Wereldsterren in de modder geduwd

Steeds meer 'oude' popmuziek komt uit op cd. Fijn dus, dat daarover een nieuw naslagwerk is verschenen. Maar! De auteur blijkt een eerder door hem samengestelde encyclopedie aan elkaar te hebben gebreid en daaraan wat zure meningen te hebben toegevoegd....

'HET ANTWOORD op het probleem van de dood van rock 'n' roll was: meer van hetzelfde - dat was immers het enige dat de jongere generaties kenden.' In The Rise and Fall of Popular Music doet Donald Clarke (1940) voortdurend pogingen tot puntig commentaar op de door hem verafschuwde popgenres, die sinds de vermeende dood van de rock 'n' roll de muziek levend hebben gehouden.

Zijn hoofdstuk over de jaren vijftig kreeg de titel 'Frustration and Confusion'. Die begrippen tekenen Clarke's houding ten opzichte van wat in Nederland meestal 'de popgeschiedenis' genoemd wordt (de laatste veertig jaar), en daarmee is een flink stuk van The Rise and Fall of Popular Music de moeite van het lezen niet waard. De koper van dit dure boek had het kunnen weten. Clarke was samensteller van de Penguin Encyclopedia of Popular Music (1989), waarin hij al net zo hinderlijk bezig was.

In The Rise And Fall of Popular Music breit hij de lemma's chronologisch aan elkaar. Dat doet hij met de mentaliteit van redacteuren van fanclubbladen en organen van muziekarchieven: als de dood een feitje te vergeten, een naam over te slaan. Voor het overzichtelijk schetsen van de grote lijnen moet je niet bij hem zijn. Technologie en muziekindustrie zijn bij hem vijanden van de muziek, moordenaars van de goede smaak, Clarke's smaak.

Het boek verschijnt op het moment dat de eerdere overzichtswerken op dit terrein verouderd en/of niet meer te krijgen zijn, zoals Yesterdays - Popular Song in America van Charles Hamm en de bluesliteratuur van Paul Oliver, terwijl Peter van der Merwe's recentere en briljante Origins of the Popular Style nogal taai is. Wat dat betreft is het boek een uitkomst. Het is ook heel aardig de wortels van de populaire muziek zo ver terug getraceerd te zien.

De basiskwaliteiten en vaardigheden van zangers en zangeressen van populair repertoire zijn al enkele honderden jaren min of meer onveranderd. Zo is het ontbreken van een geoefende stem geen reden om het niet te maken. Integendeel, een sterke persoonlijke uitstraling en gevoel voor sfeer zijn grotere kwaliteiten dan puur technische instrumentbeheersing. Angelsaksische songschrijvers maakten hun werk altijd al voor een klasseloos publiek.

Iedereen die de geringe toegangsprijs voor de pleasure gardens in het achttiende-eeuwse Engeland kon neertellen, kon er genieten van de populaire liedcultuur. Omdat de liedjes muzikaal geletterden en ongeletterden moesten aanspreken, werden er maar een paar akkoorden gebruikt en stond de meezingbaarheid voorop. Geen ingewikkelde melodieën, geen intellectualistische teksten, en vooral: herhaling, herhaling. De teksten van de liedjes waren op straat te koop. Het genot (en vooral de gevolgen) van een drankje, en de veiligheid van de bezoekers in en onderweg van of naar de pleziertuinen waren ook toen al thema's die bezorgde burgers bezig hielden.

Clarke vat zijn onderwerp breed op. Jazz en rock zijn net zo goed populaire muziek als de strofische liedjes van de achttiende eeuw, de muziek van de minstrelshow, de vernieuwende muziek van Charlie Parker, de Broadway- en Tin Pan Alley-songs, punk. Een onbevooroordeeld schrijver had in deze opzet de populaire-muziekgeschiedenis op een hoger plan kunnen brengen.

Clarke zet echter heel eigenwijs obscure figuren in de schijnwerpers en duwt wereldsterren de modder in. 'Het was van begin af aan duidelijk dat Elvis Presley geen idee had wie hij was en wat hij wilde.' Deze 'geboren verliezer' had maar één ambitie en dat was 'de nieuwe Dean Martin te worden'. 'De erfenis van Led Zeppelin was vreselijk, maar dat was niet hun schuld. Hun imitatoren vonden heavy metal uit.'

Clarke geniet merkbaar, als hij iemand kan citeren die Madonna neerzet als iemand die niet eens werkt (' 'Her work'. Her work?'). 'Er zit niets nieuws in de muziek van Prince.' Sting maakt 'me-too noise', wat dat ook moge betekenen. Joe Jackson wordt slechts genoemd als conservator van de jumpmuziek van Cab Calloway, wat een akelig beperkte kijk is op 's mans oeuvre. Elvis Costello komt helemaal niet voor. Over 'dance music' zegt Clarke: 'Ze weten niet wat swing is en ze kunnen niet spelen.' Deze hele muziekstroom is uitgevonden om de consument via remixen verschillende keren hetzelfde te verkopen (jong publiek is dom, zie je wel).

Rockbands hopen stuk voor stuk dat ze niet te veel op alle andere rockbands lijken (een ijdele hoop, natuurlijk). Stadionconcerten hebben toeters en bellen nodig om de aandacht van de magere muziek af te leiden. 'De Pet Shop Boys brengen het beste in de critici boven; zij moeten een beschrijving geven van een ramp en ze zwelgen erin. Deze performers zijn geheel afhankelijk van tapes, en soms werken zelfs die niet.'

Niet één illustratie siert The Rise And Fall of Popular Music, zo verliefd is Clarke op zijn eigen woorden. Hautain laat hij weten: 'I know that if the music is any good it will find me.' Hebben ook de anekdotes hem op die manier bereikt? Dat Sam Cooke zou zijn uitgejouwd op gospelbijeenkomsten is al lang ontzenuwd als wishful thinking van vrome valsaards. En de waardeoordelen? 'She Loves You was een niemendalletje, met dat typische wegwerp-poprefreintje Yeah Yeah Yeah. I Want To Hold Your Hand was nog erger: een van de irritante aspecten van pop was de groeiende tendens om je helemaal niet te bekommeren om het ambachtelijke songschrijven.'

Clarke gelooft niet in de aantrekkingskracht van populaire muziek op steeds weer een nieuwe generatie, hoe die muziek ook gemaakt wordt, hoe die ook klinkt. Bedenkelijker is het dat hij vaak in termen van 'wij' en 'zij' spreekt. 'Zij' zijn zwarten, vrouwen, mensen met een ander geboortejaar, een andere seksuele belangstelling, andere schoenen, een andere kapper.

In het voorwoord vertelt hij dat iemand die het manuscript had gelezen, hem een amateur, een nobody, een slecht schrijver, een antisemiet en homohater had genoemd. Ook vond die persoon het maar niks dat Clarke Elvis verafschuwde. 'Ik kocht al Presley-platen voordat jij geboren was', was Clarke's antwoord op die kritiek. Typisch iemand om niet mee in discussie te treden.

Lutgard Mutsaers

Donald Clarke: The Rise and Fall of Popular Music.

Viking, import Penguin Nederland; ¿ 71,55.

ISBN 0 670 83244 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.