Wereld op drift

Europa en Amerika spelen hoog spel in de kwestie-Irak. Of een oorlog nu gerechtvaardigd is of niet, voor beide partijen staat meer op het spel dan de ontwapening van Saddam Hussein....

Nooit meer wil hij voor een berg puin staan. Nooit meer wil hij geconfronteerd worden met een 11 september. Het kwaad moet worden verslagen. Door hem. Het lot heeft het zo gewild op die fatale dag. Vastbesloten is hij om die welhaast goddelijke opdracht uit te voeren, ook al loopt de wereld tegen hem te hoop. Wie niet voor hem is, is tegen hem. 'Wanneer het aankomt op onze veiligheid, hebben we echt niemands toestemming nodig', zo zei hij 6 maart op een persconferentie.

Het is deze zorg om de veiligheid van het Amerikaanse Homeland die sinds de aanslagen in New York en Washington centraal staat in het universum van president George Bush. Banden tussen Osama bin Laden en Irak heeft hij nooit overtuigend kunnen aantonen, maar alleen al de mogelijkheid dat Saddam Hussein massavernietigingswapens in handen speelt van terroristen is voor Bush een onverdraaglijke gedachte.

Daarom ook wilde hij zich niet beperken tot een oorlog tegen het terrorisme, maar zou hij al meteen in de eerste dagen na 11/9 voor zichzelf besloten hebben dat er iets moest gebeuren aan Irak, hoe riskant ook. Daarom ook is hij bereid om het sein te geven tot de eerste preventieve oorlog in de Amerikaanse historie, hoe omstreden ook.

Het vloeit allemaal voort uit zijn angst dat hij straks, als hij niets zou doen, voor nog veel grotere puinhopen komt te staan dan destijds op 11/9. Niet met drieduizend, maar honderdduizenden Amerikaanse doden. En dat hij dan het verwijt krijgt niets te hebben gedaan om het te voorkomen. Wie die angst niet begrijpt, begrijpt niets van Bush. Het komt allemaal neer op zijn 'dit-nooit-meer'-gevoel, zoals de Wall Street Journal het afgelopen week typeerde.

Nooit meer een 11/9 voor de Verenigde Staten. Dat is zijn doel en om dat te bereiken is hij bereid om oorlog te voeren, zonder directe aanleiding, zonder bondgenoten en zonder de expliciete legitimatie van de Verenigde Naties. Hij schuwt de eenzaamheid en het isolement niet. Want hij heeft de werking van het kwaad aanschouwd, het gevaar verabsoluteerd en maakt dientengevolge een scherp onderscheid tussen tussen goed en kwaad, vriend en vijand. Het is de psychologie van de man met een missie, en die zijn in laatste instantie onbuigzaam. Met de duivel sluit je geen compromissen.

Het is die missionaire onverzoenlijkheid van Bush die het internationale systeem, zoals dat na 1945 gestalte kreeg en geschraagd werd door het Amerikaans-Europese bondgenootschap, onder enorme spanning heeft gezet en uiteindelijk kan doen exploderen. De kloof - vooral in mentaal opzicht - tussen hem en een deel van Europa is te groot geworden. Voor veel Europeanen, gehard door verwoestende oorlogen, bloedige terreuraanslagen en genocides van eigen makelij, is de vernietiging van twee wolkenkrabbers geen reden de wereld op zijn kop te zetten. En het is dat Europese onvermogen zich te verplaatsen in Bush' angst voor de puinhopen, die de huidige crisis in de wederzijdse verhoudingen zo gevaarlijk maakt. Want politieke tegenstellingen kunnen door gewiekste diplomaten worden opgelost, mentale verschillen niet. Dan kan men elkaars taal spreken, en elkaar toch niet verstaan.

De elfde september, de geharnaste reactie van Bush daarop en het Europese onbegrip daarover versterken een ontwikkeling die al meer dan tien jaar aan de gang is: het uiteengroeien van Amerika en Europa. Met het wegvallen van de gemeenschappelijke Sovjet-vijand verdween het element dat beide partners ondanks frequente ruzies aan elkaar vastklonk. In de jaren negentig was het de Amerikaanse passiviteit die de Europese landen parten speelde (pas na veel touwtrekken wilden de VS helpen de oorlogen in Bosnië en Kosovo te beëindigen). Thans bestaat het probleem juist uit het Amerikaanse activisme, waarin de Europeanen niet wensen mee te gaan. Maar linksom of rechtsom, de samenwerking heeft haar vanzelfsprekendheid verloren, ondanks alle vrome retoriek over gedeelde waarden.

Als zo meteen de leden van de Veiligheidsraad het niet eens kunnen worden over het Amerikaanse verzoek om legitimering van een oorlog tegen Irak en als dat gebeurt in de vorm van een Frans veto, dan is dat op zijn best een bevestiging van de zich al langer sluipenderwijs voltrekkende vervreemding. Op zijn slechtst is het een afscheid.

Een afscheid van de naoorlogse internationale ordening, waarvan de VN en de Amerikaans-Europese verbondenheid de hoekstenen vormden. Mogelijk zal het een tijdelijke scheiding van tafel en bed zijn, maar niet uitgesloten is dat een duurzame ontwrichting van de relatie wordt geconstateerd. Waarna de scheiding definitief zal worden.

Het Amerika van Bush zal zijn eigen weg gaan, met de VN als eerste slachtoffer. De haviken in het gevolg van Bush zullen daar niet om treuren: zij hebben dan hun zin. Condoleezza Rice, de presidentiële adviseur voor de nationale veiligheid, zei al in 2000 dat de regering-Bush in haar buitenlandse beleid zou uitgaan van het nationale belang en niet van de belangen van een 'denkbeeldige internationale gemeenschap'. Toch besloot Bush vorig jaar september naar de VN te stappen om toestemming van de Veiligheidsraad te krijgen voor een harde aanpak van Saddam Hussein. Maar die vrijage met het multilateralisme dreigt nu stuk te lopen op de afwerende houding van Frankrijk, Duitsland en Rusland.

President Jacques Chirac zei afgelopen week dat een 'neen' moest kunnen. Even goede vrienden. De Veiligheidsraad is er niet om Amerikaanse dictaten automatisch van een stempel van goedkeuring te voorzien. Maar in het geval van Irak gaat het om een resolutie die volgens Bush raakt aan een vitaal Amerikaans belang: het verdedigen van zijn nationale veiligheid. Daarom zal hij Chiracs luchthartigheid niet delen. De VN zullen voor hem voorlopig hebben afgedaan.

En wat zijn alle goede bedoelingen van de VN zonder de harde macht van de VS? De Amerikaanse commentator Max Boot wijst erop dat de VN driemaal agressors hebben gestraft: in 1950 (Noord-Korea), 1991 (Irak) en 2001 (Afghanistan). Al die keren waren het de Amerikanen die het werk moesten opknappen. De VN genereren geen eigen macht, zij lenen die van de aangesloten mogendheden, in de praktijk vooral van de VS. Als die zich terugtrekken, blijft er feitelijk een lege huls achter. Het zal het eerste geval zijn van collateral damage, bijkomende schade.

Het conflict tussen Bush enerzijds en Frankrijk en Duitsland anderzijds dreigt zo een verwoestende uitwerking te krijgen. Los van de vraag of men voor of tegen een oorlog in Irak is en los van de vraag wie er gelijk heeft of niet: voor de onmacht om consensus te bereiken en voor de veto's zal een hoge prijs worden betaald. Ook andere naoorlogse symbolen, zoals de NAVO en de Europese Unie, kunnen opgenomen worden op de lijst van premature oorlogsslachtoffers.

Europa is op drift. Frankrijk en Duitsland leiden het anti-oorlogskamp. Groot-Brittannië, Spanje, Italië en de Midden- en Oost-Europese landen staan achter Bush. Publicisten sporen de Nederlandse regering aan in het Amerikaans-Europese conflict te kiezen voor een toekomst in Europa. Maar welke toekomst? Het probleem is dat Europa helemaal terug is in zijn verleden van wisselende en rivaliserende coalities. De Sovjet-vijand is niet meer aanwezig om de landen in het gareel te houden, terwijl de VS niet meer hun traditionele rol vervullen van external balancer, de macht die van buitenaf toeziet op het handhaven van het continentale evenwicht. Op dit moment wakkeren ze eerder de verdeeldheid aan door de bondgenoten voor het blok te zetten.

De huidige onbestemde situatie biedt Frankrijk de gelegenheid een greep naar het leiderschap van de Europese Unie te doen. De kandidaat-lidstaten uit het oosten die hun steun uitspraken aan de Amerikanen, werden door Chirac de hoek ingeblaft. Het lijkt op een vlucht naar voren van de grote verliezer van het einde van de Koude Oorlog. In dat tijdperk kon Frankrijk nog de schijn ophouden dat het met zijn eigen kernmacht een tussenpositie innam tussen de twee supermogendheden. Na de val van de Muur in 1989 kon dat niet meer. Bovendien werd het geconfronteerd met de wederopstanding van een verenigd Duitsland.

Door zich op te werpen als leider van het verzet tegen een door een arrogant Amerika beheerste unipolaire wereld probeert Chirac Frankrijk weer op de kaart te zetten. Maar het kan best de laatste stuiptrekking zijn van de Franse ambitie om de leidende natie te worden in Europa. 'Frankrijk kan zich niet opwerpen als de stem van het mondiale verzet tegen het Amerikaanse unilateralisme en tegelijkertijd een leidende rol spelen in Europa. De leden van de Europese Unie, oud en nieuw, zullen niet de handen ineen slaan tegen Amerika', aldus de Franse commentator Dominique Moisi.

Ook op mondiaal niveau dreigt Parijs straks met lege handen achter te blijven. Het enige restant van haar vroegere status als wereldmogendheid - het vetorecht in de Veiligheidsraad - wordt op slag waardeloos als Bush zich feitelijk terugtrekt uit de VN. Misschien heeft Chirac, berucht om zijn onstuimig karakter, dit niet ten volle beseft toen hij zich ontpopte als de man die de wereld mobiliseerde tegen Bush. Maar als hij zich dat wel heeft gerealiseerd, dan vertoont de laatste stuiptrekking van de Franse macht de nodige kamikaze-trekjes.

Het kan ook zijn dat Chirac vooral uit is op een as Parijs-Berlijn-Moskou als tegenwicht voor de Amerikaanse macht en haar steunpilaren in Europa, zoals de Britten. Opnieuw Moisi: 'Zo'n alliantie zou het fundament van de Europese Unie op een fatale manier ondermijnen. De menigten die in de straten van Europa tegen de oorlog betogen, hebben geen enkele zin in een terugkeer naar de machtsevenwicht-politiek van de negentiende eeuw.'

Wie wil dat Europa van de wisselende coalities, de assen en de machtspelletjes? Zo'n Europa trekt niet aan, maar stoot af, zeker in Nederland, dat traditiegetrouw de nodige argwaan koestert jegens de duistere machinaties op het continent achter zijn rug.

Als zich straks in de Veiligheidsraad het schisma over Irak voltrekt, dan zullen niet alleen Amerika en Europa uiteen worden gedreven maar ook de Europeanen onderling als gevolg van onbegrip, onwil en onmacht. De Nieuwe Wereldorde, waartoe vader Bush in 1990 opriep, zal dan onder zoon Bush zijn verkeerd in de Wereld-Wanorde. Ogenschijnlijk heeft de Amerikaanse president daar het minste bij te verliezen. Hij beschikt over de militaire macht om oorlogen te winnen. Maar dat is het halve werk, vindt Moisi. Voor het winnen van de vrede heeft hij toch de Europeanen nodig. De wereld is te ingewikkeld om door één mogendheid te worden bestuurd.

Misschien komen alle partijen daarom uiteindelijk tot het besef dat ze niet zonder elkaar kunnen. Anders zal de huidige crisis alleen maar verliezers kennen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden