Wereldleider van orkesten

De grootste onder de Italiaanse dirigenten was al jong sociaal bewogen en leerde de jeugd luisteren.

Iets meer dan een maand geleden kondigde Claudio Abbado aan dat hij de vergoeding die hij kreeg als senator van Italië - president Napolitano had hem vorig jaar voor het leven benoemd - zou afstaan aan muziekstudenten. 'Muziek is onmisbaar voor een betere samenleving', vond hij. Gisterochtend overleed Abbado, de grootste maar tegelijkertijd de meest menselijke onder de Italiaanse dirigenten, thuis in Bologna. Hij werd 80 jaar oud.


Sociaal bewogen was hij al vroeg. Samen met de pianist Maurizio Pollini en de componist Luigi Nono trok hij eropuit om in fabrieken te spelen en de arbeiders daar in contact te brengen met muziek.


Zelf was hij vanaf zijn vroegste kindertijd met muziek omringd. Vader Michelangelo was violist en docent aan het conservatorium, moeder Maria Carmela Savagnone pianiste en schrijfster van kinderboeken. Toen hij op zijn 16de ging studeren aan het conservatorium in Milaan, koos hij voor piano en compositie. Pas later voegde hij daar orkestdirectie aan toe.


Via lessen bij de Weense dirigent Hans Swarowsky nam hij in 1958 deel aan het Amerikaanse festival Tanglewood, waar hij de belangrijke Koussevitzky-award kreeg uitgereikt. Er volgden debuten in Wenen en aan de Scala in Milaan maar Abbado was nog niet toe aan een internationale carrière.


Hij trok zich terug en ging lesgeven. Pas vijf jaar en nog een belangrijke prijs later, toen hij in contact kwam met Leonard Bernstein, chef van de New York Philharmonic, en zijn assistent werd, was hij klaar voor de grote engagementen. Na optredens met de Wiener en de Berliner Philharmoniker dirigeerde hij in Londen zijn eerste Verdi-opera (Don Carlos) en liet hij het Londense publiek kennismaken met Oedipus Rex van Stravinsky en de opera Wozzeck van Alban Berg.


Hij kreeg de leiding van La Scala, het London Symphony Orchestra, de Wiener Staatsoper en de Berliner Philharmoniker. Daar werd hij de opvolger van Herbert von Karajan - een dictator en het tegendeel van Abbado. Een deel van de orkestleden kon niet wennen aan zijn open, antiautoritaire aanpak. In die zware Berlijnse periode werd hij ernstig ziek en moest hij het rustiger aan doen.


In zijn laatste jaren bleef hij tijd vrijmaken voor de jonge musici van het Gustav Mahler Jugendorchester, het Chamber Orchestra of Europe, het Venezolaanse El Sistema, en, vooral, voor zijn eigen Orchestra Mozart. Het belangrijkste wat hij die jongeren wilde bijbrengen is luisteren, vertelde hij in een interview: 'Heb ik geleerd van mijn opa. Hij nam me mee de bergen in. Hij zei niet veel maar leerde me luisteren naar de stilte. Daar gaat het uiteindelijk om - luisteren naar elkaar, naar wat een ander te zeggen heeft, naar muziek.'


Abbado was voor het laatst in Amsterdam in 1999, met de Berliner Philharmoniker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden