‘Welkom, wanneer vertrek je weer?’: hoe Denemarken asielzoekers afschrikt
Geconfronteerd met een stijging van de asielaanvragen kijken Europese landen naar Denemarken. Daar zijn de aantallen juist gedaald, door een beleid van afschrikking en negatieve pr. ‘Als je ons model wil kopiëren, moet je je afvragen: ben je bereid om met dit imago te leven?’
De 27-jarige Hawar Azizi loopt met een blad thee en nootjes de kamer in. Op de wanden heeft hij met zwarte stift gedichten geschreven. Ertussen hangen posters van beroemde vrouwen tegen wie hij opkijkt, zoals Angelina Jolie, Lady Di en Kate Winslet. ‘Angelina kwam een keer naar ons kamp in Irak, maar helaas heb ik haar toen niet gezien’, zegt Azizi, terwijl hij een kopje inschenkt.
De kamer is de eerste die hij voor zichzelf alleen heeft. Azizi groeide net als zijn ouders op in vluchtelingenkampen in Irak. Zijn grootouders, Iraanse Koerden, vluchtten begin jaren tachtig voor het repressieve regime in Iran. In 2015, te midden van de vluchtelingenstroom naar Europa, zag het gezin kans naar Europa te gaan. De Azizi’s kozen voor Denemarken, daar woonde al familie.
‘Wat is mijn zonde? Waarom ben ik nog altijd vluchteling in dit democratische land?’ Azizi’s muurgedichten, geschreven in het Deens, zijn een aanklacht tegen zijn lot: in 2017 oordeelde de rechter dat het gezin niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning en naar Iran moet vertrekken. Zonder een Iraans paspoort gaat dat niet. Daarom zitten de Azizi’s nu al drie jaar in Avnstrup, een van de beruchte Deense vertrekcentra.
‘We hadden achteraf natuurlijk naar Zweden, Nederland of Duitsland moeten gaan’, zegt Azizi. ‘Kennissen die rond dezelfde tijd uit Irak zijn vertrokken, hebben daar allang asiel gekregen.’
Over de auteur
Jeroen Visser is correspondent Scandinavië en Finland voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm. Hiervoor was hij correspondent Zuidoost-Azië. Hij is auteur van het boek Noord-Korea zegt nooit sorry.
Zo niet in Denemarken, waar de regering in 2015 het beleid rigoureus aanscherpte. Zo versoepelde het land de criteria voor wanneer een land veilig is voor terugkeer. Ook introduceerden de Denen vertrekcentra waar de omstandigheden zodanig zijn dat vluchtelingen vanzelf meewerken aan hun vertrek.
Dit model is in trek bij andere Europese landen, die worstelen met groeiende aantallen aanvragen. ‘Als we eerlijk zijn, loopt Denemarken vijftien jaar op ons voor’, zei de Zweedse premier afgelopen week. In Nederland stemde een Kamermeerderheid voor een voorstel om met Denemarken te gaan praten over het plan om asielzoekers in Rwanda op te vangen. Het Deense beleid is ‘succesvol en dwingt internationaal respect af’, aldus JA21-Kamerlid Joost Eerdmans.
Zeker is dat de strategie heeft geleid tot minder asielaanvragen. Het aantal eerste verzoeken daalde van ruim 20 duizend in 2015 naar minder dan 2000 in 2021. In dat jaar ging het om 34 aanvragen per 100 duizend inwoners. In Nederland was dat vier keer zoveel. Hoe hebben de Denen dat gedaan? En zou Nederland dit kunnen kopiëren?
Azizi, gele blouse en bijpassende sneakers, leidt ons door de lange gangen van Avnstrup, een stenen gebouw midden op het platteland dat ooit dienst deed als tbc-verpleeghuis. Het is er rustig, de kinderen zitten op school. Op beeldschermen komen aankondigingen voorbij voor jeugdbadminton en een visuitje. De geur van schoonmaakazijn hangt op de etages, elk vernoemd naar een grootheid uit de Deense cultuur.
Nee, het uitreiscentrum is geen gevangenis: er staan geen hekken omheen en bewoners kunnen in en uit. Maar toch ook een beetje wel. Het terrein ligt tussen de bossen, een uur met de bus van Kopenhagen. Bewoners mogen niet studeren of betaald werk doen en moeten zich twee keer per dag melden. Doen ze dat niet, dan riskeren ze een gevangenisstraf. Voor wie meewerkt aan zijn vertrek, vervalt de meldplicht en is er zakgeld.
De Azizi’s werken sinds 2018 mee. Ze gaven lijsten met namen van familieleden en bezochten al zes keer de Iraanse ambassade met een verzoek om papieren. Dat doen ze ook omdat er een regel is dat wie meewerkt na achttien maanden opnieuw een aanvraag kan doen voor een verblijfsvergunning.
Recentelijk wees de Deense vertrekdienst de nieuwe aanvraag van de Azizi’s af, omdat ze nog genoeg kansen ziet hen naar Iran te sturen. De dienst betaalt een advocaat in Teheran om de papieren van Azizi’s grootvader op te sporen. Azizi pleit voor een tijdelijke vergunning, zodat hij tenminste kan studeren. Hij denkt aan de modeacademie. ‘Ik wil vrij zijn, dat is het allerbelangrijkste. Als ze ooit de papieren vinden, mogen ze ons de vergunning weer afnemen.’
In Nederland mogen vluchtelingen die niet terug kunnen een speciale verblijfsvergunning aanvragen: een buitenschuldvergunning. De Denen hebben zoiets niet. De krant Jyllands Posten ontdekte onlangs dat bijna driehonderd vluchtelingen langer dan drie jaar in een terugreiscentrum zitten, de meeste van hen Iraanse Koerden. Twaalf vluchtelingen zijn al vijftien jaar uitgeprocedeerd.
‘We hebben dit beleid nodig als we een systeem willen dat werkt. Waarom zouden mensen anders vertrekken?’, zegt de sociaal-democratische parlementariër Kasper Sand Kjær.
De actie met de taart
Het fundament onder het Deense beleid is afschrikking. Dat betekent niet alleen een streng asielbeleid, maar dat ook van de daken schreeuwen. Zo sneed (anti-)immigratieminister Inger Støjberg in 2015 lachend een taart aan nadat ze haar vijftigste wetsaanscherping had gerealiseerd. Ook liet ze advertenties plaatsen in kranten in het Midden-Oosten om potentiële asielzoekers af te schrikken. ‘Allemaal staaltjes negatieve nationale branding’, zegt Thomas Gammeltoft-Hansen, hoogleraar immigratie en mobiliteitsbeleid aan de universiteit van Kopenhagen. ‘Het ging om het promoten van Denemarken als asielhardliner. De actie met de taart werd wereldnieuws en dat was precies de bedoeling.’
Støjberg, die in 2021 tot twee maanden celstraf werd veroordeeld voor het van elkaar scheiden van echtparen in de asielprocedure, was ook verantwoordelijk voor de ‘juwelenwet’. Deze wet gaf de Deense autoriteiten het recht om migranten geld, juwelen en andere waardevolle bezittingen boven de 1.340 euro af te nemen. Het idee was dat migranten op die manier bijdroegen aan hun verblijf.
Uit door de Volkskrant opgevraagde cijfers blijkt dat de wet vanaf 2016 slechts twaalf keer is gebruikt. Daarbij werden bedragen variërend van 160 tot 8.200 euro afgenomen. Al met al heeft de wet dus niet veel opgeleverd. Volgens Gammeltoft-Hansen droeg de wet wél bij aan de anti-immigratiecampagne. ‘Iedereen is het erover eens dat deze wet vooral symbolisch was, de meeste asielzoekers zijn immers arm wanneer ze aankomen. De boodschap was wel duidelijk: ga maar ergens anders heen. Bovendien had de wet een effect op vluchtelingen die hier al waren. Een deel van hen vertrok omdat ze bang waren dat de aangescherpte regels hen zouden treffen.’
De crux van de Deense asielstrategie is de combinatie van negatieve pr en maatregelen die verder gaan dan de buurlanden. In 2015 stemde het Deense parlement voor een nieuwe, uitgeklede beschermingsvorm voor vluchtelingen die op de vlucht zijn voor ‘algemeen geweld’. Vluchtelingen in deze categorie krijgen een verblijfsvergunning voor slechts een jaar (in Nederland is het standaard vijf). Als de omstandigheden in het thuisland ook maar een beetje verbeteren en ‘niet geheel als tijdelijk moeten worden beschouwd’, is het einde vergunning. Daarmee wijkt Denemarken af van het Vluchtelingenverdrag, dat het ooit als eerste ter wereld ondertekende. Het verdrag spreekt van ‘duurzame verbeteringen’.
In lijn met de wet trok Denemarken van ruim honderd Syrische vluchtelingen de verblijfsvergunning in, omdat het delen van Syrië, met name de regio rond de Syrische hoofdstad Damascus, weer veilig genoeg acht. De vluchtelingen verloren daarmee direct het recht op werk en onderwijs. Ook moesten ze verhuizen naar de sobere uitreiscentra.
Tot uitzetting kwam het niet, omdat Denemarken geen diplomatieke betrekkingen heeft met Syrië. Een groot deel van hen vertrok daarop naar andere EU-landen. Volgens Europese afspraken moeten die landen hen weer terugsturen, maar het komt voor dat rechters dat verbieden om deportatie naar Syrië te verhinderen – een illustratie dat het Deense asielbeleid ertoe leidt dat andere landen meer vluchtelingen moeten opnemen.
Denemarken kan een strenger beleid voeren omdat het ooit een uitzonderingspositie heeft bedongen. Nadat de Denen in 1992 in een referendum tegen het Verdrag van Maastricht hadden gestemd, kregen ze vier opt-outs, EU-dossiers waaraan ze niet mee hoefden te doen. Asielbeleid was er een van. Zo kunnen de meeste vluchtelingen in Denemarken pas na twee jaar een aanvraag indienen voor gezinshereniging. In Nederland kan dat meteen.
Steun van alle grote partijen
Wat meespeelt is dat het beleid door alle grote politieke partijen wordt gesteund. Aanvankelijk was de Deense Volkspartij, die raakvlakken heeft met de PVV, de aanjager. Die partij zorgde ervoor dat de sociale zekerheid voor nieuwkomers werd versoberd. Toen dat populariteit opleverde, namen andere partijen hun agenda over. Dat gold zelfs voor de centrum-linkse sociaal-democraten (SDP). In 2018 dicteerde partijleider Mette Frederiksen dat de partij met alle omstreden integratievoorstellen zou meestemmen. Eenmaal aan de macht deed de partij er nog een schepje bovenop. Zo kwam het Rwanda-plan uit de koker van de SDP.
‘Voor ons was dit een natuurlijke ommezwaai’, zegt SDP-parlementariër Kjær. ‘We zijn een van de weinige sociaal-democratische partijen die nog steeds de arbeidersklasse vertegenwoordigen en niet de hoogopgeleiden in de grote steden. Het zijn de mensen uit de arbeiderswijken die de negatieve gevolgen van immigratie als eerste ondervinden.’
Volgens Kjær heeft Denemarken een verzorgingsstaat die ‘kwetsbaar’ is voor migratie. ‘Zaken als gratis zorg en onderwijs rusten op een contract tussen staat en burgers, dat bepaalt dat iedereen die kan werken zijn steentje bijdraagt. Een te hoge instroom van nieuwkomers is strijdig met dat contract. Dat is waarom de discussie hier al vroeg begon.’
Door de verschuiving van de SDP is immigratie geen thema meer. De Deense Volkspartij haalde bij de verkiezingen van afgelopen december op het nippertje de kiesdrempel.
‘Vreselijk wat onze overheid doet’
Toch staan niet alle Denen te juichen. Op een vrijdag in maart staan in een bijgebouw van de Apostelkerk in het centrum van Kopenhagen zo’n dertig wachtenden in de rij voor een Iraans buffet, met gele rijst, stoofvlees en salade. In een zijkamer ratelt een naaimachine – het staartje van een naaiworkshop die eerder op de dag werd gehouden.
De organisatie Trampolinehuset, opgericht ‘voor iedereen die vindt dat het Deense asielbeleid te streng is geworden’, houdt hier elke vrijdag open huis voor vluchtelingen, statushouders én Denen. ‘Ik vind het vreselijk wat de overheid in onze naam doet en hoe ze ermee te koop lopen’, zegt medewerker Nynne Roberta Pedersen (31). ‘Het maakt me boos en verdrietig.’
Volgens Pedersen is er wel degelijk een grote groep Denen die het beleid te streng vindt. Zo is er de Facebookgroep Vriendelijke Buren met ruim 20 duizend leden. Zelf vindt ze de vertrekcentra het ergst. ‘Je hebt er geen enkele rechten, je mag geen deel uitmaken van de samenleving. Er zijn Syriërs die hierheen vluchtten en nu in die kampen zitten. Dat is toch belachelijk?’
Experts wijzen op nevenschade. De nadruk op tijdelijkheid is funest voor de integratie, zegt Eva Singer, directeur asielbeleid bij de Deense Vluchtelingenraad. Zo kunnen nieuwkomers pas na acht jaar een permanente verblijfsvergunning aanvragen. Een van de criteria is dat ze drieënhalf jaar fulltime hebben gewerkt. Het integratietraject heet ‘zelfvoorzienendheid en terugkeer-programma’. Volgens Singer zijn dat botsende prioriteiten. ‘Het heeft effect op de moeite die nieuwkomers doen om de taal te leren en aan het werk proberen te komen. Voor gemeenten is het ook lastig om vluchtelingen mee te laten doen, want hun boodschap is eigenlijk: ‘Welkom, wanneer vertrek je weer?’’
‘In de kern een democratische kwestie’
Ook hoogleraar Gammeltoft-Hansen zegt dat het beleid een prijs heeft. Zo is de gezinshereniging zo lastig gemaakt dat het voorkomt dat Denen moeite hebben hun buitenlandse partner naar Denemarken te halen. Daarnaast kan het Denemarken minder aantrekkelijk maken voor arbeidskrachten. ‘Als je ons model wil kopiëren, moet je je afvragen: ben je bereid om met dit imago te leven?’
De eind vorig jaar aangetreden regering, de tweede onder premier Frederiksen, lijkt een paar stappen terug te willen doen. Zo kunnen Syrische vluchtelingen hun verblijfsvergunning behouden als ze een opleiding volgen voor een beroep waar grote tekorten zijn, zoals verpleging en ouderenzorg. Daarnaast is het Rwanda-plan in de ijskast gezet ten faveure van een Europabrede oplossing.
Van een koerswijziging is geen sprake, zegt Kjær. Hij zegt juist trots te zijn dat Denemarken het voortouw neemt om het huidige ‘onmenselijke’ beleid te stoppen. ‘Het is in de kern een democratische kwestie. Nu beslissen in feite de smokkelaars wie wel en niet Europa bereiken. We willen best immigranten opnemen, maar dan vooral vluchtelingen die het het meest nodig hebben in plaats van diegenen die de smokkelaars kunnen betalen. Laten we ze als Europa direct uit de vluchtelingenkampen halen, via de VN.’
Een dergelijk VN-systeem met quota-vluchtelingen bestaat al. Tot 2015 nam Denemarken jaarlijks vijfhonderd van deze VN-vluchtelingen op. Daarna gebeurde dat niet meer of een stuk minder. Zou Denemarken niet juist het goede voorbeeld moeten geven? ‘Eerst maar eens zien hoeveel vluchtelingen zich dit jaar melden’, zegt Kjær. ‘We zien nu elders in Europa grote aantallen.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie