dat bij Johnson voortdurend uit het woordenboek springt. En dan toch die extreme zuinigheid van de definitie.

Johnsons woordenboek wilde niet normatief zijn; het is beschrijvend. Zijn doel was het Engels vast te leggen en voor de komende tijd veilig te stellen. En daarmee ook het goede gebruik van zijn taal; dat 'zijn' mag gerust gebruikt worden. Hij gaf niet alleen de definitie van een woord, maar ook de etymologie ervan. In dat laatste werd hij, door de toenmalige stand van wat taalwetenschap heet, erg bemoeilijkt en was hij, meer dan hij wilde zijn, een kind – een groot kind natuurlijk – van zijn tijd.

De misschien wel opvallendste eigenschap – uniek bij een woordenboek – van Johnson's Dictionary is het plezier dat uit het boek blijkt. Daarin is het woordenboek uniek. Hij schreef het voor zijn plezier – hij kon ook in zijn definities soms de geestigheid niet vermijden (het beroemdst is zijn definitie van haver: 'een graan dat in het algemeen in Engeland aan paarden wordt gegeven, maar in Schotland de mensen in leven houdt') – en wat hij voor zijn plezier schreef, lezen de gebruikers met evenveel plezier.

Bij al zijn tegenslagen – zijn vrouw, van wie hij veel hield, was lang ziek en stierf vroeg, hij had een buitengewone aanleg voor melancholie, waardoor hij soms in zichzelf wegzakte – was hij een uiterst opgewekt en vitaal mens, in sommige opzichten te gezond voor navolging .

Johnson was de enige kamergeleerde die de hele dag uit het raam leek te kijken. Hij was een ongewoon scherp waarnemer van alles in zijn tijd, van de mensen en de modes. Maar niet minder, in zijn lectuur, van alle nieuwe ideeën. De lexicograaf was op zijn eentje ook nog eens een school voor de journalistiek. (Hij had enkele jaren een eigen blad, The Rambler, dat hij ook nog in zijn eentje bijna helemaal volschreef; soms produceerde hij tienduizend woorden per dag.) De levendigheid van zijn geest en zijn waarnemingen is er mede de oorzaak van dat zijn Dictionary ook een spiegel van zijn tijd is en als zodanig een schitterend boek voor historici .

Een van Johnsons zwakten werd achteraf een amuserende kracht in zijn woordenboek: hij kon soms de verfijnde hekeling van zaken en personen – zijn aanvankelijk grote, maar onbetrouwbaar blijkende supporter Lord Chesterfield bijvoorbeeld – niet weerstaan. De schrijver wint het even van de geleerde.

Bij het verschijnen in 1655 (een gematigde receptie overigens) schreef zijn leerling en vriend, de toneelschrijver en -speler Thomas Garrick, een gedicht met daarin de regels: 'And Johnson, well arm'd lik a hero of yore,/has beat forty French, and will beat forty more.' De Engelsman had op zijn eentje de veertig woordenboekenmakers van de Franse Académie verslagen! Die triomf zal in veel commentaren op het nieuwe woordenboek doorklinken. Hij was alleen een hele academie. Het is ook een wonder. Henry Hitchings heeft het verhaal van Johnsons woordenboek geschreven. Een heel aangename studie, met de lichtheid die Johnsons geest recht doet, met de ernst en de kennis die hem toekomen. Er staat in het betrekkelijk kleine boek zeer veel informatie. De hoofdstukken hebben een woord uit de Dictionary (met de definitie) als titel; de woorden zijn speels op alfabet gerangschikt. Hitchings' werk is ook nog eens een beknopte biografie van Johnson, een heel aardige. Meer dan drie eeuwen na Johnsons dood zijn de Engelsen nog altijd meesters van de superieure lichtheid, ook in hun taalgebruik.

Natuurlijk haden wij Johnson nog liever gezien dan gelezen. Over zichzelf schreef hij: 'Zo gauw ik de deur van een herberg binnenga, ervaar ik een verdwijnen van alle zorg, en een vrijheid van alle angsten.'

Een tijdgenoot schreef: 'Met geen andere prikkel tot vrolijkheid dan limonade, veranderde Johnson in een nieuw schepsel: zijn geest begon zich te ontplooien en zijn gevatheid te vonken.' Wat moet hij zich allemaal voor literatuur en wetenschap hebben ontzegd!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden