Zes vragen Gameverslaving

Wereldgezondheidsorganisatie erkent gameverslaving, maar wat zijn hiervan de implicaties?

Maandag erkende de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gameverslaving als een officiële verslaving. Het is de eerste grote instantie die dat doet. Zes vragen.

Foto ANP

1. Wanneer is iemand in de optiek van de WHO ‘gameverslaafd’?

Iemand die 12 maanden of langer zoveel prioriteit geeft aan het gamen dat zijn leven op belangrijke fronten ontwricht raakt, zoals werk of studie of sociale contacten. Ondanks die negatieve gevolgen, wordt het gamegedrag onverminderd voortgezet.

2. Komt de behandeling van een gameverslaving nu in het basispakket?

Nee. Nederlandse behandelaars gebruiken een ander classificatiesysteem: de DSM-5. De DSM-samenstellers vinden dat er nog niet genoeg wetenschappelijk bewijs is dat excessief gamen kan ontaarden in een verslaving. Zo is het bijvoorbeeld onduidelijk welke mechanismen in de games tot verslaving zouden leiden. Om in het basispakket te komen, gaat het er bovendien niet zozeer om of een stoornis officieel wordt erkend maar vooral of er een effectieve behandeling is. En die is er voor gameverslaving volgens woordvoerder Michel Geldof van Zorginstituut Nederland niet.

3. Hoe omvangrijk is het probleem?

Uit vragenlijstonderzoek blijkt dat een deel van de jongeren het soms lastig vindt om het gamen onder controle te houden en daardoor problemen ervaart. De schattingen lopen uiteen van 1,5 tot 4 procent van de ondervraagde jongeren.

4. De verslavingsdeskundigen van het Trimbosinstituut zijn ongelukkig met het WHO-besluit. Waarom?

Wij zijn bezorgd dat het gamegedrag vooral zal worden benaderd vanuit het verslavingsperspectief. Terwijl problematisch gamen heel goed het gevolg kan zijn van een depressie of adhd of de wens om de werkelijkheid te ontvluchten. ‘De onderliggende problematiek moet niet vergeten worden’, aldus Tony van Rooij, de game-expert van het Trimbosinstituut. ‘Gamen is een diverse activiteit. Het zou goed zijn eerst te onderzoeken welke problemen dat oplevert voor welke patiënten en pas daarna over stoornissen te spreken. Dat kan buiten de behandelkamer een eigen leven gaan leiden.’ Van Rooij voorspelt een groeiend aanbod van commerciële, niet-wetenschappelijk onderbouwde behandelingen om het gebruik van schermen te beperken.

5. Maakt de WHO nog onderscheid tussen verschillende soorten games?

Nee. Dat is ook een kritiekpunt van het Trimbosinstituut, omdat het aanbod aan games zo groot is: van allerlei sociale spelletjes tot en met games waarmee geld verdiend kan worden. ‘Gamen is niet per definitie slecht’, benadrukt Van Rooij. ‘Samen online spelen kan bijvoorbeeld gevoelens van eenzaamheid buiten de deur houden.’ Uit onderzoek blijkt zelfs dat matig gamen positieve effecten heeft op het welbevinden. Anders dan met drank, of nicotine of gokken is het niet logisch om te streven naar een leven zonder games.

6. Wat zijn de positieve kanten van het WHO besluit?

Het positieve effect is dat problematisch gamegedrag door de WHO nu wereldwijd serieus op de kaart is gezet. Onderzoekers zullen makkelijker geld krijgen om nieuwe studies op te zetten naar wat games verslavend maakt en wat effectieve behandelmethodes zijn. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.