Weltraum: met Stockhausen van ijle hoogten naar Kaap Carnaval

Stockhausen in het Planetarium Artis, en in de Amsterdamse Beurs...

Met de wereldpremière van Weltraum, een elektronisch muziekstuk uit de opera Freitag, heeft Karlheinz Stockhausen duidelijk gemaakt dat hij het aardse leven en zijn erbarmelijke conventies steeds verder ontstijgt.

Omdat men naar Weltraum moet luisteren 'bij een maanvormig klein licht of bij een sterrenfirmament', had de première plaats in het Planetarium van de Amsterdamse dierentuin Artis, een locatie waar overdag voorstellingen te zien zijn als Doelwit Aarde ('Kosmische Inslagen') en Sesamstraat en de Melkweg. Het bleek een ietwat kunstmatige, maar toch doeltreffende oplossing, die voorkwam dat men zich wegens Hollandse weersomstandigheden moest inschepen in een space shuttle. Wegens grote belangstelling was een extra voorstelling ingelast.

Zo ging zaterdag bij de voorpremière met een druk op de knop het licht uit, en begonnen Maagd, Leeuw, Pegasus, Cassiopeia en al die andere tweelingen en watermannen aan een vlucht langs de hemelkoepel. Uit acht verborgen luidsprekergroepen spoelde een ondulerende, wervelende, inkrimpende en uitdijende geluidsmassa die men, ook zonder kennis van aardbanen of hemelequators, kon indelen bij de mijlpalen in het werk van Karlheinz Stockhausen.

Weltraum heeft een lengte van 141 minuten. Na 66,5 minuten kan een pauze worden ingelast, en het was maar goed dat Stockhausen dat deed. Zijn meesterwerk begon na een kwartier of drie aanleiding te geven tot steken in het zitvlees, een klacht die zich verergerde tot een pseudo-elephantiasis aan de rug en het bovenbeen.

Honderdeenenveertig minuten mag kort zijn voor een akoestische weergave van het universum. Voor een entr'acte uit een theatercyclus is het aan de lange kant. Wat de lotgevallen van Luzifer, Eva en Michael in de omringende scènes van Freitag ook mogen zijn (we kennen de hoofdrolcreaturen sinds 1980 van de Festivalpresentaties van de opera's Donnerstag, Samstag, Montag en Dienstag), deze space interlude is langer dan de langste Wagner-akte.

Het neemt niet weg dat het luisteren naar Weltraum, het jongste antwoord van Stockhausen op alle Tommies en Pino's van de minimal music, de elektronica en de New Age, onbeschrijflijk boeiende sekonden, minuten en kwartieren oplevert. Voor wie het luisteren niet opvat als een consumptie van akoestische space cake, is het volgen van zo'n Stockhausen - we deden ons best - óók een kwestie van uitdijende, inkrimpende en domweg pauzerende concentratie.

Het stuk is ontkiemd aan wat Stockhausen een Formel noemt, een span van enkele nootjes die samen een miniatuur-compositie vormen. Zijn procédé is er een van uitrekken, condenseren en bewerken - niet ongelijk aan vroege compositietechnieken als de canon en de cantus firmus, maar dan mateloos uitgewerkt (het laatste uur is gebaseerd op één bastoon A; hele fragmenten worden ook verdicht tot bliepjes van een fractie van een sekonde).

Het leidt tot een spel van akkoorden en intervallen, losse tonen en klanken van de menselijke stem. Een spel dat, met de zwevingen, splitsingen, pulseringen en wentelingen door de theaterruimte waarvan alleen Stockhausen de kunst beheerst, een ongelooflijke zuigkracht uitoefent - tot de stuurraket van de luisteraar het laat afweten en men zich, onafhankelijk van het gebodene, opmaakt voor een eigen landing op Kaap Carnaval.

Stockhausen hoopt op een toekomst van speciale auditoria. Een wens waarvan de vervulling voorlopig niet in het verschiet ligt. Wat in maart de wereldpremière had moeten worden van het hele Freitag in de Opera van Leipzig, liep wegens organisatorische problemen al weer uit op niets. Naar verluidt staat de scenische opvoering in Leipzig, inmiddels gepland voor maart '96, andermaal op losse schroeven.

Dat de hoge eisen die Stockhausen stelt aan de uitvoeringen van zijn werk, en de navenante eisen die hij stelt bij het repeteren van zijn werk, uiteindelijk schitterende vruchten afwerpt, werd vrijdag aangetoond bij de eerste aflevering van het zesvoudige Stockhausen-retrospectief in de Amsterdamse Beurs. De pianiste Ellen Corver, een van Stockhausens getrouwen, speelde het Klavierstück VI uit de seriële oertijd van rond 1955: een lichte, heldere uitvoering van een klassieker uit de seriële oertijd, die met terugwerkende kracht vervuld bleek van onnavolgbare lyriek.

Na het Schlagtrio voor piano en pauken uit '52 volgde Tierkreis, in een betoverend arrangement uit '83 voor klarinet, fluit-piccolo en trompet-piano - zeg maar voor Suzanne Stephens, Kathinka Pasveer en Markus Stockhausen. Het is onwaarschijnlijk dat hun niveau daar anderen kan worden geëvenaard. Dit mag zorgwekkend zijn; het mag verheugend zijn - het zij zo.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.