Werk niet zo hard, dat hoeft toch niet

Kees Fens had het geluk op te groeien in een tijd waarin onderwijs nog niet hoefde aan te sluiten bij de leefwereld van leerlingen, en universiteiten méér waren dan de snelste weg naar driemaal modaal.

Op een Amsterdams gymnasium zit een meisje dat idioot hoge cijfers haalt. Voor Latijn en Grieks heeft ze tienen op haar rapport. Het is een Turks meisje. Ze is vast heel slim, maar ze dankt haar prachtcijfers vooral aan keihard leren. ‘Werk toch niet zo hard’, zeggen haar klasgenoten meewarig. ‘Dat is toch nergens voor nodig?’

Maar ze kan niet anders. Met verbeten ernst grijpt ze de geboden kans. Thuis spreekt ze Turks, op school jongeren-slang. Haar ouders waren misschien analfabete geitenhoeders op dorre rotsen. Zij veroverde eerst een nieuwe moedertaal. Met die woorden boetseert ze haar welluidende vertalingen van verhalen, geschreven in nu dode talen, over allang dode mensen, uit culturen die eeuwenlang ten onder zijn.

Vreemd chickie, die kleine Turkse in haar hagelwitte klas. Ze leest veel meer boeken dan nodig voor haar ‘lijst’, in alle talen. Zo krijgt ze er, nu al, werelden van verbeelding en gedachten bij. Ervaringen die ze ooit kan doorgeven aan anderen. Dat gretige lezen maakt haar ook al niet populair. Lezen is bijzonder uncool, ook onder gymnasiasten.

Kees was een voetballertje
Ik moest de afgelopen week vaak aan Kees Fens denken, maar vooral toen ik het verhaal over dat Turkse meisje hoorde. Ambitieuze, kansarme jongetjes werden meisjes. Kees, een jongen uit Amsterdam Oud-West, was een voetballertje en straatvechtertje dat slim bleek en naar het gymnasium mocht. Het Vondelpark markeerde de grens tussen twee werelden, die hij tweemaal daags overging. Aan de goede kant van het park, waar het Ignatius College lag, waren de straten breder, de huizen statiger en de mensen bedaagder.

Hij vermoedde in Zuid niet de macht van het geld en de arrogantie van de macht, maar fijnzinnige smaak en belangeloze eruditie. Ten onrechte waarschijnlijk, maar het werkte. Hij ging lezen als een stofzuiger. Hij had het geluk op te groeien in een tijd waarin onderwijs nog niet moest aansluiten bij je ‘leefwereld’ en je niet je eigen leerproces hoefde vormgeven. De jezuïeten goten het erin en Kees maakte het zich eigen. Hij annexeerde nutteloze werelden. Nutteloos maar niet zinloos.

Tegelijk bleef hij veel van West houden. Van de Baarsjesweg met zijn boten, toen de rafelrand van de stad. Van de beschaduwde voetbalpleintjes. En vooral van zijn kerk, in zijn eigen Chasséstraat. Voor wie kleinbehuisd was, moet zo’n tweede huiskamer, waar het licht uitbundig door hemelhoge glas-in-loodramen gutste, een godsgeschenk zijn geweest.

Klein Istanbul
Toen Fens in Zandvoort in woonde, transformeerde West in Klein Istanbul. Toen hij de P.C.Hooftprijs kreeg, kenden de meeste mensen Hooft alleen nog van de dure winkelstraat. Toen hij, na duizenden stukken voor de krant en na jarenlange avondstudie en leraarschap, eindelijk hoogleraar werd, bleek zijn belezenheid aan de universiteit een lachertje. Onderwijs was allang geen hefboom meer naar hoger honing, maar de snelste route naar driemaal modaal.

En toen hij ging wonen aan de Keizersgracht, eindelijk stijlvol, werd zijn oude buurt weer hip. De huizenprijzen stegen. De Turken werden verdreven naar nog beroerdere woningen buiten de ring. Erg ver fietsen voor een meisje dat een gymnasium in Zuid bezoekt. Ik schrok toen ik in een interview las dat hij, wandelend in de chique De Lairessestraat, nog altijd dacht: ‘Ik mag hier zomaar lopen.’ Het ingeprente besef van de klimmer, er niet echt bij te horen, verdwijnt dus nooit. Ook niet bij haar.

Nu pas besef ik waarom hij me zo verschrikkelijk aan mijn vader deed denken. In alles bijna, behalve de mooie camel-jassen, het hoogleraarschap en de P.C. Hooftprijs. Zijn schokkerige motoriek, zijn stem met snerpende uitschieters, zijn hoffelijke vriendelijkheid die zomaar kon omslaan in drift om de domheid in alles. Zijn nervositeit, zijn nooit looiige uiteenzettingen. Katholieke import, vanuit het zuiden beland in Amsterdam-West. Vervuld van het verlangen los te breken, om voor hun kinderen de weg te plaveien naar wat zij moeizaam veroverden.

Net als Fens
Ook mijn vader deed jarenlang MO-avondstudies. Net als Fens foeterde hij op de paus die tegen de pil was en vermaakte hij zich met Hermans die schold op de roomsen die ‘rotte tanden hadden van het ouwels vreten’. Ook hij stelde een goed glas, een mooie maaltijd en een fraaie pot voetbal op zijn tijd boven alles. En evenals Fens bleef hij in zijn hart diep katholiek, ervan overtuigd dat God, wie Hij ook mocht zijn, hem ooit in Zijn licht zou opnemen.

Afgelopen vrijdag was het zo ver. Engelachtige stemmen tilden Fens hoog op. In de Krijtberg, Amsterdams mooiste kerk, de kerk waar mijn ouders trouwden. ‘Sanctus, sanctus’, ‘In paradiso’ - vertrouwd, nutteloos maar zinvol gejubel. Op zijn zoon Stijn na mocht niemand spreken, had Fens bezworen. Eeuwenoude rituelen, die al zoveel doden hadden vervoerd, moesten het werk doen. In de hemel heeft een mens geen ego meer.

Die combinatie van nederigheid en hang naar het hogere, dat was Kees Fens. Ik mis mijn vader, en ik zal hem missen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden