Wereldgeschiedenis in bloed en tranen

Eind maart 1271 zette Jacob van Maerlant een streep onder de laatste regel van zijn Rijmbijbel, nadat hij al omstreeks het achtentwintigduizendste vers verzucht had, dat hij behoefte had aan een beetje rust....

De Rijmbijbel van Jacob van Maerlant (ca. 1255 geboren nabij Brugge) is geen Bijbel, en eigenlijk ook geen gedicht. De tekst staat in de twee aan twee rijmende verzen die in de dertiende eeuw in het Nederlands gebruikelijk waren, zelfs voor encyclopedieën of voorlichtingsteksten. Maerlant baseerde zijn tekst op Latijnse bewerkingen van bijbelteksten, maar maakte daaruit zijn eigen selectie en legde zijn eigen accenten. Het verhaal van de val van Jeruzalem is in de Bijbel niet te vinden.

In de Middeleeuwen is de Rijmbijbel een bestseller geweest, en gold Maerlant als een groot auteur. Het is niet makkelijk meer voor te stellen dat een ellenlange tekst over bijbelse en aanverwante geschiedenis zo populair kan zijn geweest, maar de talrijke handschriften maken duidelijk dat middeleeuwers dit soort verhalen dankbaar hebben gelezen. Misschien droeg het feit dat ze vaak geïllustreerd waren, bij aan hun bruikbaarheid.

Een van de mooiste Rijmbijbelhandschriften is het exemplaar dat in het Haagse museum Meermanno wordt bewaard; het bevat vierenzestig prachtige miniaturen, waarop de wereldgeschiedenis staat afgebeeld, vanaf de schepping tot aan de dramatische val van Jeruzalem.

In de openingsminiatuur staat God met grootse gebaren in zes dagen de aarde te scheppen. Hij scheidt land en water, licht en duisternis, laat dieren en vissen tot leven komen en geeft op het laatste plaatje Adam uit diens eigen rib een vrouw.

Twee miniaturen later is het mis: God stuurt, geflankeerd door een engel met een zwaard, Adam en Eva het paradijs uit. Daarna ontrolt zich in miniaturen een geschiedenis, die gemarkeerd wordt door bloed en tranen. De Rijmbijbel weerspiegelt de levenshouding van ridders, die gewend waren aan geweld. In de miniaturen worden volop mensen onthoofd, opgehangen en met pijlen doorboord.

Dat is niet speciaal een liefhebberij van de illustrator geweest: ook Maerlants tekst is niet bepaald vredig. Het eindpunt is een apotheose: de val van Jeruzalem wordt afgebeeld als een feest van wapengekletter.

De miniaturen zijn gemaakt door de eerste Nederlandse schilder die we bij naam kennen: Michiel van der Borch, boekillustrator uit Utrecht. Hij ondertekent zijn laatste miniatuur met de regels: Doe men scref int iaer ons heren m.ccc.xxx.ij. verlichte mi Michiel van der borch – ofwel: in het jaar 1332 werd ik geïllustreerd door Michiel van der Borch.

Nu het Haagse exemplaar van de Rijmbijbel voor restauratie uit elkaar is genomen, kan het museum voor het eerst een aantal van de miniaturen tentoonstellen. Daarnaast zijn ze integraal afgebeeld in de publicatie van Claudine Chavannes-Mazel die de expositie begeleidt. Alle plaatjes zijn daarin voorzien van de bijbehorende regels van Maerlant, met een aanstekelijke toelichting erbij. Te mooi om ongezien en ongelezen te laten.Clara Strijbosch

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden