Wenen is Europa's eerste echte metropool

Een reis langs de Donau is een bijna drieduizend kilometer lange reis door de Europese geschiedenis. Wordt de Donau, die zo vaak grens of frontlinie was, in de 21ste eeuw eindelijk een bindmiddel?...

Van onze correspondent Olaf Tempelman

Wenen was de stad waar de schoonheid van de Donau werd vereeuwigd. Maar ach, die arme koning der walsen, Johann Strauss jr. . . Hij had An der sch blauen Donau in 1867 amper voltooid of keizer Franz Josef gaf het bevel tot grootschalige kanaliseringswerkzaamheden. Voortaan zou de Donau Wenen niet meer teisteren met overstromingen, maar daar ook nooit meer mooi en blauw zijn.

Roodverbrande buiken, zand bedekt met weggegooide plastic bekertjes, de geur van bier en zonnebrandolie. Als bijproduct van alle ingrepen die tot ver in de twintigste eeuw zouden doorgaan is het lange Donau-eiland ontstaan. Op hete dagen als deze zoeken duizenden Weners hier verkoeling.

Als zij 's avonds in hun blote bast aan het barbecuen slaan, schijnt An der sch blauen Donau uit vele, door liters bier gesmeerde kelen op te klinken. Zou Strauss daar vrede mee hebben gehad? Jazeker, stelt de Weense chroniqeur Karl Unger. An der sch blauen Donau is het ultieme stukje muzikaal populisme: pakkende melodie, makkelijk mee te brullen even goed te genieten in de concertzaal als buiten bij geroosterd vlees.

An der sch blauen Donau was echter meer dan een negentiende-eeuwse Weense kraker. Het was de muzikale expressie van het door keizer en burgerij gedeelde geloof dat alles bij het oude kon blijven. Luisterend naar de koning der walsen kon je, onderuitgezakt in je fauteuil, gaan geloven dat de demonen die in het Habsburgse Rijk de twintigste eeuw aankondigden en die zich manifesteerden in de gedaante van avantgardisten, socialisten, democraten, liberalen, nationalisten of combinaties daarvan buiten de deur konden worden gehouden.

Zo aanstekelijk was het levensgevoel van de koning der walsen dat gezegd werd dat hij Franz Josef in het zadel hield. Want toen Johann Strauss overleed, was ook de kolossale, multi-etnische Donau-monarchie ten dode opgeschreven.

Het Habsburgse Rijk was een verenigd Europa avant la lettre. Het is er slecht mee afgelopen. Na de Eerste Wereldoorlog kregen al die volkjes waarover de Weense keizer eeuwen had geheerst, maar die in de negentiende eeuw plotseling in de ban waren geraakt van democratisch-nationalistische idealen, hun eigen staten. Het trotse Wenen zag zich plotsklaps gereduceerd tot hoofdstad van een klein, onbeduidend staatje, Oostenrijk.

Het zou nooit meer goedkomen. Wie thans de Weense Ring afloopt, wordt nog altijd duizelig van al die magnifieke barok. Dit is overrompelende, pompeuze schoonheid. Maar het is verleden. Parijs en Londen ogen ook imposanter dan hun huidige politieke macht rechtvaardigt. Maar Londen is op het wereldtoneel een belangrijke speler gebleven. Parijs heeft nog steeds grootse ambities. Wenen is slechts de hoofdstad van een ontmanteld imperium, wederopstanding uitgesloten.

Of toch niet? Waar je op deze hete dag ook loopt, tussen de zwembroeken op het Donaueiland, in de parken tussen de barok, in de armoedige buurt achter het Snhof, ding valt op: er is bijna geen taal uit de oude Donau-monarchie die je niet hoort. Vroeger werd het Habsburgse volkslied in negen verschillende talen gezongen. Thans hoor je op Weense straathoeken weer Hongaars, Slowaaks, Servo-Kroatisch, Roemeens, Oekras. . .

Temidden van alle rampen van de twintigste eeuw is Oostenrijk ding bespaard gebleven: het communisme. Zo kon het gebeuren dat Wenen voor al die inwoners van de oude Habsburgse landen die wel met het communisme te maken kregen de status verwierf van een buitenpost van het Westen. Glanzende etalages en redelijk betaalde rotbaantjes brachten velen van hen ertoe de Donau opnieuw stroomopwaarts te volgen.

In de jaren zeventig en tachtig kwamen er drommen Joegoslaven. Sinds 1989 komen daar alsmaar meer Slowaken, Roemenen en Oekraers bij. Leg je oor te luisteren bij de vrouwen die de gangen van de barokke paleizen schrobben. Vijftig procent kans dat zij keuvelen in het Slowaaks of Roemeens. Wenen is een model voor wat de EU-uitbreiding ook andere westerse metropolen zal gaan brengen.

Voor de Weners van de oude stempel is dat maar een schrale troost. Vroeger was de stad een magneet vanwege haar unieke kosmopolitische karakter en culturele dynamiek. Thans is zij dat vanwege haar doodgewone, welhaast ordinaire westerse karakter, met alle winkels, faciliteiten en reclameborden die daarbij horen.

Het is uniformiteit in plaats van uniciteit. Etaal die hier vroeger werd gesproken hoor je er niet meer: het Jiddisch, nog in de jaren dertig beheerst door meer dan 10 procent van de bevolking. Het joods museum aan de Dorotheergasse voert bezoekers langs een eindeloze reeks foto's, boeken, posters en geluidsbanden van een Weense cultuur die weg is. Freud, Schrg, Musil, Roth, Zweig, Lampl, Kraus. . . het is nogal een aderlating.

An der sch blauen Donau: je kunt het zien als het summum van olijk, kleinburgerlijk geluk. Maar de ondertoon is op een triomfantelijke manier kosmopolitisch. In de tijd van de koning der walsen was Wenen de Europese stad waar het allemaal gebeurde, en dat hoor je. Het Wenen van nu is niet meer dan een reeks gerestaureerde herinneringen. Aan Weners die de melancholie te veel wordt, biedt Strauss troost in Die Fledermaus: Glch ist, wer vergisst, was doch nicht zu ern ist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden