Werk in Europa

STEL dat de Europese regeringsleiders tijdens de top in Luxemburg het werkgelegenheidsbeleid zouden hebben omarmd dat algemeen wordt aanbevolen. Waren dan ook twintigduizend vakbondsleden door de straten van het groothertogdom getrokken om de Europese Unie op te roepen meer daadkracht aan de dag te leggen?...

Het algemeen voorgeschreven beleid bestaat immers voor een groot deel uit wat met een verzamelterm flexibilisering wordt genoemd. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld het versoepelen van het ontslagrecht, het aanpassen van de uitkeringen en het vergroten van de beloningsverschillen. Met zulke beleidsvoornemens zou ook zijn gedemonstreed in Luxemburg, maar dan om de daadkracht van de Europese regeringsleiders in te tomen.

Werkgelegenheidsbeleid is een van de lastigste vormen van politiek maken. Regeringen claimen graag dat zij met hun beleid de banengroei hebben gestimuleerd of krijgen het verwijt niets tegen de oplopende werkloosheid te doen. In beide gevallen is dat vaak ten onrechte.

De overheid kan met haar beleid wel degelijk iets uitrichten op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld op het gebied van ontslagrecht en uitkeringen. In sommige gevallen - zoals bij langdurig werklozen - moet de overheid zelfs het voortouw nemen. Maar vaak staat ze machteloos.

Dat maakt het formuleren van doelstellingen voor het werkgelegenheidsbeleid al snel een schijnvertoning. En dat maakt een werkgelegenheidstop zoals die van gisteren in Luxemburg ook al snel een hachelijke onderneming vanwege het risico van snel uitzaaiende teleurstelling.

Toch moet de overheid alle mogelijkheden waarover zij kan beschikken, aanwenden om banen te scheppen. Zeker nu de Europese werkloosheid tot grote hoogte is gestegen. In Europa heeft gemiddeld één op de negen mensen die kan werken geen baan, al is de situatie in het ene land aanzienlijk slechter dan in het andere. In alle landen worden al langer - met wisselend succes - pogingen ondernomen om de werkloosheid omlaag te krijgen. Van enige coördinatie of dwang in Europees verband is hierbij hoegenaamd geen sprake. Dat ligt ook niet voor de hand omdat op Europees niveau relatief weinig valt uit te richten. De lidstaten moeten het vooral zelf doen.

De afspraken die nu in Luxemburg zijn gemaakt, hadden in sommige opzichten wat dwingender kunnen zijn, maar ze getuigen tegelijkertijd van realiteitszin. De grootste winst van deze banentop is dat er vanaf nu op Europees niveau serieus over werkgelegenheidsbeleid kan worden gepraat. Daarmee kan Europa uitgroeien tot meer dan het monetair-economische experiment dat het tot nu toe vooral is geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden